Sunday, August 21, 2005

Jaipur

Hoi!

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een nieuw bericht geplaatst heb. Deze keer geen spannende reisverhalen, aangezien ik afgelopen weekend in Jaipur ben gebleven. Ook dit weekend ben ik thuis gebleven. Toch heb ik het erg druk gehad, elke avond was er wel iets te beleven.

Laat ik beginnen met iets over mijn werk te vertellen. Mijn eerste opdracht was het schrijven van een brochure voor mijn organisatie, bedoeld om buitenlandse fondsen te werven. Enkele weken terug heb ik dat afgerond, en ik ben best trots op het resultaat. Mijn brochure gaat nu de hele wereld over, naar organisaties die ik via het internet heb gevonden en die misschien bereid zouden zijn de projecten van mijn organisatie te steunen. Daarnaast heb ik enkele artikelen en studies nagekeken en aangepast. Vaak krijg ik de stukken aangeleverd wanneer er nog erg veel aan moet gebeuren, zowel op het gebied van spelling en grammatica als structuur. Regelmatig schrijf ik hele stukken opnieuw of voeg ik stukken toe.

\Sinds vorige week ben ik bezig met het schrijven van projectvoorstellen. Tot nu toe ben ik vooral bezig geweest met een voorstel voor een project over de bestrijding van de longziekte Silicosis onder mijnwerkers. De mijnindustrie is na landbouw en veeteelt de belangrijkste bron voor werkgelegenheid in Rajasthan. Er zijn ongeveer twee miljoen mijnwerkers, die onder abominabele omstandigheden moeten werken. Er is een totaal gebrek aan faciliteiten in de mijnen zoals toegang tot drinkwater, schaduw, toiletten etc. De mijnwerkers worden zwaar onderbetaald en verdienen vaak slechts 1 euro per dag (de vrouwen die in de mijnen werken verdienen nog minder). De gezondheid van mijnwerkers is slecht door zaken als slechte voeding, verslavingen en blootstelling aan schadelijke stofdeeltjes in de mijnen. Er worden geen voorzorgsmaatregelen genomen om de mijnwerkers te beschermen tegen het inademen van de schadelijke stofdeeltjes, die longziekten zoals Silicosis veroorzaken. Naar schatting een half miljoen mijnwerkers heeft last van de verschijnselen van deze ziekte.

Het project dat we nu ontwerpen wil eerst onderzoek doen naar de oorzaken van de hoge prevalentie Silicosis en een methode of actieplan ontwikkelen om deze ziekte te bestrijden. Vervolgens wil mijn organisatie, gewapend met deze studie, organisaties en vooral overheidsinstellingen ertoe bewegen om maatregelen te nemen ter bestrijding van Silicosis. Het is de typische aanpak van mijn organisatie, eerst "research" en vervolgens "advocacy".

Mijn baas had een eerste versie geschreven met de hoofdlijnen, en gezamenlijk maken we er een volledig voorstel van. Ik vind het echt superleuk om te doen, en ook best een uitdaging om het helemaal goed te krijgen. Inmiddels is er weinig van het oorspronkelijke voorstel over, en heb ik het helemaal overnieuw geschreven. Wat ook fijn is, is dat mijn baas mijn kritiek en inbreng erg waardeert.

In tegenstelling tot andere ngo's (mijn kamergenootje doet regelmatig een dutje op haar werk!), wordt er bij mij op kantoor stevig doorgewerkt. Maar overwerken zal ik mij hier niet, al is het alleen al vanwege het grote aantal vrije dagen die ik de laatste tijd heb. Eerst had ik al een lang weekend vrij gekregen voor mijn woestijnavontuur. Afgelopen weekend was weer een lang weekend, omdat het afgelopen maandag Onafhankelijkheidsdag was. En vrijdag was weer een vrije dag, in verband met Raki, een Hinduistische feestdag. Dat is een feestdag waarbij de band tussen broer en zus centraal staat. Ze geven elkaar kadootjes, waaronder een armbandje dat geluk moet brengen. Omdat ik dus zoveel vrij had de laatste tijd, en misschien binnenkort wel weer eens een paar dagen vrij wil hebben om een trip te maken, ben ik gister ook maar gaan werken, op zaterdag dus.

Een paar weekends in Jaipur gaven me de gelegenheid om de stad waar ik al ruim anderhalve maand verblijf eindelijk eens echt te verkennen. Ik woon een behoorlijk eind uit het centrum van Jaipur, en wanneer ik doordeweeks avonds thuis kom is het eigenlijk al te laat om te gaan sightseeen, aangezien het al om half acht donker wordt. Zo is het gekomen dat ik pas vorig weekend het ommuurde centrum van Jaipur, de Pink City, goed heb bekeken. Pink, omdat alle gebouwen een soort van roze zijn geschilderd. Tijdens een bezoek van de Prince of Wales was dit als eerbetoon gedaan, en sindsdien is de traditie in ere gehouden. De Pink City bestaat uit brede, rechte lanen. Het viel me eigenlijk een beetje tegen, het is gewoon een onderdeel van de grote, drukke, vieze stad, maar dan in vuil-roze. Wel ontelbaar veel winkeltjes, waar de prachtigste dingen verkocht worden. En natuurlijk heeft Jaipur een paar indrukwekkende attracties, waar ik er inmiddels een paar van heb gezien.

Vorige week zaterdag ben ik naar Jantar Mantar, een observatorium geweest. Dat is in de eerste helft van de 18e eeuw gebouwd door de maharaja die ook Jaipur heeft gesticht. Het bestaat uit een groot terrein met enorm grote stenen instrumenten om de positie en eclips van hemellichamen te bepalen. Er staat onder andere de grootste zonneklok ter wereld, zo'n dertig meter hoog. De schaduw van deze zonneklok beweegt 4 meter per uur. Maar natuurlijk hadden wij een van de weinige bewolkte dagen uitgezocht om deze atractie te bezoeken. De verzameling stenen bouwsels in de meest vreemde vormen was een surrealistisch gezicht.

Zondag hebben we afscheid genomen van ons Engelse huisgenootje, snik! Binnen nu en een paar weken zal iedereen met wie ik tot nu toe heb gewoond, en veel van de mensen met wie ik heb gereisd, verdwenen zijn, en dat is best vreemd. Natuurlijk komen daar weer nieuwe mensen voor in de plaats. Voor mijn Engelse huisgenootje is een leuk Pools meisje gearriveerd. Maar je moet steeds blijven investeren in nieuwe contacten, want het verloop in de aiesec-populatie is groot.

Maandag, op Onafhankelijkheidsdag, ben ik maar weer eens een fort gaan bezoeken, even buiten Jaipur. Dit fort, Amber Fort, was een stuk kleiner in vergelijking met die ik eerder had gezien, maar wel erg mooi. De grote attractie van dit fort is dat er olifanten zijn die je de heuvel op naar het fort kunnen brengen. Maar aangezien deze olifanten niet al te best behandeld worden hebben we dat maar niet gedaan. Behalve olifanten waren er ook enorm veel bedelaars: schurfterige kinderen in vodjes, oude vrouwen, gehandicapten.

Afgelopen vrijdag ben ik met een Nederlandse trainee op zijn scooter Jaipur uitgereden, naar een tempelcomplex even buiten de stad. In de volksmond heet het Monkey-temple, omdat er, inderdaad, honderden aapjes rondspringen. En dat zijn niet de enige dieren, ook koeien, ezels en geitjes liepen er rond. Het geheel werd er niet bepaald schoner op. We hadden aardig wat rondgetourd op de scouter, die in niet al te beste staat was en het steeds bijna begaf. Maar op een lekke band na heeft ie het gehouden. Beiden behoorlijk verbrand kwamen we weer thuis.

Inmiddels ben ik redelijk gewend aan het leven in Jaipur. Ik kan me nog steeds totaal niet orienteren in de stad, maar dat ligt vooral aan een volledig gebrek aan richtingsgevoel en het feit dat ik me voornamelijk per bus en rikshaw door de stad vervoer. Maar voor de dagelijkse dingen, zoals het verkeer, het pingelen voor een rikshaw, het afslaan van opdringerige mannen, verkopers en bedelaars enzovoort, draai ik mn hand niet meer om.

Toch zijn er elke dag weer dingen die me verbazen of verassen. Voorbeeld: op een dag lag er bij mij in de straat een dode hond, waarschijnlijk aangereden, half bedekt met een stuk stof. Op zich al iets wat ik niet gewend ben tegen te komen. Ik vroeg me af wat er nu met de hond zou gebeuren, wie zou hem komen ophalen? De volgende ochtend lag de hond er nog steeds, in de volle zon, en begon inmiddels flink te stinken (inderdaad, de geur van ontbindend vlees maakt onmiddellijk misselijk). Wel was er een cirkel van steentjes omheen gelegd. Die avond was de hond verdwenen, en lag er een hoopje as tussen de stenen. Zo kan het natuurlijk ook.

Ander voorbeeld: een paar weken terug was Manu, de jongen bij wie wij wonen, jarig. Ik en mijn huisgenootjes waren uitgenodigd op de viering s avonds. Met lichte tegenzin, een taartetende horde familieleden verwachtend, ging ik er naartoe. Mis! We waren uitgenodigd voor een Pudja, een traditionele Hinduistische verjaardagsviering. De familie zat om een vuur op het balkon, uit het hoofd mantra’s reciterend. We kregen een stoffen arbandje om (brengt voorspoed) en mochten meedoen met het ritueel. Geweldig!

Zo kan ik nog wel even doorgaan, van de ontdekking van een cafe met het uiterlijk van een exacte kopie van een Irish Pub, tot een afspraak om bij mijn collega te gaan eten die pas op het moment dat hij me bij mijn huis afzet toch geen afspraak blijkt te zijn.

Hoe meer ik over dit land leer, hoe minder ik ervan begrijp. De tegenstrijdigheden zijn enorm, eigenlijk is het bestaan van tegenstrijdigheden naast elkaar een van de kenmerken van de cultuur. De contrasten zijn enorm: bicycle riksaws tegenover de MacDonalds, of vrouwen in de meest prachtige sari s, behangen met goud, die een roepie naar een bedelaar gooien zonder hem zelfs maar een blik waardig te gunnen.

Dan moet ik nog mijn belofte nakomen over de positie van de vrouw in Rajasthan. Nou, die is dus kut. "The birth of a boy is celebrated for days, while the death of a girl is not even bemoaned for a day", zoals een van de publicaties van mijn organisatie het stelt. Meisjes zijn ongewild, omdat zij de familie alleen maar geld kosten. Er moet namelijk een enorme bruidsschat betaald worden wanneer ze gaat trouwen, en daarna gaat ze bij de familie van haar echtgenoot wonen. De bruidschat is zo groot dat het menig familie diep in de schulden heeft gebracht.

Meisjes trouwen vaak jong. Vooral op het platteland is het niet ongewoon als een meisje op haar veertiende al trouwt, en tien of elf jaar komt ook voor. Een moeder van twintig met twee kinderen is niets ongewoons. De wens voor een zoon is zo groot dat girl infanticide, of zijn moderne equivalent, abortus van een meisje, vaak voorkomt. Zo vaak zelfs dat het aantal vrouwen significant lager is dan het aantal mannen. De achtergestelde positie van vrouwen is overal zichtbaar: vrouwen zijn vaker ondervoed, krijgen minder onderwijs, en hebben geen macht.

Onder bepaalde hogere bevolkingsgroepen is de traditie van purdah, afzondering van de vrouw, nog in zwang. Deze vrouwen lopen in het openbaar met een sluier over hun gezicht. Vooral op het platteland is de situatie voor vrouwen zwaar. Zij moeten bijvoorbeeld dagelijks kilometers lopen om water te halen. Ook sterven er nog erg veel vrouwen in het kraambed door een gebrek aan gezondheidszorg en kennis over hygiene. Maar dit betekent natuurlijk niet dat alle vrouwen het hier slecht hebben. Vooral hier in de stad zijn er ook veel vrouwen die werken en onafhankelijker zijn. En in andere delen van India is de positie van de vrouw veel beter.

Dat was het wel weer voor nu,
Doeg!


Tuesday, August 9, 2005

Jaisalmer

Hoi!

Afgelopen vrijdag en maandag heb ik vrijgenomen van mijn werk, zodat ik een lang weekend naar Jaisalmer kon gaan. Het begint saai te worden voor mijn trouwe lezertjes, maar weer was het een fantastische trip.

Jaisalmer ligt midden in de woestijn in het westen van Rajasthan, niet ver van de grens met Pakistan. Volgens de Lonely Planet hoort deze plaats eigenlijk alleen in de fantasie te bestaan, en het is inderdaad een plaats die zo uit de sprookjes van duizend-en-een-nacht lijkt te komen. De hele stad is opgetrokken uit het gele woestijnzand, wat de stad een gouden kleur geeft tijdens zonsondergang. Vandaar de bijnaam Golden city. Boven de stad torent een enorm fort uit, dat van de verte eruit ziet als een groot zandkasteel. En het gave van dit fort is dat het bewoond is. In de kronkelende steegjes wonen een paar duizend mensen.

Donderdagavond om middernacht zou onze trein vertrekken, maar natuurlijk had de trein anderhalf uur vertraging. Aangezien het de avond daarvoor iets te gezellig was geweest, kon ik best wat slaap gebruiken. Toen ik eenmaal in mn sleeper lag sliep ik dan ook direct. Het grootste deel van de treinreis was door de woestijn. Ik werd de volgende ochtend dan ook wakker met een fijne laag stof over mijn gezicht.

Na 15 uur treinen arriveerden we in Jaisalmer. De rest van de dag hebben we wat gedrenteld door het fort. We aten in een geweldig restaurant, in een soort van torenkamer min of meer gebouwd in de muren van het fort, met prachtig uitzicht over de stad en de woestijn.

Jaisalmer is onder de toeristen ook beroemd om zijn camel safari’s, en dat gingen we de volgende dag dan ook doen. De tocht door de woestijn was... ongelooflijk. Ongelooflijk bijzonder, mooi, zwaar, pijnlijk, winderig, gewoon ongelooflijk.

's Ochtends vroeg gingen we eerst per jeep naar een plek in de woestijn. Daar stonden de kamelen en de camel drivers op ons te wachten. Ieder kreeg een eigen kameel. De eerste tocht door de woestijn duurde een kleine twee uur. Na die twee uur was duidelijk wat een tocht door de woestijn betekende. Natuurlijk had ik me van tevoren al bedacht dat de combinatie harde contactlenzen van +18 en woestijnzand niet de perfecte match zouden zijn. Ik had me voorbereid door de allerlelijkste zonnebril die in Jaipur te vinden was te kopen, die mijn ogen zo goed mogelijk afsloot.

Maar natuurlijk had ik twee van de winderigste dagen uitgezocht voor mijn woestijnavontuur. Het waaide zo hard dat zelfs de bikkels van de kameeldrijvers het teveel vonden. Het zand deed pijn op je huid, en dus ook heeeeel veeeeel pijn aan mijn lenzen. Tijdens de eerste pauze, op een plek met een paar bomen en een watertje, wist ik niet meer zo zeker of ik de goede beslissing had gemaakt door mee te gaan. De rest van de tocht heb ik als een Pakistaanse zelfmoordterrorist rondgelopen, met een sjaal helemaal om mn gezicht gewikkeld, zodat alleen mijn zonnebril nog zichtbaar was. Dat hielp wel, maar de excursie aan het eind van de middag naar de zandduinen heb ik toch maar even laten schieten.

Na de eerste rit kon iedereen ook ervaren dat tijdens het rijden op een kameel heel andere spiergroepen benut worden. Tijdens dit schrijven ben ik nog steeds stijf in mn bovenbenen. Het rijden op de kameel zelf ging eigenlijk prima, hoewel mijn kameel helaas nogal een einzelganger was. Grote delen van de tijd liep ik ver voor of achter de groep, wat me soms een beetje ongerust maakte. Als ie zou stoppen, zou ik geen idée hebben hoe ik m weer aan de praat zou moeten krijgen! Maar de kameeldrijvers hielden ons goed in de gaten, en wisten de kamelen met kleine geluidjes in het gareel te houden.

's Middags gingen we verder, door nog onherbergzamer gebieden dan die ochtend. Toch waren grote stukken land niet geheel kaal. Veel stukken hebben kleine graspollen, en af en toe een struik. Verrassend afwisselend was het ook: dan weer zandduinen op de achtergrond, dan weer een droog maanlandschap met alleen maar zand zand en zand. Ook zagen we regelmatig stukken omgeploegd land. Er groeide nu niets op deze stukken land, maar van mijn werk weet ik dat er nog aardig wat verbouwd wordt in deze woestijn.

De Thar woestijn is de dichtstbevolkte woestijn ter wereld met meer dan twee miljoen inwoners. De bevolking groeit ook nog eens explosief, met een groeipercentage dat nog hoger ligt dan het Indiase gemiddelde. De inwoners leven van het hoeden van vee en landbouw. De meeste mensen leven in extreem arme omstandigheden. De problemen in dit gebied zijn er teveel om op te noemen. Door de sterke bevolkingsgroei is er een enorme druk komen te staan op het kwetsbare ecosysteem van de woestijn. Gemiddeld twee van de vijf jaar is er sprake van een droogte. Door het toenemende gebruik van grondwater is het grondwaterpijl sterk gedaald, waardoor waterputten droog zijn komen te staan. Bovendien bevat het grondwater vaak teveel zouten zoals fluor, wat tot verschillende aandoeningen leidt (fluorosis). Vrouwen moeten vaak uren lopen om water te halen.

Het beleid van de overheid van de afgelopen decennia heeft vaak averechts gewerkt. Zo heeft de overheid het gebruik van grondwater voor drink- en irrigatiedoeleinden bevorderd, met desastreuze gevolgen. Bovendien dreigen hierdoor traditionele manieren van opslag van regenwater verloten te gaan.

Ik kan hier wel uren over doorschrijven, omdat ik hier de afgelopen weken erg veel over heb gelezen. Mijn organisatie probeert onder andere de overheid bewust te maken van de gevolgen van haar beleid, met name voor de armsten onder de bevolking. Bovendien probeert mijn organisatie traditionele manieren van opvang en opslag van regenwater te bevorderen. Voor mij was het erg interessant om de dingen die ik had gelezen nu in de praktijk te zien. Al rijdend op mijn kameel herkende ik een ‘taanka’, een tank voor opslag van regenwater, en even later kocht ik een flesje frisdrank van een jongen waarvan ik duidelijk kon zien aan de zwarte strepen op zijn tanden dat hij het slachtoffer was van fluororis.

En wat een wind, soms kon je niet ver meer kijken door de enorme zandvlagen. Gelukkig was het niet al te warm, ook omdat het min of meer bewolkt was. De tocht leidde naar een gebouwtje waar we de nacht zouden doorbrengen. Op het dak welteverstaan. Want daar kon de wind wel komen, maar het zand niet, aldus de kameeldrijvers. s Avonds bereidden de kameeldrijvers een prima maal voor ons, en een paar van hen gingen daarna nog wat muziek maken. Een lege 20 literfles mineraalwater werd als trommel gebruikt, en daarbij werd gezongen. Ze hadden een hele aparte manier van stemgebruik, erg tof. Onder de blote sterrenhemel (wat een sterren!) met een deken (wat het koelt erg af in de woestijn) in de gierende wind viel ik op het dak uitgeput in slaap. De volgende dag was mijn gezicht helemaal bedekt met een fijne laag stof. Het zand zat werkelijk overal. Na nog een rit van een uur of twee door de woestijn werden we weer opgehaald door de jeep, die ons naar ons hotel bracht. Zelden was het zo fijn om mijn lenzen uit te doen en schoon te maken.

De rest van de dag hebben we rustig aangedaan em een beetje rondgeshopt in de vele winkeltjes die de prachtigste stoffen en kleden verkopen. 's Avonds hebben ik en mijn twee huisgenootjes onszelf getrakteerd op een uitgebreide massage. We gingen naar een Ayuvedisch (?) centrum dat gerund werd door twee zussen. Van top tot teen zijn we onder handen genomen, terwijl zij ondertussen druk kletsten over hoe het was als vrouw in het conservatieve Rajasthan. Geweldig om mee te maken. Ik heb nog niets verteld over de positie van de vrouw hier geloof ik. Dat bewaar ik dan voor de volgende keer.

Het was dus weer een heel bijzonder weekend. Meer en meer voel ik me bevoorrecht dat ik dit allemaal maar kan doen. De komende tijd blijf ik even in Jaipur, want al dat gehos in bus en trein en kameel is wel erg vermoeiend.

Tuesday, August 2, 2005

Uidaipur

Hoi allemaal,

Ik heb weer een geweldig weekend gehad. Ditmaal voerde de reis naar Udaipur, volgens velen de meest romantische stad van India. Vrijdagavond ging ik daar met een klein groepje van vier mensen naartoe, wederom per sleeper-bus. Zaterdagochtend om zeven uur kwamen we aan. Udaipur is bekend om zijn paleizen, gelegen in een meer, Lake Pichola. De grootste, Lake Palace, is sinds de jaren zestig een hotel, een van de sjiekste ter wereld. Voor de James Bond liefhebbers: de paleizen van Udaipur komen voor in de film Octopussy! Dat zal elke toerist weten ook, want vrijwel elk hotel draait deze film avond aan avond.

De paleizen in het meer geven de stad een sprookjesachtig uiterlijk. Als er tenminste water in het meer zit natuurlijk. En vanwege de hevige droogtes van de afgelopen jaren was het meer vorig jaar geheel opgedroogd. Maar wij hadden geluk: vier dagen voordat wij kwamen was het flink begonnen te regenen, zodat er een laagje water in het grootste deel van het meer stond. Toch konden wij vanaf ons hotel zo over de bodem van het meer naarde overkant lopen.

Udaipur is een kleine stad, slechts zo n driehonderdduizend inwoners, en het viel ons gelijk op hoeveel schoner de lucht hier was vergeleken met het smerige Jaipur. Rustiger ook, en we konden allevier wel uren blijven zitten kijken vanaf het terras van ons hotel naar het verstilde meer. Maar dat was natuurlijk zonde, want er was hier weer veel te bekijken. De zaterdag hebben we besteed aan het bekijken van het City Palace complex, het grootste paleis van Rajasthan, dat uitkijkt over het meer. Het paleis was dan ook echt eindeloos groot en prachtig, eigenlijk te groot om te bevatten. Daarnaast hebben we nog een Haveli bekeken. Verder hebben we veel rondgelopen door de oude binnenstad, met veel kleine straatjes en leuke winkeltjes.

Natuurlijk kan je hier als westerling niet rustig ongemerkt rondlopen. In de winkelstraten word je constant nageroepen door winkeliers en rikshaw drivers, en in de woonstraten word je aangeroepen en achterna gerend door kinderen. Toch was het hier minder erg dan in Jaipur en elders vonden wij, minder agressief. Of ik raak er gewoon aan gewend, dat kan natuurlijk ook... Bij een kleermaker heb ik twee broeken laten maken, precies op maat, die ik de volgende dag kon komen ophalen. Fantastisch, dat kost hier dus echt geen drol.

Je merkt hier trouwens ook goed wat overbevolking met een land doet. Arbeid is hier zo goedkoop, terwijl veel fabrieksproducten hier nauwelijks goedkoper zijn dan in Europa. De economie van dit land groeit razendsnel, maar die winst wordt teniergedaan door een even snel groeiende bevolking, zodat het percentage armen niet vermindert. Ik las laatst dat volgens een Brits onderzoeksbureau India binnen enkele decennia tot de grootste economieen ter wereld zal behoren. Toch zal als de bevolking zo hard blijft groeien het GDP per capita nog steeds bedroevend laag blijven. De kloof tussen arm en rijk zal alleen maar groeien.

Op een gegeven moment stond ik in een steegje een fles water te kopen, en toen ik me omdraaide liep er opeens een olifant rakelings langs, haha! s Avonds zijn we naar een voorstelling van traditionele Rajasthaanse dans geweest, erg tof.

Zondag hebben we per taxi een tour gemaakt. Eerst gingen we naar Kumbhalgarh, zo n 90 km van Udaipur vandaan, over kronkelweggetjes door het platteland met flinke heuvels. Daar ligt op een berg op 1100 meter hoogte een enorm fort. De muren van dit fort zijn zo dik dat er acht paarden naast elkaar op konden lopen, en 36 kilometer lang, alleen de Chinese muur is langer. Binnen de muren liggen tientallen tempels, paleizen en tuinen. Daarbovenuit torent het kasteel. Toen wij daar aankwamen lag was het kasteel half in de mist gehuld, prachtig. Hoewel het dus bewolkt en af en toe mistig was, was het uitzicht fantastisch. We vonden het ook heerlijk om even uit de stad weg te zijn en volledig de ruimte om je heen te voelen.

Daarna gingen we naar Ranakpur, waar een complex van Jainistische (zeg je dat zo?!) tempels te vinden was. De belangrijkste en grootste tempel dateert uit de 15e eeuw en is geheel van marmer. Elk stukje marmer is bewerkt met motieven en beelden. Het gebouw kent 1444 pilaren, elk bewerkt met een ander motief. In tempels heerst trouwens helemaal niet de eerbiedige stikte die wij in kerken kennen. Het is vaak vol met mensen die heftig met elkaar praten, muziek en geklingel van bellen.

's Avonds moesten we helaas pindakaas alweer terug naar huis, ik had hier best nog een paar daagjes langer willen blijven rondhangen! Maandag zat ik weer niet al te uitgeslapen op mn werk. Gelukkig kon ik een halfuurtje eerder naar huis, vanwege een stroomstoring.

Vorige week had ik een korte werkweek. Een familielid van mijn baas was overleden, en het schijnt gewoonte te zijn om je winkel of kantoor dan voor enkele dagen te sluiten. Donderdag en vrijdag had ik dus onverwachts vrij. Ook deze en volgende week snoep ik er weer een dagje vanaf, omdat ik een lang weekend naar Jaisalmer gaan. Dat is een stad midden in de woestijn. Waarschijnlijk gaan we daar een camel safari maken!

Doeg! Meinke

ps. Ik heb nieuwe foto s van Udaipur en het fort! Bedenk wel datr het in het echt 10 keer mooier was.