Tuesday, August 9, 2005

Jaisalmer

Hoi!

Afgelopen vrijdag en maandag heb ik vrijgenomen van mijn werk, zodat ik een lang weekend naar Jaisalmer kon gaan. Het begint saai te worden voor mijn trouwe lezertjes, maar weer was het een fantastische trip.

Jaisalmer ligt midden in de woestijn in het westen van Rajasthan, niet ver van de grens met Pakistan. Volgens de Lonely Planet hoort deze plaats eigenlijk alleen in de fantasie te bestaan, en het is inderdaad een plaats die zo uit de sprookjes van duizend-en-een-nacht lijkt te komen. De hele stad is opgetrokken uit het gele woestijnzand, wat de stad een gouden kleur geeft tijdens zonsondergang. Vandaar de bijnaam Golden city. Boven de stad torent een enorm fort uit, dat van de verte eruit ziet als een groot zandkasteel. En het gave van dit fort is dat het bewoond is. In de kronkelende steegjes wonen een paar duizend mensen.

Donderdagavond om middernacht zou onze trein vertrekken, maar natuurlijk had de trein anderhalf uur vertraging. Aangezien het de avond daarvoor iets te gezellig was geweest, kon ik best wat slaap gebruiken. Toen ik eenmaal in mn sleeper lag sliep ik dan ook direct. Het grootste deel van de treinreis was door de woestijn. Ik werd de volgende ochtend dan ook wakker met een fijne laag stof over mijn gezicht.

Na 15 uur treinen arriveerden we in Jaisalmer. De rest van de dag hebben we wat gedrenteld door het fort. We aten in een geweldig restaurant, in een soort van torenkamer min of meer gebouwd in de muren van het fort, met prachtig uitzicht over de stad en de woestijn.

Jaisalmer is onder de toeristen ook beroemd om zijn camel safari’s, en dat gingen we de volgende dag dan ook doen. De tocht door de woestijn was... ongelooflijk. Ongelooflijk bijzonder, mooi, zwaar, pijnlijk, winderig, gewoon ongelooflijk.

's Ochtends vroeg gingen we eerst per jeep naar een plek in de woestijn. Daar stonden de kamelen en de camel drivers op ons te wachten. Ieder kreeg een eigen kameel. De eerste tocht door de woestijn duurde een kleine twee uur. Na die twee uur was duidelijk wat een tocht door de woestijn betekende. Natuurlijk had ik me van tevoren al bedacht dat de combinatie harde contactlenzen van +18 en woestijnzand niet de perfecte match zouden zijn. Ik had me voorbereid door de allerlelijkste zonnebril die in Jaipur te vinden was te kopen, die mijn ogen zo goed mogelijk afsloot.

Maar natuurlijk had ik twee van de winderigste dagen uitgezocht voor mijn woestijnavontuur. Het waaide zo hard dat zelfs de bikkels van de kameeldrijvers het teveel vonden. Het zand deed pijn op je huid, en dus ook heeeeel veeeeel pijn aan mijn lenzen. Tijdens de eerste pauze, op een plek met een paar bomen en een watertje, wist ik niet meer zo zeker of ik de goede beslissing had gemaakt door mee te gaan. De rest van de tocht heb ik als een Pakistaanse zelfmoordterrorist rondgelopen, met een sjaal helemaal om mn gezicht gewikkeld, zodat alleen mijn zonnebril nog zichtbaar was. Dat hielp wel, maar de excursie aan het eind van de middag naar de zandduinen heb ik toch maar even laten schieten.

Na de eerste rit kon iedereen ook ervaren dat tijdens het rijden op een kameel heel andere spiergroepen benut worden. Tijdens dit schrijven ben ik nog steeds stijf in mn bovenbenen. Het rijden op de kameel zelf ging eigenlijk prima, hoewel mijn kameel helaas nogal een einzelganger was. Grote delen van de tijd liep ik ver voor of achter de groep, wat me soms een beetje ongerust maakte. Als ie zou stoppen, zou ik geen idée hebben hoe ik m weer aan de praat zou moeten krijgen! Maar de kameeldrijvers hielden ons goed in de gaten, en wisten de kamelen met kleine geluidjes in het gareel te houden.

's Middags gingen we verder, door nog onherbergzamer gebieden dan die ochtend. Toch waren grote stukken land niet geheel kaal. Veel stukken hebben kleine graspollen, en af en toe een struik. Verrassend afwisselend was het ook: dan weer zandduinen op de achtergrond, dan weer een droog maanlandschap met alleen maar zand zand en zand. Ook zagen we regelmatig stukken omgeploegd land. Er groeide nu niets op deze stukken land, maar van mijn werk weet ik dat er nog aardig wat verbouwd wordt in deze woestijn.

De Thar woestijn is de dichtstbevolkte woestijn ter wereld met meer dan twee miljoen inwoners. De bevolking groeit ook nog eens explosief, met een groeipercentage dat nog hoger ligt dan het Indiase gemiddelde. De inwoners leven van het hoeden van vee en landbouw. De meeste mensen leven in extreem arme omstandigheden. De problemen in dit gebied zijn er teveel om op te noemen. Door de sterke bevolkingsgroei is er een enorme druk komen te staan op het kwetsbare ecosysteem van de woestijn. Gemiddeld twee van de vijf jaar is er sprake van een droogte. Door het toenemende gebruik van grondwater is het grondwaterpijl sterk gedaald, waardoor waterputten droog zijn komen te staan. Bovendien bevat het grondwater vaak teveel zouten zoals fluor, wat tot verschillende aandoeningen leidt (fluorosis). Vrouwen moeten vaak uren lopen om water te halen.

Het beleid van de overheid van de afgelopen decennia heeft vaak averechts gewerkt. Zo heeft de overheid het gebruik van grondwater voor drink- en irrigatiedoeleinden bevorderd, met desastreuze gevolgen. Bovendien dreigen hierdoor traditionele manieren van opslag van regenwater verloten te gaan.

Ik kan hier wel uren over doorschrijven, omdat ik hier de afgelopen weken erg veel over heb gelezen. Mijn organisatie probeert onder andere de overheid bewust te maken van de gevolgen van haar beleid, met name voor de armsten onder de bevolking. Bovendien probeert mijn organisatie traditionele manieren van opvang en opslag van regenwater te bevorderen. Voor mij was het erg interessant om de dingen die ik had gelezen nu in de praktijk te zien. Al rijdend op mijn kameel herkende ik een ‘taanka’, een tank voor opslag van regenwater, en even later kocht ik een flesje frisdrank van een jongen waarvan ik duidelijk kon zien aan de zwarte strepen op zijn tanden dat hij het slachtoffer was van fluororis.

En wat een wind, soms kon je niet ver meer kijken door de enorme zandvlagen. Gelukkig was het niet al te warm, ook omdat het min of meer bewolkt was. De tocht leidde naar een gebouwtje waar we de nacht zouden doorbrengen. Op het dak welteverstaan. Want daar kon de wind wel komen, maar het zand niet, aldus de kameeldrijvers. s Avonds bereidden de kameeldrijvers een prima maal voor ons, en een paar van hen gingen daarna nog wat muziek maken. Een lege 20 literfles mineraalwater werd als trommel gebruikt, en daarbij werd gezongen. Ze hadden een hele aparte manier van stemgebruik, erg tof. Onder de blote sterrenhemel (wat een sterren!) met een deken (wat het koelt erg af in de woestijn) in de gierende wind viel ik op het dak uitgeput in slaap. De volgende dag was mijn gezicht helemaal bedekt met een fijne laag stof. Het zand zat werkelijk overal. Na nog een rit van een uur of twee door de woestijn werden we weer opgehaald door de jeep, die ons naar ons hotel bracht. Zelden was het zo fijn om mijn lenzen uit te doen en schoon te maken.

De rest van de dag hebben we rustig aangedaan em een beetje rondgeshopt in de vele winkeltjes die de prachtigste stoffen en kleden verkopen. 's Avonds hebben ik en mijn twee huisgenootjes onszelf getrakteerd op een uitgebreide massage. We gingen naar een Ayuvedisch (?) centrum dat gerund werd door twee zussen. Van top tot teen zijn we onder handen genomen, terwijl zij ondertussen druk kletsten over hoe het was als vrouw in het conservatieve Rajasthan. Geweldig om mee te maken. Ik heb nog niets verteld over de positie van de vrouw hier geloof ik. Dat bewaar ik dan voor de volgende keer.

Het was dus weer een heel bijzonder weekend. Meer en meer voel ik me bevoorrecht dat ik dit allemaal maar kan doen. De komende tijd blijf ik even in Jaipur, want al dat gehos in bus en trein en kameel is wel erg vermoeiend.

No comments: