Saturday, October 29, 2005

Field Trip 2

"Light nehi he" - er is geen electriciteit, was de themaspreuk op mijn stage twee weken terug. Elke dag waren er meerdere langdurige stroomstoringen. Zonder electriciteit is er weinig te beginnen op kantoor.

Nu was ik sowieso al niet al te productief die week. Ik was bezig te schrijven aan de evaluatie waar ik het de vorige keer over gehad heb. Maar door een vrijwel volledig gebrek aan documentatie over het project had ik weinig om te evalueren. Ik was behoorlijk ontevreden over de manier waarop het allemaal ging met deze evaluatie.

Op vrijdagmiddag, terwijl ik tijdens weer een stroomstoring mijn tijd zat te doden met een boekje, kwam er onverwachts een einde aan de lamlendigheid. De schoonmoeder van mijn baas (die van de organisatie waarvan we het project evalueerden) nodigde mij uit voor een bijeenkomst van Sarvodaya-aanhangers dat weekend. Sarvodaya is een soort beweging van mensen die de filosofie van Gandhi proberen voort te zetten. (Kleine opfriscursus Gandhi: geweldloos verzet, afwijzing van het kastensysteem, ontwikkeling van India begint op het platteland en bij de allerarmsten). De bijeenkomst was in een dorpje enkele tientallen kilometers van Jodhpur vandaan.

Ik denk dat ik het als een grote eer moest beschouwen om hiervoor uitgenodigd te worden, en aangezien ik toch niet veel te doen had, nam ik de uitnodiging aan. Twee uur later zat ik samen met mijn baas in de trein naar Jodhpur. De volgende ochtend vertrokken we naar het dorpje waar de bijeenkomst zou plaatsvinden. Mijn vrees werd bewaarheid, de bijeenkomst bestond uit eindeloze speeches, geheel in het Hindi, waardoor ik me stierlijk zat te vervelen. Het probleem van de taalbarriere zou de komende tijd alleen nog maar duidelijker worden.

Het lichtpuntje van die dag was een kleine wandeling door het dorpje met Alka die bij de organisatie werkt en een paar kinderen. Daar maakte ik voor het eerst kennis met het kinderhuwelijk. "Hij ziet zijn vrouw best vaak", zei Alka op een gegeven moment wijzend naar een van de jochies die met ons meeliep. Ik glimlachte vaag, er vanuit gaand dat ik haar verkeerd begrepen had. Maar nee, dit jochie van zeven was echt al vier jaar getrouwd met een meisje uit een dorpje in de buurt. Hoewel het verboden is, gebeurt dit regelmatig op het platteland. Een van de redenen voor dit vroege trouwen is dat de bruidsschat dan niet groot is. De familie van het meisje is dan eerder van de last van het meisje verlost, zij is deels al de verantwoordelijkheid van de schoonfamilie geworden. Vaak gebeurt het dat meerdere kinderen tegelijk getrouwd worden, voornamelijk om kosten te besparen. Het moet een bijzonder gezicht zijn, een massatrouwerij van peuters.

's Avonds na het eten kwam mijn baas naar mij toe, met de mededeling dat de field trip die we voor anderhalve week later hadden gepland wegens schimmige redenen niet door kon gaan. En of ik het geen probleem vond om vanaf deze bijeenkomst gelijk door te gaan op field trip voor een week. Dat vond ik wel een probleem, allereerst omdat ik geen kleren, lenzenspullen en malariapillen bij me had voor anderhalve week, ten tweede omdat ik de verjaardag en het vertrek van mijn Poolse kamergenootje die inmiddels een hele goede vriendin was geworden zou missen, en last but not least omdat we volstrekt niet voorbereid waren voor de evaluatie in het veld. Nog steeds had ik nauwelijks documentatie over het project en, klein detail, alle vragenlijsten moesten nog gemaakt worden. Maar mijn baas wuifde al mijn bezwaren weg: "Don't worry, that is not a problem, that hardly matters and we can discuss it later." Het waren zinnen die ik de komende week nog heel vaak uit zijn mond zou horen op momenten wanneer ik vond dat er grote bezwaren waren die er wel degelijk toe deden.

De volgende dag was ik in ieder geval wel verlost van de bijeenkomst, en kon ik vragenlijsten gaan samenstellen. Out of the blue maar wat zitten verzinnen, geen idee wat we nou eigenlijk wilde weten en hoe je dat zou moeten vragen. De afgelopen week had ik gedurende de stroomstoringen een boek gelezen over verschillende redenen waarom de armoede van het platteland in ontwikkelingslanden door bijna niemand begrepen wordt. "Most people dealing with rural development are outsiders. Outsiders are people concerned with rural development that are themselves neither rural nor poor. [...] Outsiders underperceive rural poverty. [...] The direct rural experience of most urban-based outsiders is limited to brief and hurried visits from urban centers, of rural development tourism." Als er iemand in het plaatje van een 'outsider' paste, dan was ik het wel, Europees stadskind die nog nauwelijks een ezel van een geit kon onderscheiden. Hoe wist ik nou wat relevante vragen zijn voor een woestijnbewoner wiens enige bronnen van inkomsten een stukje zandland en een paar geiten zijn?

Later bleek dat mijn baas niet eens tijd maakte om mijn geimproviseerde vragen te bekijken voordat we op stap gingen. Ik begon hoe langer hoe meer te balen, en voor het eerst maakte zich een echte ik-haat-india-stemming zich van mij meester. Alles ging me tegenstaan: mijn baas met wie ik het tot een paar weken terug prima kon vinden en nu alles verkeerd aanpakte, het eindeloze wachten op alles en iedereen, het weten dat er nog zoveel moet gebeuren maar afhankelijk van anderen zijn om iets gedaan te krijgen die het om jou volstrekt duistere redenen maar niet doen, al het Hindi om me heen, waardoor ik me als een autist voelde die nooit begreep wat er om zich heen gebeurt, het achterlijk vroege opstaan en niet eens een lekker biertje hebben om even stoom af te blazen. Toen op maandagavond de man van het project die ons zou begeleiden een half uur nadat we hadden moeten vertrekken vroeg of we het niet erg vonden om toch maar de volgende dag te gaan, dacht ik dat ik gek werd.

Maar de volgende dag begon mijn field trip dan toch echt. De volgende vijf dagen zou ik zo'n 15 afgelegen woestijndorpjes bezoeken. Ik heb heel veel gezien, en me tegelijkertijd heel erg verveeld. Mijn baas voerde alle interviews uit, maar vertaalde vrijwel niets van wat er gezegd werd voor mij. Zo bleef er voor mij weinig anders te doen dan foto's maken en naar de kinderen lachen. Ik had van tevoren niet verwacht dat mijn baas niets voor mij zou vertalen en me geen eigen rol in het geheel zou geven, en dat viel me vies van hem tegen. Ik heb heel veel mensen en hun diepe armede gezien, maar omdat zelden de kans kreeg om echt met ze te communiceren, bleef het aapjeskijkgevoel toch ook aanwezig.

Toch was het een unieke ervaring en heb ik ondanks alles heel veel gezien en geleerd. Het was goed om de dingen waarover ik gelezen had nu in het echt te zien. Nog steeds begrijp ik nauwelijks hoe mensen in staat zijn om in dit gebied te overleven. De armoede is echt onvoorstelbaar en kan ik ook niet goed beschrijven. Het was duidelijk zichtbaar dat er voor het tweede achtereenvolgende jaar sprake was van een droogte: de oogsten waren grotendeels mislukt en de akkers lagen er verdroogd bij, de vijvers waar mensen hun water halen waren opgedroogd. Over een paar maanden zullen veel mensen moeite krijgen hun vee te voeden en moeten ze torenhoge prijzen gaan betalen om aan drinkwater te komen.

Een van de ervaringen die me het meest ik bijgebleven was een bezoek aan een dorpje zo'n 10 km verwijderd van de weg. We interviewden daar een man in zijn hutje van zo'n 3x4m, die, naar later bleek ook dienst deed als basisschool. Ik had natuurlijk weer geen idee waar het gesprek over ging dus ik stapte naar buiten om wat foto's te maken. Inmiddels had zich een groepje kinderen in vodden verzameld die mij in volstrekte verbijstering aan zaten te staren. Later stroopte de man van het interview de mouw van een van de lief lachende meisjes op. Haar onderarm was gebroken, maar niet rechtgezet en scheefgegroeid, waardoor ze geen zware dingen meer kon tillen. Binnen een straal van 30km was er geen enkele medische faciliteit te vinden, wat voor deze mensen betekent dat gezondheidszorg eigenlijk onbereikbaar is. We zagen nog veel meer voorbeelden van de gevolgen van een gebrek aan gezondheidszorg en ondervoeding.

Eerder had ik gezien dat het bouwen van ziekenhuizen alleen niet voldoende was. We bezochten een ziekenhuis dat recentelijk door de organisatie gebouwd was. Het was het enige ziekenhuis in de wijde omgeving en diende voor zo'n 300 000 mensen. Het was niet groot en zag er voor Europese begrippen armzalig uit. Maar wat me nog het meest in het oog sprong was dat het vrijwel leeg was: er waren maar vier patienten. Dit kwam niet omdat iedereen hier heel gezond was. De meeste mensen kwamen 's ochtends en waren alweer vertrokken. Bovendien was er een personeelstekort, weinig dokters willen in zulke afgelegen en onherbergzame gebieden werken. Daarnaast is er een gebrek aan kennis onder de bevolking: de meeste dorpsbewoers hebben meer vertrouwen in de lokale medicijnman en gaan misschien pas naar het ziekehuis wanneer het te laat is. Dit nieuwe ziekenhuis moet dus nog het vertrouwen van de mensen winnen. Bovendien zijn veel mensen die wel naar het ziekenhuis willen, niet in staat om het te bereiken, zoals ik met eigen ogen heb gezien. Het zien van dit lege ziekenhuis was een van de vele voorbeelden voor mij die liet zien hoe ingewikkeld ontwikkelingsproblemen zijn.

De vriendelijkheid en gastvrijheid van deze mensen die niets hebben is ook ongelooflijk. Je kan hun huis niet verlaten zonder chai (indiase thee) te hebben gedronken en vaak staan ze erop je een uitgebreid en overheerlijk maal voor te schotelen. Ik was natuurlijk een extra attractie. Op een gegeven moment interviewde we een oude man op zijn land, die snel zijn vrouw riep. Later begreep ik dat hij zijn vrouw had geroepen om mij te komen bekijken: "anders zul je sterven zonder ooit een buitenlander gezien te hebben!" Beetje jammer alleen dat ik haar niet kon bekijken, omdat ze in purdah (de hoofddoek bedekt dan het hele gezicht) was. Soms interviewden we ook vrouwen in purdah, echt bizar om met een doek te praten.

Terug in Jodhpur ging ik nog met mijn baas naar de leider van een vakbond voor mijnwerkers. Deze man kwam uit de kaste van de 'onaanraakbaren'. Hij was naar een kapper gegaan die weigerde hem te knippen. Vervolgens werd hij bedreigd en zwaar beledigd door een grote groep mijneigenaren die zich verzameld had. Uiteindelijk moest hij vluchten om niet aangevallen te worden. Deze man liet dit echter niet over zijn kant gaan en wilde aangifte doen bij de politie. Op kastediscriminatie staan hoge straffen in India. Het probleem was alleen dat de politie na vier dagen de aangifte nog steeds niet had aangenomen. De mijneigenaren zijn te machtig en hebben de politie in hun broekzak. Mijn baas bracht de vakbondsleider in contact met journalisten van een paar grote kranten. De volgende dag stond er een artikeltje in een van deze kranten over het gebeurde, en onder druk van de media lijkt de zaak in beweging te komen. Maar de politie is zo corrupt als de pest. Bijvoorbeeld, hoewel de vakbondsleider tot tweemaal toe een geschreven aangifte had ingeleverd, ontkende de politie tegenover een van de journalisten gewoon glashard de man ooit gezien te hebben.

Inmiddels maakt iedereen zich hier in Jaipur op voor Divalli volgende week, het belangrijkste festival van het jaar. Het is het kerstmis van India, het feest van het licht en vuurwerk waarbij iedereen elkaar kadootjes geeft. Op straat hangen overal slingers en de winkels zijn prachtig verlicht. Het is het moment waarop de jaarlijkse grote schoonmaak plaatsvindt, en bij de familie boven ons wordt al ruim een week druk gepoetst. Ze staan er ook op dat wij beneden grote schoonmaak houden, iets waar wij met grote tegenzin aan gehoorzamen. Het overnemen van de gewoonte nieuwe kleren te dragen tijdens Divalli heb ik natuurlijk geen enkel probleem mee!

Monday, October 17, 2005

"field trip" 1

Mijn eerste field trip was geen daverend success. Tot dan toe had ik altijd het gevoel gehad dat mijn aanwezigheid bij HEDCON een meerwaarde had. Ik vond dat ik mij nuttig kon maken en een waardevolle bijdrage kon leveren aan mijn organisatie. Hoewel ik regelmatig vond dat zaken anders en efficienter aangepakt konden worden, stond ik ook altijd achter mijn werk. Tijdens mijn field trip veranderde dat voor het eerst. Ik voelde me niet bepaald de juiste persoon op de juiste plaats, voelde me het vijfde wiel aan de wagen en was het niet eens met de manier waarop mijn baas de zaken aanpakte.

Mijn eerste field trip was eigenlijk helemaal geen field trip. Samen met mijn baas voer ik de tussenevaluatie van een ontwikkelingsproject uit. De reis voerde naar Jodhpur, waar het hoofdkantoor staat van GRAVIS, de organisatie die het project uitvoert. Niet geheel toevallig is GRAVIS de grootste partnerorganisatie van mijn organisatie, en is mijn organisatie voor een groot deel financieel afhankelijk van hen. Sterker nog, het is de schoonvader van mijn baas die deze organisatie heeft opgericht. Je begrijpt dat deze hechte banden de objectieve evaluatie misschien enigzins in de weg zullen staan.

Het doel van de reis was het interviewen van de "office staff" van het project. Beetje jammer alleen dat de ene helft van de office staff niet kwam opdagen en de andere helft nauwelijks Engels sprak. De "interviews" hadden meer weg van informele gesprekken onder het genot van een kopje chai (Indiase thee), waarbij mijn baas af en toe eens willekeurifg een van de vele vragen stelde die ik had voorbereid. Soms ook had mijn baas het te druk met andere zaken en moest ik het interview alleen afnemen. Het voordeel dat ik daardoor in staat was alle vragen te stellen werd tenietgedaan door het nadeel dat men mijn vragen niet goed begreep en niet goed in staat was ze in het Engels te beantwoorden.

Tijdens mijn verblijf in Jodhpur organiseerde GRAVIS en HEDCON ook een workshop over kinderarbeid in de steengroeven. Deze workshop bestond uit een aantal presentaties, discussies en kleine toneelstukjes van kinderen die in de mijnen werken. Als wersterling uit een samenleving met een pers en een "civil society" die bovenop elke misstand zit, onderschat ik al snel de significance (sorrie mensen, ik heb tien minuten geprobeerd het Nederlandse word voor significance te vinden, ik kan er niet opkomen!) van een workshop als dit. Voor Nederlandse begrippen was de workshop slecht en klungelig georganiseerd, en het was bijna een slapstick hoe op het laatste moment verschillende onderdelen in het water vielen (de beamer die niemand wist te bedienen en slechts een half beeld gaf, mijn baas die zijn presentatie op het laatste moment toch maar geheel in het Hindi deed, maar mij geen teken gaf wanneer ik de slides moest wisselen, bijna alle eregasten die meer dan een uur te laat kwamen opdagen etc. etc. etc.). Voor mij was het nog eens extra saai omdat, anders dan tevoren gepland, de hele workshop in het Hindi verliep.

Maar feit is dat het werkelijk zelden voorkomt dat misstanden als kinderarbeid in de mijnen aan de kaak worden gesteld, en dat er werkelijk nauwelijks besef is over de omstandigheden waaronder deze kinderen worden uitgebuit. Op deze workshop waren regeringsvertegenwoordigers, activisten, journalisten en studenten aanwezig. Zij konden de kinderen zelf horen vertellen onder welke omstandigheden zij voor een paar centen moeten werken. Het resultaat, 90 mensen zich een dag lang met dit onderwerp hebben beziggehouden, artikelen in twee groten kranten, een radio-interview en twee items van twee minuten op staats- en nationale televisie, is een groot success te noemen.

De zondagavond dat ik thuiskwam van mijn "field trip" maakte veel goed. We gingen naar Dandia, een festival van Gujarati dans. Het festival season is aangebroken. En als men in India over een festival season spreekt dan zegt dat wat, aangezien hier elke week wel een of andere religieuze viering is. Vele gaan vrijwel ongemerkt aan mij voorbij, en merk ik alleen op doordat ik toevallig een processie op straat zie, of een pelgrimstocht tegenkom van duizenden mensen die naar een of andere tempel honderden kilometers verderop lopen, of wanneer mijn collega's opeens niet meelunchen vanwege een of andere vastendag.

De festivals in deze periode kunnen echter niemand ontgaan. Het begon deze week met Navratra, negen dagen van aanbidding van de godin Durga. Het Hinduisme laat veel ruimte vrij om het geloof op eigen manier in te vullen. Sommige mensen vasten gedurende de gehele negen dagen, anderen, zoals mijn baas, eten alleen geen uien en knoflook, en een groot deel van de bevolking vast alleen de eerste dag. Navratra viel samen met Dandia, het dansfestival. Wij gingen naar de place to be voor dit festival, een groot feest georganiseerd op het terrein voor een sjiek hotel. Iedereen had zich op z'n mooist uitgedost: de vrouwen in de meest glinsterende gewaden en veel van de mannen in traditionele Gujarati outfits. Twee van mijn medetrainees hadden eerder die week goed opgelet wat de dress code was en waren gaan shoppen. De dames zagen er prachtig uit en werden zelfs op het podium geroepen.

De Gujarati dans is met twee stokjes die de dansers tegen elkaar aanslaan. De basisdans is niet moeilijk en nadat een groepje jongens het ons had uitgelegd hebben we de hele avond meegedaan. Het was het eerste feest waarbij ik mensen echt uit hun dak zag gaan. Het was ook de eerste keer dat ik jongens en meisjes samen zag dansen. Natuurlijk raakten ze elkaar niet aan. Het was ook heerlijk om een avond lang met Indiase jongens te dansen en te praten en gewoon een keer niet versierd te worden.

Hoe anders was dit tijdens Dashara, het volgende festival afgelopen woensdag. Daar heb ik het gebrek aan respect voor de vrouw onder een groot deel van de mannelijke bevolking letterlijk aan den lijve mogen ondervinden. Tijdens dit festival worden reuzachtige poppen van wel twintig meter hoog die de voorgaande dagen zijn opgebouwd in brand gestoken. Dit symboliseert een episode uit de Hinduistische mythologie waarbij de god Ram een reuzachtige demon verslaat, of, op een abstracter niveau, de overwinning van het geode over het kwade. Dit alles gaat gepaard met veel prachtig vuurwerk.

Ik en twee van mijn huisgenootjes gingen naar een groot park waar dit op zn grootst gevierd werd. Terwijl het donker werd verzamelden duizenden mensen zich hier. De sfeer was gemoedelijk, met veel jongeren en ook gezinnen die in het gras zaten te wachten op wat komen ging. Toen het vuurwerk begon stond iedereen op een werd het een enorm gedrang. Pas toen ik de eerste hand in mn kont voelde graaien viel het me op dat alle gezinnetjes als sneeuw voor de zon waren verdwenen en we geheel door mannen omringd waren. Het bleef niet bij die ene hand en het irritante was dat je nooit wist wie van de greinzende eikels het was. Achteraf bleek dat wij drieen nog geluk hadden gehad: twee van mijn andere huisgenootjes waren door veel meer mannen belaagd en betast.

De verhouding tussen mannen en vrouwen blijft een favoriet onderwerp van gesprek tussen westerlingen en Indiers, en een onderwerp van wederzijds onbgrip in de letterlijke zin van het word – niet-begrijpen. Lichamelijk contact tussen mannen en vrouwen in het openbaar is ongehoord. Ook meisjes onderling raken elkaar nauwelijks aan. Terwijl mannen en jongens regelmatig arm in arm rondlopen of zitten, als teken van vriendschap. Regelmatig zie ik dus twee mannen arm in arm, die je allebei met een ranzige blik van top tot teen zitten aan te staren, om elkaar vervolgens aan te stoten en een met flinke rochel tabak uit te spugen. Wat dat betreft is mijn visuele handicap echt een voordeel, de helft van de tijd vallen de blikken mij niet op. Hoewel ik toch niet echt een klef persoon ben moet ik echt op mezelf letten om jongens niet aan te raken, omdat dat snel verkeerd begrepen wordt.

Wat mij betreft is dit alles het gevolg van het feit dat vrouwen als minderwaardig worden beschouwd, dat meisjes worden afgeschermd van jongens om hun eer te bewaren, dat het hebben van vriendjes tijdens de pubertijd volstrekt uit den boze is terwijl de gemiddelde huwelijksleeftijd in de stad stijgt, om maar niet te spreken van het feit dat mensen hun eigen partner niet kunnen uitzoeken. Gecombineerd met een volstrekt vertekend beeld van de westerse moraal en de westerse vrouw gebaseerd op Amerikaanse videoclips op MTV waarbij sterren permanent omringd wordt door een schare vrijwel naakte vrouwen, en een andere opvatting van wat fatsoenlijke kleding is (blote schouders zijn hier heel aanstootgevend, terwijl een blote buik volstrekt geaccepteerd is), leidt dit tot zulk soort excessen.

Voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je je ouders je levensgezel laat uitzoeken. Voor hen is het even onbegrijpelijk dat je ouders het hebben van vriendjes geen probleem vinden, het soms zelfs aanmoedigen en maar in zeer beperkte mate inspraak hebben in de huwelijkspartner. Dat sommige mensen samenwonen en het trouwen maar helemaal achterwege laten wordt hier nauwelijks geloofd.

De zus van mijn collega gaat binnenkort trouwen. Tijdens Dashara heeft ze haar toekomstige echtgenoot voor het eerst gezien. De volgende keer zal waarschijnlijk tijdens het huwelijk zelf zijn. Stralend en met twinkelende ogen probeerde ze me dit met handen en voeten duidelijk te maken toen ik haar later die week opzocht, zich ondertussen vergapend aan mijn nieuwe indiase outfit, geheel volgens de mode van de meest recente Bollywood-hit. Het was een leuke jongen, zei ze, en dat ze haar ouderlijk huis binnenkort moet verlaten en haar baan moet opzeggen om meer dan 200 km verderop bij haar schoonfamilie in te trekken vond ze geen probleem. Het gearrangeerde huwelijk is geen slecht of verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.

Het beste voorbeeld van cultureel onbegrip vond ik dicht bij huis, in het restaurant waar we de laatste tijd vaak gaan eten. De tafels daar zijn al gedekt met bordjes en bestek als je aanschuift op de lange banken. De eerste keer dat ik daar kwam viel het me op dat het bestek verkeerd om lag. Gedachteloos verlegde ik het bestek. De volgende keren verbaasde ik me er weer over en verplaatste ik het bestek steeds met een glimlach. En stiekem wat nare gedachtes over die gekke Indiers die met tien man personeel nog niet eens in staat zijn om een tafel fatsoenlijk te dekken… ach, dat krijg je met mensen die gewend zijn met hun handen te eten… Totdat ik het systeem eindelijk begreep. Het bordje ligt niet tussen het mes en vork in, maar ernaast, bedoeld voor chapatti’s (het soort van brood dat bij elke maaltijd gegeten wordt). Niet zij zaten fout, maar ik zat letterlijk fout. Het is geen verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.

Afgelopen vrijdag ben ik onverwachts weer naar Jodhpur afgereisd. Morgenavond ga ik dan toch waarschijnlijk echt op mn eerste echte fieldtrip. Meer hierover in mijn volgende verhaaltje!

Sunday, October 2, 2005

Himalaya's

Hoi!

Het is weer hoog tijd voor een update!

In mijn vorige weblog had ik genoemd dat er een mevrouw van Novib langs zou komen bij onze organisatie, maar dat ze had afgezegd. Nou, ze kwam toch! In allerijl moest er op het laatste moment nog van alles geregeld worden, maar uiteindelijk was alles erg goed gegaan. Nu is het maar afwachten of HEDCON in aanmerking kan komen voor financiering van Novib.

De mevrouw van Novib was nauwelijks vertrokken of ik stapte samen met Jacobine in de trein naar Amritsar. Dat was een negentien uur lange treinreis hier vandaan. Ik vind in de trein reizen hier geweldig. Ik reis altijd tweede klas, wat betekent dat je een sleeper bank hebt zonder airco. De wagon is niet onderverdeeld in coupe's zoals in Europese nachttreinen. Alle ramen zijn open, evenals de treindeuren. Als buitenlander ben je natuurlijk een enorme attractie. Vaak is dat leuk: moeders willen dat hun kind bij jou op schoot komt zitten, ze willen met je op de foto, maken een praatje. Minder leuk is de aandacht van mannen. Binnen de kortste keren heeft zich een publiek van een man of vijf om je heen verzameld, die je eindeloos met open mond en een ranzige blik aan zitten te staren.

Tijdens de reis trekt een eindeloze stroom verkopers voorbij. Chai (Indiase thee), koffie, sandwiches, fruitsalades, alles wordt langsgedragen en aangeprezen met en een typische jel die alle verkopers gebruiken. Dan zijn er natuurlijk nog de 'gewone' bedelaars, meestal zwaar gehandicapt, die vaak kruipend om een paar roepies vragen. Schoenpoetsertjes, een man die ongevraagd de vloer schoonmaakt en daar geld voor vraagt, je kan het zo gek niet verzinnen of het komt voorbij.

In Amritsar staat de Golden Temple, de heiligste tempel van de Sikhs. De Sikhs knippen hun haar nooit en je kan hen herkennen aan hun prachtige tulbanden. Het Sikhisme is een mengvorm tussen het Hinduisme en de Islam. Het Sikhisme is onder andere ontstaan uit verzet tegen het kastesysteem, en een van de manieren om dat uit te drukken is dat iedereen gratis kan slapen en eten in elke tempel van de Sikhs (binnen het kastesysteem kunnen verschillende kasten niet samen eten). In de Golden Temple wordt er dagelijks voor meer dan dertigduizend mensen eten gemaakt.

Gratis eten en onderdak konden wij ons als Nederlanders natuurlijk niet laten ontzeggen. Ook wij hebben geslapen in de tempel en hebben bij de Sikhs aangeschoven voor het avondeten en het ontbijt. In een grote zaal gaan iedereen in lange rijen in kleermakerszit zitten, terwijl mensen langslopen om het eten uit te delen. De tempel zelf is een enorm complex, met een grote binnenplaats met een vijver. In die vijver staat de eigenlijke tempel, die, inderdaad, van goud is. In die tempel ligt overdag het heilige boek van de Sikhs. Daar wordt de hele dag uit voorgelezen, op een zangerige toon, begeleid door muziek. Door middel van luidsprekers is dat door het hele complex te horen, wat een hele vredige atmosfeer creeert. Het tempelcomplex is werkelijk ongelooflijk mooi.

Van de langharige Sikhs reden we de volgende dag in een vreselijk brakke bus naar de kale Boeddhistische monniken in de Himalaya's. Ik ben NIET naar Tibet geweest, zoals sommigen van mijn trouwe lezertjes dachten. Tibet is niet erg gezellig. Je kan er alleen binnenkomen als je accepteert dat je 24 uur per dag begeleid word door een Chinese gids, die bepaalt met wie je praat en waar je naartoe gaat. In 1959, na de "bevrijding" van Tibet door China, is de Dalai Lama gevlucht voor de Chinezen en heeft hij asiel aangevraagd in India.

Onze reis voerde naar McLeod Ganj, waar de Tibetaanse regering in ballingschap nu zetelt, en waar de Dalai Lama ook woont. In deze regio wonen ook veel gemeenschappen van Tibetaanse vluchtelingen. In McLeod zijn ook veel Tibetaanse monniken, in hun typische rode gewaden, die in en om het gebouw van de Tibetaanse regering in ballingschap wonen. Dit gebouw is vrij toegankelijk voor iedereen, en wij zijn daar dan ook naartoe geweest. Helaas was de Dalai Lama zelf niet aanwezig. Bij het gebouw was ook het Tibet museum, wat een erg indrukwekkend verslag gaf van wat er met Tibet is gebeurd na de invasie van China.

Ook zijn we naar een Gompa geweest, een Tibetaans klooster. Toen we daar aankwamen was er juist een gebedssessie aan de gang. Wat een geluid, met die typische grote Tibetaanse hoorns en slagwerk, prachtig en magisch.

Mc Leod zelf is een grote toeristische attractie, vol met verdwaalde hippies op zoek naar zichzelf. Het geeft een typische sfeer, volstrekt niet "Indiaas". Er bestaat ook een backpackersmode, een vreemde mix tussen hippiestijl en Indiaas. In de steden waar veel backpackers komen stikt het van de winkeltjes met hippiekleding, waar geen indier zich ooit in zou wagen.

Jacobine en ik hebben ook veel gewandeld in de bergen. Na 2,5 maand Jaipur was ik aartslui geworden en vond ik tien minuten naar de bus lopen al een enorme opgave. Het was heerlijk (en pijnlijk) om weer eens wat lichaamsbeweging te hebben, en de natuur was prachtig. Als je tenminste een stuk uit de bewoonde wereld loopt. Want ook in de Himalaya's groeit het afvalprobleem. Het echt schokkend om te zien hoe de prachtige natuur verpest wordt door bergen stinkend afval en zwerfvuil.

Na een paar dagen McLeod gingen we verder naar Manali. Ook dat is een belanrijk toeristisch centrum. Naast veel Indiase toeristen waren de hippies ook hier in ruime hoeveelheden aanwezig. En maken ze uitgebreid gebruik van geestverruimende middelen om zichzelf te vinden. Wij lieten de toeristenkit van Manali voor wat het was en settelden in Vashist, een klein schattig dorpje in de buurt. Ook daar hebben we weer stevig gewandeld.

Op de laatste dag zijn we op stap geweest met een Tibetaanse jongen die we bij een tempel in Manali waren tegengekomen. Hij bracht ons naar een Tibetaans klooster hoog in de bergen. Wat een toplocatie, daar raak je direct al in hoger sferen. Hier waren meer dan honderd vrouwelijke monniken aan het mediteren. Ik vond het een ongelooflijk bijzondere ervaring om mee te mogen maken.

De Tibetaanse jongen had hierna nog een verrassing voor ons in petto, een bezoekje aan de filmset van een Bollywood film! En het leuke was dat de actuers en regisseurs ons als buitenlanders minstens even interessant vonden als wij hen. Zodra een van de acteurs mij opmerkte stond hij erop dat ik op zijn paard klom, wat ik mij natuurlijk niet liet ontzeggen! Ook hebben we een praatje gemaakt met de schrijver en de regisseur van de film.

Na meer dan 24 uur hobbelen op de achterbank van verschillende bussen arriveerden we weer veilig in Jaipur. Inmiddels heb ik alweer een werkweek achter de rug. Mijn baas had een nieuwe opdracht voor mij in petto: het maken van een evaluatie van een groot ontwikelingsproject. Volgende week ga ik samen met mijn baas op field trip om informatie te verzamelen. Waarschijnlijk zitten er de komende weken nog wel meer fieldtrips aan te komen. Ik heb de afgelopen maanden zoveel geschreven over het leven in de woestijn, dat ik er erg naar uitkijk om het met eigen ogen te zien.

O en last but lot least, India is leuk, maar er zijn grenzen: Sinterklaas mag ik natuurlijk niet missen! 4 december zal ik daarom weer voet op Nederlandse bodem zetten.