Sunday, August 21, 2005

Jaipur

Hoi!

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een nieuw bericht geplaatst heb. Deze keer geen spannende reisverhalen, aangezien ik afgelopen weekend in Jaipur ben gebleven. Ook dit weekend ben ik thuis gebleven. Toch heb ik het erg druk gehad, elke avond was er wel iets te beleven.

Laat ik beginnen met iets over mijn werk te vertellen. Mijn eerste opdracht was het schrijven van een brochure voor mijn organisatie, bedoeld om buitenlandse fondsen te werven. Enkele weken terug heb ik dat afgerond, en ik ben best trots op het resultaat. Mijn brochure gaat nu de hele wereld over, naar organisaties die ik via het internet heb gevonden en die misschien bereid zouden zijn de projecten van mijn organisatie te steunen. Daarnaast heb ik enkele artikelen en studies nagekeken en aangepast. Vaak krijg ik de stukken aangeleverd wanneer er nog erg veel aan moet gebeuren, zowel op het gebied van spelling en grammatica als structuur. Regelmatig schrijf ik hele stukken opnieuw of voeg ik stukken toe.

\Sinds vorige week ben ik bezig met het schrijven van projectvoorstellen. Tot nu toe ben ik vooral bezig geweest met een voorstel voor een project over de bestrijding van de longziekte Silicosis onder mijnwerkers. De mijnindustrie is na landbouw en veeteelt de belangrijkste bron voor werkgelegenheid in Rajasthan. Er zijn ongeveer twee miljoen mijnwerkers, die onder abominabele omstandigheden moeten werken. Er is een totaal gebrek aan faciliteiten in de mijnen zoals toegang tot drinkwater, schaduw, toiletten etc. De mijnwerkers worden zwaar onderbetaald en verdienen vaak slechts 1 euro per dag (de vrouwen die in de mijnen werken verdienen nog minder). De gezondheid van mijnwerkers is slecht door zaken als slechte voeding, verslavingen en blootstelling aan schadelijke stofdeeltjes in de mijnen. Er worden geen voorzorgsmaatregelen genomen om de mijnwerkers te beschermen tegen het inademen van de schadelijke stofdeeltjes, die longziekten zoals Silicosis veroorzaken. Naar schatting een half miljoen mijnwerkers heeft last van de verschijnselen van deze ziekte.

Het project dat we nu ontwerpen wil eerst onderzoek doen naar de oorzaken van de hoge prevalentie Silicosis en een methode of actieplan ontwikkelen om deze ziekte te bestrijden. Vervolgens wil mijn organisatie, gewapend met deze studie, organisaties en vooral overheidsinstellingen ertoe bewegen om maatregelen te nemen ter bestrijding van Silicosis. Het is de typische aanpak van mijn organisatie, eerst "research" en vervolgens "advocacy".

Mijn baas had een eerste versie geschreven met de hoofdlijnen, en gezamenlijk maken we er een volledig voorstel van. Ik vind het echt superleuk om te doen, en ook best een uitdaging om het helemaal goed te krijgen. Inmiddels is er weinig van het oorspronkelijke voorstel over, en heb ik het helemaal overnieuw geschreven. Wat ook fijn is, is dat mijn baas mijn kritiek en inbreng erg waardeert.

In tegenstelling tot andere ngo's (mijn kamergenootje doet regelmatig een dutje op haar werk!), wordt er bij mij op kantoor stevig doorgewerkt. Maar overwerken zal ik mij hier niet, al is het alleen al vanwege het grote aantal vrije dagen die ik de laatste tijd heb. Eerst had ik al een lang weekend vrij gekregen voor mijn woestijnavontuur. Afgelopen weekend was weer een lang weekend, omdat het afgelopen maandag Onafhankelijkheidsdag was. En vrijdag was weer een vrije dag, in verband met Raki, een Hinduistische feestdag. Dat is een feestdag waarbij de band tussen broer en zus centraal staat. Ze geven elkaar kadootjes, waaronder een armbandje dat geluk moet brengen. Omdat ik dus zoveel vrij had de laatste tijd, en misschien binnenkort wel weer eens een paar dagen vrij wil hebben om een trip te maken, ben ik gister ook maar gaan werken, op zaterdag dus.

Een paar weekends in Jaipur gaven me de gelegenheid om de stad waar ik al ruim anderhalve maand verblijf eindelijk eens echt te verkennen. Ik woon een behoorlijk eind uit het centrum van Jaipur, en wanneer ik doordeweeks avonds thuis kom is het eigenlijk al te laat om te gaan sightseeen, aangezien het al om half acht donker wordt. Zo is het gekomen dat ik pas vorig weekend het ommuurde centrum van Jaipur, de Pink City, goed heb bekeken. Pink, omdat alle gebouwen een soort van roze zijn geschilderd. Tijdens een bezoek van de Prince of Wales was dit als eerbetoon gedaan, en sindsdien is de traditie in ere gehouden. De Pink City bestaat uit brede, rechte lanen. Het viel me eigenlijk een beetje tegen, het is gewoon een onderdeel van de grote, drukke, vieze stad, maar dan in vuil-roze. Wel ontelbaar veel winkeltjes, waar de prachtigste dingen verkocht worden. En natuurlijk heeft Jaipur een paar indrukwekkende attracties, waar ik er inmiddels een paar van heb gezien.

Vorige week zaterdag ben ik naar Jantar Mantar, een observatorium geweest. Dat is in de eerste helft van de 18e eeuw gebouwd door de maharaja die ook Jaipur heeft gesticht. Het bestaat uit een groot terrein met enorm grote stenen instrumenten om de positie en eclips van hemellichamen te bepalen. Er staat onder andere de grootste zonneklok ter wereld, zo'n dertig meter hoog. De schaduw van deze zonneklok beweegt 4 meter per uur. Maar natuurlijk hadden wij een van de weinige bewolkte dagen uitgezocht om deze atractie te bezoeken. De verzameling stenen bouwsels in de meest vreemde vormen was een surrealistisch gezicht.

Zondag hebben we afscheid genomen van ons Engelse huisgenootje, snik! Binnen nu en een paar weken zal iedereen met wie ik tot nu toe heb gewoond, en veel van de mensen met wie ik heb gereisd, verdwenen zijn, en dat is best vreemd. Natuurlijk komen daar weer nieuwe mensen voor in de plaats. Voor mijn Engelse huisgenootje is een leuk Pools meisje gearriveerd. Maar je moet steeds blijven investeren in nieuwe contacten, want het verloop in de aiesec-populatie is groot.

Maandag, op Onafhankelijkheidsdag, ben ik maar weer eens een fort gaan bezoeken, even buiten Jaipur. Dit fort, Amber Fort, was een stuk kleiner in vergelijking met die ik eerder had gezien, maar wel erg mooi. De grote attractie van dit fort is dat er olifanten zijn die je de heuvel op naar het fort kunnen brengen. Maar aangezien deze olifanten niet al te best behandeld worden hebben we dat maar niet gedaan. Behalve olifanten waren er ook enorm veel bedelaars: schurfterige kinderen in vodjes, oude vrouwen, gehandicapten.

Afgelopen vrijdag ben ik met een Nederlandse trainee op zijn scooter Jaipur uitgereden, naar een tempelcomplex even buiten de stad. In de volksmond heet het Monkey-temple, omdat er, inderdaad, honderden aapjes rondspringen. En dat zijn niet de enige dieren, ook koeien, ezels en geitjes liepen er rond. Het geheel werd er niet bepaald schoner op. We hadden aardig wat rondgetourd op de scouter, die in niet al te beste staat was en het steeds bijna begaf. Maar op een lekke band na heeft ie het gehouden. Beiden behoorlijk verbrand kwamen we weer thuis.

Inmiddels ben ik redelijk gewend aan het leven in Jaipur. Ik kan me nog steeds totaal niet orienteren in de stad, maar dat ligt vooral aan een volledig gebrek aan richtingsgevoel en het feit dat ik me voornamelijk per bus en rikshaw door de stad vervoer. Maar voor de dagelijkse dingen, zoals het verkeer, het pingelen voor een rikshaw, het afslaan van opdringerige mannen, verkopers en bedelaars enzovoort, draai ik mn hand niet meer om.

Toch zijn er elke dag weer dingen die me verbazen of verassen. Voorbeeld: op een dag lag er bij mij in de straat een dode hond, waarschijnlijk aangereden, half bedekt met een stuk stof. Op zich al iets wat ik niet gewend ben tegen te komen. Ik vroeg me af wat er nu met de hond zou gebeuren, wie zou hem komen ophalen? De volgende ochtend lag de hond er nog steeds, in de volle zon, en begon inmiddels flink te stinken (inderdaad, de geur van ontbindend vlees maakt onmiddellijk misselijk). Wel was er een cirkel van steentjes omheen gelegd. Die avond was de hond verdwenen, en lag er een hoopje as tussen de stenen. Zo kan het natuurlijk ook.

Ander voorbeeld: een paar weken terug was Manu, de jongen bij wie wij wonen, jarig. Ik en mijn huisgenootjes waren uitgenodigd op de viering s avonds. Met lichte tegenzin, een taartetende horde familieleden verwachtend, ging ik er naartoe. Mis! We waren uitgenodigd voor een Pudja, een traditionele Hinduistische verjaardagsviering. De familie zat om een vuur op het balkon, uit het hoofd mantra’s reciterend. We kregen een stoffen arbandje om (brengt voorspoed) en mochten meedoen met het ritueel. Geweldig!

Zo kan ik nog wel even doorgaan, van de ontdekking van een cafe met het uiterlijk van een exacte kopie van een Irish Pub, tot een afspraak om bij mijn collega te gaan eten die pas op het moment dat hij me bij mijn huis afzet toch geen afspraak blijkt te zijn.

Hoe meer ik over dit land leer, hoe minder ik ervan begrijp. De tegenstrijdigheden zijn enorm, eigenlijk is het bestaan van tegenstrijdigheden naast elkaar een van de kenmerken van de cultuur. De contrasten zijn enorm: bicycle riksaws tegenover de MacDonalds, of vrouwen in de meest prachtige sari s, behangen met goud, die een roepie naar een bedelaar gooien zonder hem zelfs maar een blik waardig te gunnen.

Dan moet ik nog mijn belofte nakomen over de positie van de vrouw in Rajasthan. Nou, die is dus kut. "The birth of a boy is celebrated for days, while the death of a girl is not even bemoaned for a day", zoals een van de publicaties van mijn organisatie het stelt. Meisjes zijn ongewild, omdat zij de familie alleen maar geld kosten. Er moet namelijk een enorme bruidsschat betaald worden wanneer ze gaat trouwen, en daarna gaat ze bij de familie van haar echtgenoot wonen. De bruidschat is zo groot dat het menig familie diep in de schulden heeft gebracht.

Meisjes trouwen vaak jong. Vooral op het platteland is het niet ongewoon als een meisje op haar veertiende al trouwt, en tien of elf jaar komt ook voor. Een moeder van twintig met twee kinderen is niets ongewoons. De wens voor een zoon is zo groot dat girl infanticide, of zijn moderne equivalent, abortus van een meisje, vaak voorkomt. Zo vaak zelfs dat het aantal vrouwen significant lager is dan het aantal mannen. De achtergestelde positie van vrouwen is overal zichtbaar: vrouwen zijn vaker ondervoed, krijgen minder onderwijs, en hebben geen macht.

Onder bepaalde hogere bevolkingsgroepen is de traditie van purdah, afzondering van de vrouw, nog in zwang. Deze vrouwen lopen in het openbaar met een sluier over hun gezicht. Vooral op het platteland is de situatie voor vrouwen zwaar. Zij moeten bijvoorbeeld dagelijks kilometers lopen om water te halen. Ook sterven er nog erg veel vrouwen in het kraambed door een gebrek aan gezondheidszorg en kennis over hygiene. Maar dit betekent natuurlijk niet dat alle vrouwen het hier slecht hebben. Vooral hier in de stad zijn er ook veel vrouwen die werken en onafhankelijker zijn. En in andere delen van India is de positie van de vrouw veel beter.

Dat was het wel weer voor nu,
Doeg!


No comments: