Thursday, November 17, 2005

Een groot feest

November is tot nu toe een groot feest geweest. Het begon met Divali, het kerstmis en nieuwjaar van India. De rede voor de lange stroomstoringen waar ik het eerder over had werd al snel duidelijk in de aanloop naar Divali: er moest electriciteit opgespaard worden. Dit feest heet niet voor niets het festival van het licht, en de Pink City, het centrum van Jaipur, was veranderd in een zee van licht. Ook alle huizen waren behangen met verlichting, hoe meer kleurtjes en knipperende lampjes hoe beter natuurlijk. In veel huizen werden ook de vloeren beschilderd met figuren, ook bij ons thuis. Daarnaast gaat Divali gepaard met vuurwerk - heel veel vuurwerk. Daar kunnen wij in Nederland met Oud en Nieuw niet aan tippen, vooral ook omdat Divali meerdere dagen duurt, en elke avond een achterlijke hoeveelheid kruit de lucht ingaat.

Op de belangrijkste avond van Divali was ik bij mijn collega thuis uitgenodigd. Eerst gingen we naar ons kantoor om daar een puja, een gebedsritueel uit te voeren. Een belangrijk deel van het festival draait namelijk om Lakshmi, de godin van het geld, en het is natuurlijk erg belangrijk om haar ook op kantoor gunstig te stemmen. Elke puja gaat gepaard met het plaatsen van een rode stip met een paar korrels rijst op het voorhoofd, en een rood-geel gestreept touwtje om de pols. Op kantoor werden ook de computers betrokken in het ritueel: elk beeldscherm kreeg een rode stip, en het snoer van de muis kreeg een touwtje omgebonden!

Bij mijn collega thuis werd ik volgestopt met zoetigheid, een andere vaste gewoonte van Divali. Verder was het een groot komen en gaan van vrienden en familieleden. De vrouwen waren stuk voor stuk op z'n allermooist gekleed in met goud bestikte sari's en behangen met gouden juwelen. Ik had m'n best gedaan met m'n nieuwe Divali outfit, maar ik viel natuurlijk in het niets bij al deze pracht.

De kruitdamp was nauwelijks opgestegen of het volgende feest stond alweer voor de deur: ik werd 25! Ik wil iedereen in Nederland die mij verjaardagskaarten, -pakketten, -smsjes en -telefoontjes heeft gestuurd heel erg bedanken, of ze nou aangekomen zijn of niet! Weten dat er 5000 km verderop zoveel mensen aan je denken is fantastisch. Ik heb een topdag gehad. De avond voor mijn verjaardag heb ik doorgebracht in een hippe tent waar ik mijn nieuwe levensjaar kon inluiden met een glas wijn, de eerste in vier maanden! Mijn huisgenootjes hadden een taart met 'Happy Birthday Meinke' erop geschreven geregeld, ik heb een paar cd's met religieuze Hinduistische muziek gekregen en een Nederlands vriendinnetje had een Viva en een half rolletje Venco op de kop weten te tikken, dus mijn avond kon niet meer stuk.

Mijn verjaardag was tevens de laatste dag van mijn stage. Ondanks dat ik mijn laatste opdracht niet zo geslaagd vond, heb ik het toch heel erg naar mijn zin gehad bij HEDCON en heb ik ongelooflijk veel geleerd. Hoewel ik het niet erg vond dat ik nu verlost was van de evaluatie, vond ik het toch hee jammer dat mijn tijd bij deze organisatie af was gelopen. Uit het feit dat mijn baas mij op de valreep praktisch een baan aanbood kan ik opmaken dat hij het ook wel jammer vond dat ik wegging.

De volgende dag weer een feest: de verloving van de zus van mijn collega! Deze keer had ik geen halve maatregelen genomen en verscheen ik in een rood met gouddraad bestikte sari. Behalve dat ik soms het idee had dat ik meer aandacht kreeg dan de bruid was het geweldig. Klein detail van de Indiase gewoontes rondom verlovingsfeesten: hoewel er zo'n 35 familieleden van de kant van de schoonfamilie waren, schitterde de bruidegom zelf door afwezigheid! Toen het stel elkaar begin vorige maand voor het eerst zag, werd al direct besloten dat dit het zou worden. Op dat moment werden de verlovingsringen al uitgewisseld. De eerstvolgende keer wanneer het stel elkaar weer zal zien is tijdens de trouwerij, niet eerder. De verlovingsceremonie is eigenlijk gewoon een grote uitwisseling van kado's, om de band tussen beide families te bezegelen. Zo kregen alle vrouwelijke leden van de schoonfamilie sari's, de mannen kregen dekens en tafelkleden. De schoonfamilie verschafte de bruid tien nieuwe sari's, en gouden ringen, kettingen, enkelbandjes en armbanden. Er werd nog veel meer uitgewisseld.

De dag daarna zat ik om zeven uur 's ochtends in de bus op weg naar het volgende festijn, het kamelenfestival in Pushkar. Wat een gekkenhuis, geweldig! Tienduizenden mensen kwamen hier opaf: pelgrims die een bad nemen in het heilige meer van Pushkar, de meest bizar uitgedoste Sadhus (mensen die hun wereldse bezittingen hebben opgegeven om verlichting te vinden en bedelend rondtreken), eindeloos veel bedelaars, velen vreselijk gehandicapt, toeristen en fotografen uit alle windstreken, natuurlijk heeeeel veel kamelen en... Anita, een vriendinnetje uit Utrecht die met haar zus door India aan het reizen is. Samen met hen heb ik een paar dagen door Pushkar gestruind.

De afgelopen paar dagen heb ik hen door 'mijn' Jaipur mogen rondleiden. Dat kwam prima uit, want hoewel ik de afgelopen paar maanden heel Rajasthan heb doorkruisd, had ik van de stad waar ik woon alle touristische dingen nog maar weinig gezien. Dus hebben we een paar forten aan de rand van de stad bekeken, een mooie tempel en het stadspaleis. Maar de dames waren vooral erg onder de indruk van de shopping-heaven van de pink city van Jaipur en...tada... van mijn gedrevenheid in het afdingen!

Hoewel ik dus volop aan het genieten ben van mijn laatste weken in India, ben ik me ook zeer bewust dat het einde van mijn verblijf hier heel snel nadert. Natuurlijk heb ik zin om mijn familie en vriendje en vriendinnetjes weer te zien, maar ik vind het toch vooral erg jammer dat dit avontuur ten einde gaat komen. Ik doe nu veel dingen 'voor het laatst'. Zo had ik gisteravond mijn laatste 'trainee dinner', het wekelijkse etentje met alle aiesec-trainees. Volgende week ga ik met een paar huisgenootjes op mijn laatste trip, naar Mumbai (Bombay) en Goa (het strandoord van India). Daarna kom ik nog even terug naar Jaipur om mijn spullen op te halen, en dan zal het feest hier in India voor mij tot een einde komen.

Saturday, October 29, 2005

Field Trip 2

"Light nehi he" - er is geen electriciteit, was de themaspreuk op mijn stage twee weken terug. Elke dag waren er meerdere langdurige stroomstoringen. Zonder electriciteit is er weinig te beginnen op kantoor.

Nu was ik sowieso al niet al te productief die week. Ik was bezig te schrijven aan de evaluatie waar ik het de vorige keer over gehad heb. Maar door een vrijwel volledig gebrek aan documentatie over het project had ik weinig om te evalueren. Ik was behoorlijk ontevreden over de manier waarop het allemaal ging met deze evaluatie.

Op vrijdagmiddag, terwijl ik tijdens weer een stroomstoring mijn tijd zat te doden met een boekje, kwam er onverwachts een einde aan de lamlendigheid. De schoonmoeder van mijn baas (die van de organisatie waarvan we het project evalueerden) nodigde mij uit voor een bijeenkomst van Sarvodaya-aanhangers dat weekend. Sarvodaya is een soort beweging van mensen die de filosofie van Gandhi proberen voort te zetten. (Kleine opfriscursus Gandhi: geweldloos verzet, afwijzing van het kastensysteem, ontwikkeling van India begint op het platteland en bij de allerarmsten). De bijeenkomst was in een dorpje enkele tientallen kilometers van Jodhpur vandaan.

Ik denk dat ik het als een grote eer moest beschouwen om hiervoor uitgenodigd te worden, en aangezien ik toch niet veel te doen had, nam ik de uitnodiging aan. Twee uur later zat ik samen met mijn baas in de trein naar Jodhpur. De volgende ochtend vertrokken we naar het dorpje waar de bijeenkomst zou plaatsvinden. Mijn vrees werd bewaarheid, de bijeenkomst bestond uit eindeloze speeches, geheel in het Hindi, waardoor ik me stierlijk zat te vervelen. Het probleem van de taalbarriere zou de komende tijd alleen nog maar duidelijker worden.

Het lichtpuntje van die dag was een kleine wandeling door het dorpje met Alka die bij de organisatie werkt en een paar kinderen. Daar maakte ik voor het eerst kennis met het kinderhuwelijk. "Hij ziet zijn vrouw best vaak", zei Alka op een gegeven moment wijzend naar een van de jochies die met ons meeliep. Ik glimlachte vaag, er vanuit gaand dat ik haar verkeerd begrepen had. Maar nee, dit jochie van zeven was echt al vier jaar getrouwd met een meisje uit een dorpje in de buurt. Hoewel het verboden is, gebeurt dit regelmatig op het platteland. Een van de redenen voor dit vroege trouwen is dat de bruidsschat dan niet groot is. De familie van het meisje is dan eerder van de last van het meisje verlost, zij is deels al de verantwoordelijkheid van de schoonfamilie geworden. Vaak gebeurt het dat meerdere kinderen tegelijk getrouwd worden, voornamelijk om kosten te besparen. Het moet een bijzonder gezicht zijn, een massatrouwerij van peuters.

's Avonds na het eten kwam mijn baas naar mij toe, met de mededeling dat de field trip die we voor anderhalve week later hadden gepland wegens schimmige redenen niet door kon gaan. En of ik het geen probleem vond om vanaf deze bijeenkomst gelijk door te gaan op field trip voor een week. Dat vond ik wel een probleem, allereerst omdat ik geen kleren, lenzenspullen en malariapillen bij me had voor anderhalve week, ten tweede omdat ik de verjaardag en het vertrek van mijn Poolse kamergenootje die inmiddels een hele goede vriendin was geworden zou missen, en last but not least omdat we volstrekt niet voorbereid waren voor de evaluatie in het veld. Nog steeds had ik nauwelijks documentatie over het project en, klein detail, alle vragenlijsten moesten nog gemaakt worden. Maar mijn baas wuifde al mijn bezwaren weg: "Don't worry, that is not a problem, that hardly matters and we can discuss it later." Het waren zinnen die ik de komende week nog heel vaak uit zijn mond zou horen op momenten wanneer ik vond dat er grote bezwaren waren die er wel degelijk toe deden.

De volgende dag was ik in ieder geval wel verlost van de bijeenkomst, en kon ik vragenlijsten gaan samenstellen. Out of the blue maar wat zitten verzinnen, geen idee wat we nou eigenlijk wilde weten en hoe je dat zou moeten vragen. De afgelopen week had ik gedurende de stroomstoringen een boek gelezen over verschillende redenen waarom de armoede van het platteland in ontwikkelingslanden door bijna niemand begrepen wordt. "Most people dealing with rural development are outsiders. Outsiders are people concerned with rural development that are themselves neither rural nor poor. [...] Outsiders underperceive rural poverty. [...] The direct rural experience of most urban-based outsiders is limited to brief and hurried visits from urban centers, of rural development tourism." Als er iemand in het plaatje van een 'outsider' paste, dan was ik het wel, Europees stadskind die nog nauwelijks een ezel van een geit kon onderscheiden. Hoe wist ik nou wat relevante vragen zijn voor een woestijnbewoner wiens enige bronnen van inkomsten een stukje zandland en een paar geiten zijn?

Later bleek dat mijn baas niet eens tijd maakte om mijn geimproviseerde vragen te bekijken voordat we op stap gingen. Ik begon hoe langer hoe meer te balen, en voor het eerst maakte zich een echte ik-haat-india-stemming zich van mij meester. Alles ging me tegenstaan: mijn baas met wie ik het tot een paar weken terug prima kon vinden en nu alles verkeerd aanpakte, het eindeloze wachten op alles en iedereen, het weten dat er nog zoveel moet gebeuren maar afhankelijk van anderen zijn om iets gedaan te krijgen die het om jou volstrekt duistere redenen maar niet doen, al het Hindi om me heen, waardoor ik me als een autist voelde die nooit begreep wat er om zich heen gebeurt, het achterlijk vroege opstaan en niet eens een lekker biertje hebben om even stoom af te blazen. Toen op maandagavond de man van het project die ons zou begeleiden een half uur nadat we hadden moeten vertrekken vroeg of we het niet erg vonden om toch maar de volgende dag te gaan, dacht ik dat ik gek werd.

Maar de volgende dag begon mijn field trip dan toch echt. De volgende vijf dagen zou ik zo'n 15 afgelegen woestijndorpjes bezoeken. Ik heb heel veel gezien, en me tegelijkertijd heel erg verveeld. Mijn baas voerde alle interviews uit, maar vertaalde vrijwel niets van wat er gezegd werd voor mij. Zo bleef er voor mij weinig anders te doen dan foto's maken en naar de kinderen lachen. Ik had van tevoren niet verwacht dat mijn baas niets voor mij zou vertalen en me geen eigen rol in het geheel zou geven, en dat viel me vies van hem tegen. Ik heb heel veel mensen en hun diepe armede gezien, maar omdat zelden de kans kreeg om echt met ze te communiceren, bleef het aapjeskijkgevoel toch ook aanwezig.

Toch was het een unieke ervaring en heb ik ondanks alles heel veel gezien en geleerd. Het was goed om de dingen waarover ik gelezen had nu in het echt te zien. Nog steeds begrijp ik nauwelijks hoe mensen in staat zijn om in dit gebied te overleven. De armoede is echt onvoorstelbaar en kan ik ook niet goed beschrijven. Het was duidelijk zichtbaar dat er voor het tweede achtereenvolgende jaar sprake was van een droogte: de oogsten waren grotendeels mislukt en de akkers lagen er verdroogd bij, de vijvers waar mensen hun water halen waren opgedroogd. Over een paar maanden zullen veel mensen moeite krijgen hun vee te voeden en moeten ze torenhoge prijzen gaan betalen om aan drinkwater te komen.

Een van de ervaringen die me het meest ik bijgebleven was een bezoek aan een dorpje zo'n 10 km verwijderd van de weg. We interviewden daar een man in zijn hutje van zo'n 3x4m, die, naar later bleek ook dienst deed als basisschool. Ik had natuurlijk weer geen idee waar het gesprek over ging dus ik stapte naar buiten om wat foto's te maken. Inmiddels had zich een groepje kinderen in vodden verzameld die mij in volstrekte verbijstering aan zaten te staren. Later stroopte de man van het interview de mouw van een van de lief lachende meisjes op. Haar onderarm was gebroken, maar niet rechtgezet en scheefgegroeid, waardoor ze geen zware dingen meer kon tillen. Binnen een straal van 30km was er geen enkele medische faciliteit te vinden, wat voor deze mensen betekent dat gezondheidszorg eigenlijk onbereikbaar is. We zagen nog veel meer voorbeelden van de gevolgen van een gebrek aan gezondheidszorg en ondervoeding.

Eerder had ik gezien dat het bouwen van ziekenhuizen alleen niet voldoende was. We bezochten een ziekenhuis dat recentelijk door de organisatie gebouwd was. Het was het enige ziekenhuis in de wijde omgeving en diende voor zo'n 300 000 mensen. Het was niet groot en zag er voor Europese begrippen armzalig uit. Maar wat me nog het meest in het oog sprong was dat het vrijwel leeg was: er waren maar vier patienten. Dit kwam niet omdat iedereen hier heel gezond was. De meeste mensen kwamen 's ochtends en waren alweer vertrokken. Bovendien was er een personeelstekort, weinig dokters willen in zulke afgelegen en onherbergzame gebieden werken. Daarnaast is er een gebrek aan kennis onder de bevolking: de meeste dorpsbewoers hebben meer vertrouwen in de lokale medicijnman en gaan misschien pas naar het ziekehuis wanneer het te laat is. Dit nieuwe ziekenhuis moet dus nog het vertrouwen van de mensen winnen. Bovendien zijn veel mensen die wel naar het ziekenhuis willen, niet in staat om het te bereiken, zoals ik met eigen ogen heb gezien. Het zien van dit lege ziekenhuis was een van de vele voorbeelden voor mij die liet zien hoe ingewikkeld ontwikkelingsproblemen zijn.

De vriendelijkheid en gastvrijheid van deze mensen die niets hebben is ook ongelooflijk. Je kan hun huis niet verlaten zonder chai (indiase thee) te hebben gedronken en vaak staan ze erop je een uitgebreid en overheerlijk maal voor te schotelen. Ik was natuurlijk een extra attractie. Op een gegeven moment interviewde we een oude man op zijn land, die snel zijn vrouw riep. Later begreep ik dat hij zijn vrouw had geroepen om mij te komen bekijken: "anders zul je sterven zonder ooit een buitenlander gezien te hebben!" Beetje jammer alleen dat ik haar niet kon bekijken, omdat ze in purdah (de hoofddoek bedekt dan het hele gezicht) was. Soms interviewden we ook vrouwen in purdah, echt bizar om met een doek te praten.

Terug in Jodhpur ging ik nog met mijn baas naar de leider van een vakbond voor mijnwerkers. Deze man kwam uit de kaste van de 'onaanraakbaren'. Hij was naar een kapper gegaan die weigerde hem te knippen. Vervolgens werd hij bedreigd en zwaar beledigd door een grote groep mijneigenaren die zich verzameld had. Uiteindelijk moest hij vluchten om niet aangevallen te worden. Deze man liet dit echter niet over zijn kant gaan en wilde aangifte doen bij de politie. Op kastediscriminatie staan hoge straffen in India. Het probleem was alleen dat de politie na vier dagen de aangifte nog steeds niet had aangenomen. De mijneigenaren zijn te machtig en hebben de politie in hun broekzak. Mijn baas bracht de vakbondsleider in contact met journalisten van een paar grote kranten. De volgende dag stond er een artikeltje in een van deze kranten over het gebeurde, en onder druk van de media lijkt de zaak in beweging te komen. Maar de politie is zo corrupt als de pest. Bijvoorbeeld, hoewel de vakbondsleider tot tweemaal toe een geschreven aangifte had ingeleverd, ontkende de politie tegenover een van de journalisten gewoon glashard de man ooit gezien te hebben.

Inmiddels maakt iedereen zich hier in Jaipur op voor Divalli volgende week, het belangrijkste festival van het jaar. Het is het kerstmis van India, het feest van het licht en vuurwerk waarbij iedereen elkaar kadootjes geeft. Op straat hangen overal slingers en de winkels zijn prachtig verlicht. Het is het moment waarop de jaarlijkse grote schoonmaak plaatsvindt, en bij de familie boven ons wordt al ruim een week druk gepoetst. Ze staan er ook op dat wij beneden grote schoonmaak houden, iets waar wij met grote tegenzin aan gehoorzamen. Het overnemen van de gewoonte nieuwe kleren te dragen tijdens Divalli heb ik natuurlijk geen enkel probleem mee!

Monday, October 17, 2005

"field trip" 1

Mijn eerste field trip was geen daverend success. Tot dan toe had ik altijd het gevoel gehad dat mijn aanwezigheid bij HEDCON een meerwaarde had. Ik vond dat ik mij nuttig kon maken en een waardevolle bijdrage kon leveren aan mijn organisatie. Hoewel ik regelmatig vond dat zaken anders en efficienter aangepakt konden worden, stond ik ook altijd achter mijn werk. Tijdens mijn field trip veranderde dat voor het eerst. Ik voelde me niet bepaald de juiste persoon op de juiste plaats, voelde me het vijfde wiel aan de wagen en was het niet eens met de manier waarop mijn baas de zaken aanpakte.

Mijn eerste field trip was eigenlijk helemaal geen field trip. Samen met mijn baas voer ik de tussenevaluatie van een ontwikkelingsproject uit. De reis voerde naar Jodhpur, waar het hoofdkantoor staat van GRAVIS, de organisatie die het project uitvoert. Niet geheel toevallig is GRAVIS de grootste partnerorganisatie van mijn organisatie, en is mijn organisatie voor een groot deel financieel afhankelijk van hen. Sterker nog, het is de schoonvader van mijn baas die deze organisatie heeft opgericht. Je begrijpt dat deze hechte banden de objectieve evaluatie misschien enigzins in de weg zullen staan.

Het doel van de reis was het interviewen van de "office staff" van het project. Beetje jammer alleen dat de ene helft van de office staff niet kwam opdagen en de andere helft nauwelijks Engels sprak. De "interviews" hadden meer weg van informele gesprekken onder het genot van een kopje chai (Indiase thee), waarbij mijn baas af en toe eens willekeurifg een van de vele vragen stelde die ik had voorbereid. Soms ook had mijn baas het te druk met andere zaken en moest ik het interview alleen afnemen. Het voordeel dat ik daardoor in staat was alle vragen te stellen werd tenietgedaan door het nadeel dat men mijn vragen niet goed begreep en niet goed in staat was ze in het Engels te beantwoorden.

Tijdens mijn verblijf in Jodhpur organiseerde GRAVIS en HEDCON ook een workshop over kinderarbeid in de steengroeven. Deze workshop bestond uit een aantal presentaties, discussies en kleine toneelstukjes van kinderen die in de mijnen werken. Als wersterling uit een samenleving met een pers en een "civil society" die bovenop elke misstand zit, onderschat ik al snel de significance (sorrie mensen, ik heb tien minuten geprobeerd het Nederlandse word voor significance te vinden, ik kan er niet opkomen!) van een workshop als dit. Voor Nederlandse begrippen was de workshop slecht en klungelig georganiseerd, en het was bijna een slapstick hoe op het laatste moment verschillende onderdelen in het water vielen (de beamer die niemand wist te bedienen en slechts een half beeld gaf, mijn baas die zijn presentatie op het laatste moment toch maar geheel in het Hindi deed, maar mij geen teken gaf wanneer ik de slides moest wisselen, bijna alle eregasten die meer dan een uur te laat kwamen opdagen etc. etc. etc.). Voor mij was het nog eens extra saai omdat, anders dan tevoren gepland, de hele workshop in het Hindi verliep.

Maar feit is dat het werkelijk zelden voorkomt dat misstanden als kinderarbeid in de mijnen aan de kaak worden gesteld, en dat er werkelijk nauwelijks besef is over de omstandigheden waaronder deze kinderen worden uitgebuit. Op deze workshop waren regeringsvertegenwoordigers, activisten, journalisten en studenten aanwezig. Zij konden de kinderen zelf horen vertellen onder welke omstandigheden zij voor een paar centen moeten werken. Het resultaat, 90 mensen zich een dag lang met dit onderwerp hebben beziggehouden, artikelen in twee groten kranten, een radio-interview en twee items van twee minuten op staats- en nationale televisie, is een groot success te noemen.

De zondagavond dat ik thuiskwam van mijn "field trip" maakte veel goed. We gingen naar Dandia, een festival van Gujarati dans. Het festival season is aangebroken. En als men in India over een festival season spreekt dan zegt dat wat, aangezien hier elke week wel een of andere religieuze viering is. Vele gaan vrijwel ongemerkt aan mij voorbij, en merk ik alleen op doordat ik toevallig een processie op straat zie, of een pelgrimstocht tegenkom van duizenden mensen die naar een of andere tempel honderden kilometers verderop lopen, of wanneer mijn collega's opeens niet meelunchen vanwege een of andere vastendag.

De festivals in deze periode kunnen echter niemand ontgaan. Het begon deze week met Navratra, negen dagen van aanbidding van de godin Durga. Het Hinduisme laat veel ruimte vrij om het geloof op eigen manier in te vullen. Sommige mensen vasten gedurende de gehele negen dagen, anderen, zoals mijn baas, eten alleen geen uien en knoflook, en een groot deel van de bevolking vast alleen de eerste dag. Navratra viel samen met Dandia, het dansfestival. Wij gingen naar de place to be voor dit festival, een groot feest georganiseerd op het terrein voor een sjiek hotel. Iedereen had zich op z'n mooist uitgedost: de vrouwen in de meest glinsterende gewaden en veel van de mannen in traditionele Gujarati outfits. Twee van mijn medetrainees hadden eerder die week goed opgelet wat de dress code was en waren gaan shoppen. De dames zagen er prachtig uit en werden zelfs op het podium geroepen.

De Gujarati dans is met twee stokjes die de dansers tegen elkaar aanslaan. De basisdans is niet moeilijk en nadat een groepje jongens het ons had uitgelegd hebben we de hele avond meegedaan. Het was het eerste feest waarbij ik mensen echt uit hun dak zag gaan. Het was ook de eerste keer dat ik jongens en meisjes samen zag dansen. Natuurlijk raakten ze elkaar niet aan. Het was ook heerlijk om een avond lang met Indiase jongens te dansen en te praten en gewoon een keer niet versierd te worden.

Hoe anders was dit tijdens Dashara, het volgende festival afgelopen woensdag. Daar heb ik het gebrek aan respect voor de vrouw onder een groot deel van de mannelijke bevolking letterlijk aan den lijve mogen ondervinden. Tijdens dit festival worden reuzachtige poppen van wel twintig meter hoog die de voorgaande dagen zijn opgebouwd in brand gestoken. Dit symboliseert een episode uit de Hinduistische mythologie waarbij de god Ram een reuzachtige demon verslaat, of, op een abstracter niveau, de overwinning van het geode over het kwade. Dit alles gaat gepaard met veel prachtig vuurwerk.

Ik en twee van mijn huisgenootjes gingen naar een groot park waar dit op zn grootst gevierd werd. Terwijl het donker werd verzamelden duizenden mensen zich hier. De sfeer was gemoedelijk, met veel jongeren en ook gezinnen die in het gras zaten te wachten op wat komen ging. Toen het vuurwerk begon stond iedereen op een werd het een enorm gedrang. Pas toen ik de eerste hand in mn kont voelde graaien viel het me op dat alle gezinnetjes als sneeuw voor de zon waren verdwenen en we geheel door mannen omringd waren. Het bleef niet bij die ene hand en het irritante was dat je nooit wist wie van de greinzende eikels het was. Achteraf bleek dat wij drieen nog geluk hadden gehad: twee van mijn andere huisgenootjes waren door veel meer mannen belaagd en betast.

De verhouding tussen mannen en vrouwen blijft een favoriet onderwerp van gesprek tussen westerlingen en Indiers, en een onderwerp van wederzijds onbgrip in de letterlijke zin van het word – niet-begrijpen. Lichamelijk contact tussen mannen en vrouwen in het openbaar is ongehoord. Ook meisjes onderling raken elkaar nauwelijks aan. Terwijl mannen en jongens regelmatig arm in arm rondlopen of zitten, als teken van vriendschap. Regelmatig zie ik dus twee mannen arm in arm, die je allebei met een ranzige blik van top tot teen zitten aan te staren, om elkaar vervolgens aan te stoten en een met flinke rochel tabak uit te spugen. Wat dat betreft is mijn visuele handicap echt een voordeel, de helft van de tijd vallen de blikken mij niet op. Hoewel ik toch niet echt een klef persoon ben moet ik echt op mezelf letten om jongens niet aan te raken, omdat dat snel verkeerd begrepen wordt.

Wat mij betreft is dit alles het gevolg van het feit dat vrouwen als minderwaardig worden beschouwd, dat meisjes worden afgeschermd van jongens om hun eer te bewaren, dat het hebben van vriendjes tijdens de pubertijd volstrekt uit den boze is terwijl de gemiddelde huwelijksleeftijd in de stad stijgt, om maar niet te spreken van het feit dat mensen hun eigen partner niet kunnen uitzoeken. Gecombineerd met een volstrekt vertekend beeld van de westerse moraal en de westerse vrouw gebaseerd op Amerikaanse videoclips op MTV waarbij sterren permanent omringd wordt door een schare vrijwel naakte vrouwen, en een andere opvatting van wat fatsoenlijke kleding is (blote schouders zijn hier heel aanstootgevend, terwijl een blote buik volstrekt geaccepteerd is), leidt dit tot zulk soort excessen.

Voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je je ouders je levensgezel laat uitzoeken. Voor hen is het even onbegrijpelijk dat je ouders het hebben van vriendjes geen probleem vinden, het soms zelfs aanmoedigen en maar in zeer beperkte mate inspraak hebben in de huwelijkspartner. Dat sommige mensen samenwonen en het trouwen maar helemaal achterwege laten wordt hier nauwelijks geloofd.

De zus van mijn collega gaat binnenkort trouwen. Tijdens Dashara heeft ze haar toekomstige echtgenoot voor het eerst gezien. De volgende keer zal waarschijnlijk tijdens het huwelijk zelf zijn. Stralend en met twinkelende ogen probeerde ze me dit met handen en voeten duidelijk te maken toen ik haar later die week opzocht, zich ondertussen vergapend aan mijn nieuwe indiase outfit, geheel volgens de mode van de meest recente Bollywood-hit. Het was een leuke jongen, zei ze, en dat ze haar ouderlijk huis binnenkort moet verlaten en haar baan moet opzeggen om meer dan 200 km verderop bij haar schoonfamilie in te trekken vond ze geen probleem. Het gearrangeerde huwelijk is geen slecht of verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.

Het beste voorbeeld van cultureel onbegrip vond ik dicht bij huis, in het restaurant waar we de laatste tijd vaak gaan eten. De tafels daar zijn al gedekt met bordjes en bestek als je aanschuift op de lange banken. De eerste keer dat ik daar kwam viel het me op dat het bestek verkeerd om lag. Gedachteloos verlegde ik het bestek. De volgende keren verbaasde ik me er weer over en verplaatste ik het bestek steeds met een glimlach. En stiekem wat nare gedachtes over die gekke Indiers die met tien man personeel nog niet eens in staat zijn om een tafel fatsoenlijk te dekken… ach, dat krijg je met mensen die gewend zijn met hun handen te eten… Totdat ik het systeem eindelijk begreep. Het bordje ligt niet tussen het mes en vork in, maar ernaast, bedoeld voor chapatti’s (het soort van brood dat bij elke maaltijd gegeten wordt). Niet zij zaten fout, maar ik zat letterlijk fout. Het is geen verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.

Afgelopen vrijdag ben ik onverwachts weer naar Jodhpur afgereisd. Morgenavond ga ik dan toch waarschijnlijk echt op mn eerste echte fieldtrip. Meer hierover in mijn volgende verhaaltje!

Sunday, October 2, 2005

Himalaya's

Hoi!

Het is weer hoog tijd voor een update!

In mijn vorige weblog had ik genoemd dat er een mevrouw van Novib langs zou komen bij onze organisatie, maar dat ze had afgezegd. Nou, ze kwam toch! In allerijl moest er op het laatste moment nog van alles geregeld worden, maar uiteindelijk was alles erg goed gegaan. Nu is het maar afwachten of HEDCON in aanmerking kan komen voor financiering van Novib.

De mevrouw van Novib was nauwelijks vertrokken of ik stapte samen met Jacobine in de trein naar Amritsar. Dat was een negentien uur lange treinreis hier vandaan. Ik vind in de trein reizen hier geweldig. Ik reis altijd tweede klas, wat betekent dat je een sleeper bank hebt zonder airco. De wagon is niet onderverdeeld in coupe's zoals in Europese nachttreinen. Alle ramen zijn open, evenals de treindeuren. Als buitenlander ben je natuurlijk een enorme attractie. Vaak is dat leuk: moeders willen dat hun kind bij jou op schoot komt zitten, ze willen met je op de foto, maken een praatje. Minder leuk is de aandacht van mannen. Binnen de kortste keren heeft zich een publiek van een man of vijf om je heen verzameld, die je eindeloos met open mond en een ranzige blik aan zitten te staren.

Tijdens de reis trekt een eindeloze stroom verkopers voorbij. Chai (Indiase thee), koffie, sandwiches, fruitsalades, alles wordt langsgedragen en aangeprezen met en een typische jel die alle verkopers gebruiken. Dan zijn er natuurlijk nog de 'gewone' bedelaars, meestal zwaar gehandicapt, die vaak kruipend om een paar roepies vragen. Schoenpoetsertjes, een man die ongevraagd de vloer schoonmaakt en daar geld voor vraagt, je kan het zo gek niet verzinnen of het komt voorbij.

In Amritsar staat de Golden Temple, de heiligste tempel van de Sikhs. De Sikhs knippen hun haar nooit en je kan hen herkennen aan hun prachtige tulbanden. Het Sikhisme is een mengvorm tussen het Hinduisme en de Islam. Het Sikhisme is onder andere ontstaan uit verzet tegen het kastesysteem, en een van de manieren om dat uit te drukken is dat iedereen gratis kan slapen en eten in elke tempel van de Sikhs (binnen het kastesysteem kunnen verschillende kasten niet samen eten). In de Golden Temple wordt er dagelijks voor meer dan dertigduizend mensen eten gemaakt.

Gratis eten en onderdak konden wij ons als Nederlanders natuurlijk niet laten ontzeggen. Ook wij hebben geslapen in de tempel en hebben bij de Sikhs aangeschoven voor het avondeten en het ontbijt. In een grote zaal gaan iedereen in lange rijen in kleermakerszit zitten, terwijl mensen langslopen om het eten uit te delen. De tempel zelf is een enorm complex, met een grote binnenplaats met een vijver. In die vijver staat de eigenlijke tempel, die, inderdaad, van goud is. In die tempel ligt overdag het heilige boek van de Sikhs. Daar wordt de hele dag uit voorgelezen, op een zangerige toon, begeleid door muziek. Door middel van luidsprekers is dat door het hele complex te horen, wat een hele vredige atmosfeer creeert. Het tempelcomplex is werkelijk ongelooflijk mooi.

Van de langharige Sikhs reden we de volgende dag in een vreselijk brakke bus naar de kale Boeddhistische monniken in de Himalaya's. Ik ben NIET naar Tibet geweest, zoals sommigen van mijn trouwe lezertjes dachten. Tibet is niet erg gezellig. Je kan er alleen binnenkomen als je accepteert dat je 24 uur per dag begeleid word door een Chinese gids, die bepaalt met wie je praat en waar je naartoe gaat. In 1959, na de "bevrijding" van Tibet door China, is de Dalai Lama gevlucht voor de Chinezen en heeft hij asiel aangevraagd in India.

Onze reis voerde naar McLeod Ganj, waar de Tibetaanse regering in ballingschap nu zetelt, en waar de Dalai Lama ook woont. In deze regio wonen ook veel gemeenschappen van Tibetaanse vluchtelingen. In McLeod zijn ook veel Tibetaanse monniken, in hun typische rode gewaden, die in en om het gebouw van de Tibetaanse regering in ballingschap wonen. Dit gebouw is vrij toegankelijk voor iedereen, en wij zijn daar dan ook naartoe geweest. Helaas was de Dalai Lama zelf niet aanwezig. Bij het gebouw was ook het Tibet museum, wat een erg indrukwekkend verslag gaf van wat er met Tibet is gebeurd na de invasie van China.

Ook zijn we naar een Gompa geweest, een Tibetaans klooster. Toen we daar aankwamen was er juist een gebedssessie aan de gang. Wat een geluid, met die typische grote Tibetaanse hoorns en slagwerk, prachtig en magisch.

Mc Leod zelf is een grote toeristische attractie, vol met verdwaalde hippies op zoek naar zichzelf. Het geeft een typische sfeer, volstrekt niet "Indiaas". Er bestaat ook een backpackersmode, een vreemde mix tussen hippiestijl en Indiaas. In de steden waar veel backpackers komen stikt het van de winkeltjes met hippiekleding, waar geen indier zich ooit in zou wagen.

Jacobine en ik hebben ook veel gewandeld in de bergen. Na 2,5 maand Jaipur was ik aartslui geworden en vond ik tien minuten naar de bus lopen al een enorme opgave. Het was heerlijk (en pijnlijk) om weer eens wat lichaamsbeweging te hebben, en de natuur was prachtig. Als je tenminste een stuk uit de bewoonde wereld loopt. Want ook in de Himalaya's groeit het afvalprobleem. Het echt schokkend om te zien hoe de prachtige natuur verpest wordt door bergen stinkend afval en zwerfvuil.

Na een paar dagen McLeod gingen we verder naar Manali. Ook dat is een belanrijk toeristisch centrum. Naast veel Indiase toeristen waren de hippies ook hier in ruime hoeveelheden aanwezig. En maken ze uitgebreid gebruik van geestverruimende middelen om zichzelf te vinden. Wij lieten de toeristenkit van Manali voor wat het was en settelden in Vashist, een klein schattig dorpje in de buurt. Ook daar hebben we weer stevig gewandeld.

Op de laatste dag zijn we op stap geweest met een Tibetaanse jongen die we bij een tempel in Manali waren tegengekomen. Hij bracht ons naar een Tibetaans klooster hoog in de bergen. Wat een toplocatie, daar raak je direct al in hoger sferen. Hier waren meer dan honderd vrouwelijke monniken aan het mediteren. Ik vond het een ongelooflijk bijzondere ervaring om mee te mogen maken.

De Tibetaanse jongen had hierna nog een verrassing voor ons in petto, een bezoekje aan de filmset van een Bollywood film! En het leuke was dat de actuers en regisseurs ons als buitenlanders minstens even interessant vonden als wij hen. Zodra een van de acteurs mij opmerkte stond hij erop dat ik op zijn paard klom, wat ik mij natuurlijk niet liet ontzeggen! Ook hebben we een praatje gemaakt met de schrijver en de regisseur van de film.

Na meer dan 24 uur hobbelen op de achterbank van verschillende bussen arriveerden we weer veilig in Jaipur. Inmiddels heb ik alweer een werkweek achter de rug. Mijn baas had een nieuwe opdracht voor mij in petto: het maken van een evaluatie van een groot ontwikelingsproject. Volgende week ga ik samen met mijn baas op field trip om informatie te verzamelen. Waarschijnlijk zitten er de komende weken nog wel meer fieldtrips aan te komen. Ik heb de afgelopen maanden zoveel geschreven over het leven in de woestijn, dat ik er erg naar uitkijk om het met eigen ogen te zien.

O en last but lot least, India is leuk, maar er zijn grenzen: Sinterklaas mag ik natuurlijk niet missen! 4 december zal ik daarom weer voet op Nederlandse bodem zetten.

Wednesday, September 14, 2005

Samode

Weer twee weken voorbij, weer veel meegemaakt. Hard gewerkt en veel lol gemaakt.

Hard gewerkt omdat ik dacht voor elkaar gekregen te hebben dat een mevrouw van Novib langs zou komen bij onze organisatie. We wilden per se nog een paar dingen af hebben voor haar bezoek. Helaas heeft ze haar bezoek af moeten zeggen, dus was alle opschudding voor niets. Ondanks deze tegenvaller vind ik m'n werk nog steeds erg leuk.

Veel lol, want bijna elke avond is er wel ergens iets te doen, een etentje of een feestje. Elke woensdagavond is er sowieso trainee dinner, een etentje met alle trainees en veel aiesecers, meestal gevolgd door een bezoekje aan een van de schaarse cafes die Jaipur kent. Altijd als er een trainee naar huis gaat is dat rede voor een afscheidsfeestje, en aangezien het verloop in de trainee-populatie groot is, is er vaak rede voor een feestje. Soms is het zelfs een beetje te veel, want er moet de volgende dag natuurlijk weer gewoon gewerkt worden.

Afgelopen woensdag was er een trainee dinner in een heus soort van partycentrum aan de rand van Jaipur. Echt een hele hippe tent, zou zo in Utrecht kunnen staan. Maar natuurlijk viel de stroom uit, en dan weet je weer dat je toch echt in India bent.

Vorige week was er een staking van rikshaw drivers. "Autorikshaws are a pretty low life form in the traffic hierarchy, but they act as if they own the roads. What they lack in size, they make up for in numbers. They’re noisy, uncomfortable, and polluting. Whenever autorikshaws drivers go on strike, traffic flows so smoothly, it hardly seems like India anymore. Still, everybody is vastly relieved when they get back on the job, because the city cannot function without them." Aldus een van mijn boeken over India.

En inderdaad, toen ik 's avonds op weg ging naar weer een afscheidsfeestje viel het me al op hoe rustig het op straat was. Op de plek waar normaal de rikshaws staan te wachten was het leeg, en even verderop was ook niets te vinden. Uiteindelijk vond ik er toch eentje, die mij voor een te hoog bedrag (welliefst anderhalve euro) wel wilde brengen. Waarschijnlijk was dit de enige rikshaw die in de hele stad te vinden was, want toen ik op het feestje aankwam was iedereen erg verbaasd dat ik er een had kunnen vinden. Wanneer fanatieke stakers een rikshaw vinden die niet meedoet met de staking, wordt zowel de driver als de rikshaw flink in elkaar geslagen, zo wist een Nederlandse ooggetuige mij te vertellen.

De rede voor de staking scheen te zijn dat de politie nu daadwerkelijk af zou gaan dwingen dat de rikshaws op de meter gingen rijden. Elke rikshaw heeft een meter, maar die hangt er vooral voor de decoratie. De prijs wordt altijd van tevoren afgesproken. Nu, anderhalve week na de staking, is dat natuurlijk nog steeds zo, met dat verschil dat er voor de vorm een haal aan de meter gegeven wordt en tussen de klant en de driver naast de prijs nu ook wordt afgesproken dat wanneer de politie controleert, we zullen zeggen dat we op de meter rijden. Een andere rede voor de staking was dat de politie niet meer toe zou staan dat er meer dan vier passagiers in een rikshaw zitten. Met z'n vijven achterin de rikshaw geperst en dan nog eentje voorin bij de chaufeur is heel normaal, en met een beetje goede wil kan er nog veel meer in gepropt.

Allemaal mooi en aardig, maar hoe ik nu naar huis zou komen was een andere vraag! Nog een autorikshaw vinden was onmogelijk. Maar dan zijn er natuurlijk altijd nog de cycle rikshaws. Hoewel cycle rikshaw drivers altijd om het hardst bedelen of ze je alsjeblieft ergens heen kunnen brengen, probeer ik ze toch vaak te ontwijken, omdat ik me een verschikkelijke uitbuiter voel als ik me zo laat rondfietsen. Deze mensen zijn echt zo arm, de meesten hebben weinig anders dan hun fiets, waar ze ook op slapen. De cycle rikshaw drivers staakten gelukkig niet, en natuurlijk was er wel eentje bereid om me naar huis te brengen, ruim een half uur stevig doortrappen, voor tachtig eurocent.

Afgelopen weekend ben ik er weer op uit geweest. Een trainee had een tripje naar Samode georganiseerd, een dorp niet ver van Jaipur vandaan. De organisatie waar zij werkt probeert het toerisme in Jaipur te bevorderen en heeft een project gestart waarbij mensen kunnen verblijven bij gastgezinnen. Wij, de trainees, dienden als proefkonijnen waarop de toekomstige gastgezinnen konden oefenen.

Afgelopen zaterdag gingen we eerst op bezoek bij een shelter voor dakloze kinderen in Jaipur, gerund door dezelfde organisatie. Daar woonden vijfentwintig jongetjes die door de organisatie van straat geplukt waren. Allemaal in dezelfde bloesjes zaten ze vol verwachtig op ons te wachten toen we aankwamen. Ons werd verteld dat alleen Jaipur al naar schatting zo´n tienduizend straatkinderen telt, en dat er maar een paar opvanghuizen zijn. Veel kinderen lopen weg van huis omdat ze mishandeld worden, of omdat hun ouders niet voor hen kunnen zorgen.

Daarna dus op naar Samode. Stel je geen volstrekt afgelegen gehucht met hutjes in de bush bush voor, want zo was het niet. Samode heeft tienduizend inwoners en gewoon stenen huizen. Maar de sfeer was natuurlijk wel anders dan in de grote stad. En hoewel ik hier in Jaipur natuurlijk ook in het huis van een Indiase familie woon, was dit toch een andere ervaring. Het gastgezin waar ik samen met Jacobine uit Utrecht sliep was geweldig. Alleen papa en de oudste dochter spraken een beetje Engels, maar we kwamen er prima uit.

Zondag hebben we Samode bekeken. Gedurende twee weken was er een festival aan de gang rondom de tempel op de top van de heuvel bij het dorp. Het verhaal is dat er eens zeven engelen gingen baden in het meertje op de heuvel (geen meer te bekennen, maar die schijnt er geweest te zijn). Een god zag hen en stal hun kleren. De engelen smeekten vervolgens of ze hun kleren terugmochten, en uiteindelijk stemde de god toe, mits ze twee maal per jaar gedurende vijftien dagen naar deze plek terug zouden keren om de ziekten van de mensen te genezen.

Wat er nu hier gebeurt tijdens deze twee periodes van vijftien dagen is echt ongelooflijk. Mensen komen vanuit alle windstreken naar deze plek, en ontdoen zich van hun kleren, in de verwachting dat ze genezen worden van hun ziekte. Wanneer ze een ziekte of ongemak aan hun bovenlichaam hebben gooien ze hun bovenkleren weg, als ze iets hebben aan hun onderlichaam, doen ze hun broek weg. Of gewoon maar al hun kleren, voor de zekerheid. De plek waar het meer geweest zou zijn was dan ook bezaaid met kleren, en hier en daar een klein offervuurtje. En stront, heel veel stront, want mensen geloven blijkbaar ook dat dat zou kunnen helpen. Rondom de tempel was het een drukte van belang en een gekrioel van mensen. Voor de tempel zaten twee mannen met slangen, die natuurlijk ook heilig waren. Ik had het idee dat de mensen die hier kwamen vooral van tribale afkomst waren.

Naast deze tempel had het dorp nog een paleis te bieden, maar wat paleizen en forten betreft ben ik al erg verwend geworden, en vond ik deze niet zo bijster interessant. Verder had Samode vooral erg veel kinderen, die achter ons aan renden en eindeloos om geld, pennen en chocolade schreeuwden, wat behoorlijk op de zenuwen gaat werken.

Dit weekend ga ik er samen met Jacobine voor een week tussenuit, op naar de Himalaya´s! Zaterdagavond vertrekken we eerst richting Amritsar het religieuze centrum van de Sikhs. Daarna gaan we naar Dharamsala, waar de Tibetaanse regering in ballingschap zetelt, en McLeod Ganj, waar de Dalai Lama zijn residentie houdt. Ik zal weer veel te vertellen hebben in mijn volgende weblog!

Thursday, September 1, 2005

Pushkar

Deze week zou ik op de helft van mijn avontuur in India zijn. Maar dat idee beviel me maar niets, er is hier nog zoveel te doen! Dus daarom heb ik maar besloten om nog een paar weken aan mijn verblijf vast te plakken. In die paar weken ga ik in ieder geval naar de Pushkar Camel Fair, een groot festijn waar jaarlijks zo'n 200 000 mensen opaf komen, die zo'n 50 000 kamelen met zich mee brengen. Dat wil ik niet missen! De rest van de tijd moet nog ingevuld worden, maar dat gaat vast geen probleem vormen.

Dit weekend ben ik er weer opuit geweest. Met Goska, mijn nieuwe Poolse huisgenootje, ben ik naar Ajmer en Pushkar getrokken. Geen nachtelijke busreizen deze keer, want deze steden liggen slechts 2,5 uur van Jaipur vandaan. Zaterdagochtend vertrokken we naar Ajmer. Dit is een religieus centrum voor moslims omdat een Sufi heilige (ik bespaar jullie zijn onuitsprekelijke naam) hier begraven ligt. De Dargah, het complex waar zijn tombe te vinden is, is een van de belangrijkste bestemmingen in India voor Islamitische pelgrims. Op weg hiernaartoe liepen we door een prachtige kleurrijke bazaar. De Dargah zelf was een drukte van belang. De kleine ruimte waar de tombe van de heilige staat was volledig volgepakt met mensen die offers brachten en een ronde om te tombe probeerden te maken. Wij waren de enige westerlingen, en vormden een geweldige attractie. Goska heeft een digitale camera, wat ons nog veel interessanter maakt. Mensen vinden het fantastisch om te poseren en het resultaat te bekijken. Sowieso waren we volgens mij de enige westerlingen toeristen in Ajmer.

Hierna gingen we naar de Nasiyan Temple. Deze tempel wordt ook wel Golden Temple genoemd, omdat binnenin een enorme maquette, twee verdiepingen hoog, volledig in goud, te vinden is, die de Jainistische visie van het universum weergeeft. Heel erg tof.

Hierna gingen we met de bus naar Pushkar. Het was een mooie rit, en we konden Ajmer prachtig zien liggen vanaf de heuvels. Volgens de legende is het meer van Pushkar ontstaan waar Brahma een lotusbloem vanuit de hemel heeft laten vallen. Daarom is het een belangrijk bedevaartsoord voor Hindus. Een bad in dit meer heeft een reinigende werking. Een ritueel door een priester bij het meer geeft geluk en een nieuw karma of iets dergelijks. Natuurlijk heb ik dit ritueel ondergaan.

Pushkar is de enige stad waar Brahma (zeg maar de hoofdgod van het Hinduisme, maar vertel niet verder dat ik dat zo gezegd heb) vereerd mag worden. De Brahma tempel die hier staat is dan ook de enige in India. De stad herbergt zo'n 400 tempels gewijd aan andere goden, echt op elke hoek van de straat staat een tempel. De bijzondere sfeer in de stad trekt niet alleen veel pelgrims, maar ook heel veel toeristen, en dan vooral heel veel hippies. Die worden onder andere aangetrokken door de Special Lassis, een yoghurtdrank met wiet of marihuana erin vermengd, die hier verkrijgbaar zijn. Het is echt een toeristen trekpleister, met veel winkeltjes met vage hippiekleren, en in het hoogseizoen moet het wel erg vol zijn. Maar nu waren er weinig toeristen.

We hadden zonder het zelf door te hebben het perfecte weekend uitgezocht om naar Pushkar te gaan. Dit weekend werd namelijk Janmashtami, de verjaardag van Krishna, gevierd. Op zaterdagavond bleef iedereen op, om op middernacht de geboorte van Krishna te vieren. In de tempels werd de hele avond muziek gemaakt. De stad met zijn 400 tempels was een kakafonie van muziek, geweldig. Ook de volgende dag waren er verschillende optochten en festivals.

Zoals misschien wel uit het bovestaande duidelijk wordt, is mijn kennis over het Hinduisme nog zeer beperkt. Ik haal de goden steeds door elkaar en herken ze slecht op afbeeldingen. Ook van de rituelen in de tempels snap ik niet veel. Ik ken ze nu wel, maar begrijp weinig van wat erachter schuilt. Vorige week zat ik op een ochtend op kantoor, toen opeens vanuit het huis naast ons kantoor een soort van gezang opsteeg. Een gezelschap van zes man zou gedurende 24 uur de gehele Bhagavad Gita reciteren. Een flinke luidspreker was op het balkon geplaatst, zodat het hele buurt kon meegenieten.

Pas de volgende dag werd mij duidelijk dat dit gebeuren ter gelegenheid van de verjaardag van de zoon des huizes was, die welliefst twee jaar werd. De binnenplaats van ons kantoor was omgetoverd tot gaarkeuken, waar vanaf s ochtends vroeg een enorm maal werd bereid. Op houtvuur, waardoor het kantoor geheel blauw kwam te staan. Ook ik was uitgenodigd voor de maaltijd s avonds. Beetje jammer alleen dat ze me dat niet van tevoren gezegd hadden, zodat ik in mn afgeragte klofje tussen de meest prachtige saris terecht kwam. Het feest vond plaats op het dak van mijn kantoor.

Als ik de vader van de jarige mocht geloven was dit niet zo'n grote viering, met 'slechts' 50 van de meest naaste familieleden. Ik mocht kennis maken met de bedovergrootvader van het feestvarken, die 98 jaar oud was en een erg fitte indruk maakte. Hij sprak prima Engels en vertelde dat hij elke morgen om vier uur opstaat om yoga oefeningen te doen een een stuk te wandelen. Geweldig om vijf generaties naast elkaat te zien. Het is hier de gewoonte dat de jarige de taart aansnijdt en stukjes aan de aanwezigen voert. Als het even kan wordt de jarige flink ingezeept met taart en slagroom. In dit geval mocht de tweejarige de enorme taart aansnijden, en gaf hij het eerste stukje aan zijn bedovergrootvader. Erg tof.

Voor de maaltijd werden twee lange smalle kleden uitgerold, waar iedereen in rijen in kleermakerszit op ging zitten. De familie liep langs om het eten uit te delen. Het was heerlijk. Erg leuk om dit mee te maken, maar nog steeds snap ik niet helemaal waaraan dit jochie nou dit hele festijn aan te danken had...

Sunday, August 21, 2005

Jaipur

Hoi!

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een nieuw bericht geplaatst heb. Deze keer geen spannende reisverhalen, aangezien ik afgelopen weekend in Jaipur ben gebleven. Ook dit weekend ben ik thuis gebleven. Toch heb ik het erg druk gehad, elke avond was er wel iets te beleven.

Laat ik beginnen met iets over mijn werk te vertellen. Mijn eerste opdracht was het schrijven van een brochure voor mijn organisatie, bedoeld om buitenlandse fondsen te werven. Enkele weken terug heb ik dat afgerond, en ik ben best trots op het resultaat. Mijn brochure gaat nu de hele wereld over, naar organisaties die ik via het internet heb gevonden en die misschien bereid zouden zijn de projecten van mijn organisatie te steunen. Daarnaast heb ik enkele artikelen en studies nagekeken en aangepast. Vaak krijg ik de stukken aangeleverd wanneer er nog erg veel aan moet gebeuren, zowel op het gebied van spelling en grammatica als structuur. Regelmatig schrijf ik hele stukken opnieuw of voeg ik stukken toe.

\Sinds vorige week ben ik bezig met het schrijven van projectvoorstellen. Tot nu toe ben ik vooral bezig geweest met een voorstel voor een project over de bestrijding van de longziekte Silicosis onder mijnwerkers. De mijnindustrie is na landbouw en veeteelt de belangrijkste bron voor werkgelegenheid in Rajasthan. Er zijn ongeveer twee miljoen mijnwerkers, die onder abominabele omstandigheden moeten werken. Er is een totaal gebrek aan faciliteiten in de mijnen zoals toegang tot drinkwater, schaduw, toiletten etc. De mijnwerkers worden zwaar onderbetaald en verdienen vaak slechts 1 euro per dag (de vrouwen die in de mijnen werken verdienen nog minder). De gezondheid van mijnwerkers is slecht door zaken als slechte voeding, verslavingen en blootstelling aan schadelijke stofdeeltjes in de mijnen. Er worden geen voorzorgsmaatregelen genomen om de mijnwerkers te beschermen tegen het inademen van de schadelijke stofdeeltjes, die longziekten zoals Silicosis veroorzaken. Naar schatting een half miljoen mijnwerkers heeft last van de verschijnselen van deze ziekte.

Het project dat we nu ontwerpen wil eerst onderzoek doen naar de oorzaken van de hoge prevalentie Silicosis en een methode of actieplan ontwikkelen om deze ziekte te bestrijden. Vervolgens wil mijn organisatie, gewapend met deze studie, organisaties en vooral overheidsinstellingen ertoe bewegen om maatregelen te nemen ter bestrijding van Silicosis. Het is de typische aanpak van mijn organisatie, eerst "research" en vervolgens "advocacy".

Mijn baas had een eerste versie geschreven met de hoofdlijnen, en gezamenlijk maken we er een volledig voorstel van. Ik vind het echt superleuk om te doen, en ook best een uitdaging om het helemaal goed te krijgen. Inmiddels is er weinig van het oorspronkelijke voorstel over, en heb ik het helemaal overnieuw geschreven. Wat ook fijn is, is dat mijn baas mijn kritiek en inbreng erg waardeert.

In tegenstelling tot andere ngo's (mijn kamergenootje doet regelmatig een dutje op haar werk!), wordt er bij mij op kantoor stevig doorgewerkt. Maar overwerken zal ik mij hier niet, al is het alleen al vanwege het grote aantal vrije dagen die ik de laatste tijd heb. Eerst had ik al een lang weekend vrij gekregen voor mijn woestijnavontuur. Afgelopen weekend was weer een lang weekend, omdat het afgelopen maandag Onafhankelijkheidsdag was. En vrijdag was weer een vrije dag, in verband met Raki, een Hinduistische feestdag. Dat is een feestdag waarbij de band tussen broer en zus centraal staat. Ze geven elkaar kadootjes, waaronder een armbandje dat geluk moet brengen. Omdat ik dus zoveel vrij had de laatste tijd, en misschien binnenkort wel weer eens een paar dagen vrij wil hebben om een trip te maken, ben ik gister ook maar gaan werken, op zaterdag dus.

Een paar weekends in Jaipur gaven me de gelegenheid om de stad waar ik al ruim anderhalve maand verblijf eindelijk eens echt te verkennen. Ik woon een behoorlijk eind uit het centrum van Jaipur, en wanneer ik doordeweeks avonds thuis kom is het eigenlijk al te laat om te gaan sightseeen, aangezien het al om half acht donker wordt. Zo is het gekomen dat ik pas vorig weekend het ommuurde centrum van Jaipur, de Pink City, goed heb bekeken. Pink, omdat alle gebouwen een soort van roze zijn geschilderd. Tijdens een bezoek van de Prince of Wales was dit als eerbetoon gedaan, en sindsdien is de traditie in ere gehouden. De Pink City bestaat uit brede, rechte lanen. Het viel me eigenlijk een beetje tegen, het is gewoon een onderdeel van de grote, drukke, vieze stad, maar dan in vuil-roze. Wel ontelbaar veel winkeltjes, waar de prachtigste dingen verkocht worden. En natuurlijk heeft Jaipur een paar indrukwekkende attracties, waar ik er inmiddels een paar van heb gezien.

Vorige week zaterdag ben ik naar Jantar Mantar, een observatorium geweest. Dat is in de eerste helft van de 18e eeuw gebouwd door de maharaja die ook Jaipur heeft gesticht. Het bestaat uit een groot terrein met enorm grote stenen instrumenten om de positie en eclips van hemellichamen te bepalen. Er staat onder andere de grootste zonneklok ter wereld, zo'n dertig meter hoog. De schaduw van deze zonneklok beweegt 4 meter per uur. Maar natuurlijk hadden wij een van de weinige bewolkte dagen uitgezocht om deze atractie te bezoeken. De verzameling stenen bouwsels in de meest vreemde vormen was een surrealistisch gezicht.

Zondag hebben we afscheid genomen van ons Engelse huisgenootje, snik! Binnen nu en een paar weken zal iedereen met wie ik tot nu toe heb gewoond, en veel van de mensen met wie ik heb gereisd, verdwenen zijn, en dat is best vreemd. Natuurlijk komen daar weer nieuwe mensen voor in de plaats. Voor mijn Engelse huisgenootje is een leuk Pools meisje gearriveerd. Maar je moet steeds blijven investeren in nieuwe contacten, want het verloop in de aiesec-populatie is groot.

Maandag, op Onafhankelijkheidsdag, ben ik maar weer eens een fort gaan bezoeken, even buiten Jaipur. Dit fort, Amber Fort, was een stuk kleiner in vergelijking met die ik eerder had gezien, maar wel erg mooi. De grote attractie van dit fort is dat er olifanten zijn die je de heuvel op naar het fort kunnen brengen. Maar aangezien deze olifanten niet al te best behandeld worden hebben we dat maar niet gedaan. Behalve olifanten waren er ook enorm veel bedelaars: schurfterige kinderen in vodjes, oude vrouwen, gehandicapten.

Afgelopen vrijdag ben ik met een Nederlandse trainee op zijn scooter Jaipur uitgereden, naar een tempelcomplex even buiten de stad. In de volksmond heet het Monkey-temple, omdat er, inderdaad, honderden aapjes rondspringen. En dat zijn niet de enige dieren, ook koeien, ezels en geitjes liepen er rond. Het geheel werd er niet bepaald schoner op. We hadden aardig wat rondgetourd op de scouter, die in niet al te beste staat was en het steeds bijna begaf. Maar op een lekke band na heeft ie het gehouden. Beiden behoorlijk verbrand kwamen we weer thuis.

Inmiddels ben ik redelijk gewend aan het leven in Jaipur. Ik kan me nog steeds totaal niet orienteren in de stad, maar dat ligt vooral aan een volledig gebrek aan richtingsgevoel en het feit dat ik me voornamelijk per bus en rikshaw door de stad vervoer. Maar voor de dagelijkse dingen, zoals het verkeer, het pingelen voor een rikshaw, het afslaan van opdringerige mannen, verkopers en bedelaars enzovoort, draai ik mn hand niet meer om.

Toch zijn er elke dag weer dingen die me verbazen of verassen. Voorbeeld: op een dag lag er bij mij in de straat een dode hond, waarschijnlijk aangereden, half bedekt met een stuk stof. Op zich al iets wat ik niet gewend ben tegen te komen. Ik vroeg me af wat er nu met de hond zou gebeuren, wie zou hem komen ophalen? De volgende ochtend lag de hond er nog steeds, in de volle zon, en begon inmiddels flink te stinken (inderdaad, de geur van ontbindend vlees maakt onmiddellijk misselijk). Wel was er een cirkel van steentjes omheen gelegd. Die avond was de hond verdwenen, en lag er een hoopje as tussen de stenen. Zo kan het natuurlijk ook.

Ander voorbeeld: een paar weken terug was Manu, de jongen bij wie wij wonen, jarig. Ik en mijn huisgenootjes waren uitgenodigd op de viering s avonds. Met lichte tegenzin, een taartetende horde familieleden verwachtend, ging ik er naartoe. Mis! We waren uitgenodigd voor een Pudja, een traditionele Hinduistische verjaardagsviering. De familie zat om een vuur op het balkon, uit het hoofd mantra’s reciterend. We kregen een stoffen arbandje om (brengt voorspoed) en mochten meedoen met het ritueel. Geweldig!

Zo kan ik nog wel even doorgaan, van de ontdekking van een cafe met het uiterlijk van een exacte kopie van een Irish Pub, tot een afspraak om bij mijn collega te gaan eten die pas op het moment dat hij me bij mijn huis afzet toch geen afspraak blijkt te zijn.

Hoe meer ik over dit land leer, hoe minder ik ervan begrijp. De tegenstrijdigheden zijn enorm, eigenlijk is het bestaan van tegenstrijdigheden naast elkaar een van de kenmerken van de cultuur. De contrasten zijn enorm: bicycle riksaws tegenover de MacDonalds, of vrouwen in de meest prachtige sari s, behangen met goud, die een roepie naar een bedelaar gooien zonder hem zelfs maar een blik waardig te gunnen.

Dan moet ik nog mijn belofte nakomen over de positie van de vrouw in Rajasthan. Nou, die is dus kut. "The birth of a boy is celebrated for days, while the death of a girl is not even bemoaned for a day", zoals een van de publicaties van mijn organisatie het stelt. Meisjes zijn ongewild, omdat zij de familie alleen maar geld kosten. Er moet namelijk een enorme bruidsschat betaald worden wanneer ze gaat trouwen, en daarna gaat ze bij de familie van haar echtgenoot wonen. De bruidschat is zo groot dat het menig familie diep in de schulden heeft gebracht.

Meisjes trouwen vaak jong. Vooral op het platteland is het niet ongewoon als een meisje op haar veertiende al trouwt, en tien of elf jaar komt ook voor. Een moeder van twintig met twee kinderen is niets ongewoons. De wens voor een zoon is zo groot dat girl infanticide, of zijn moderne equivalent, abortus van een meisje, vaak voorkomt. Zo vaak zelfs dat het aantal vrouwen significant lager is dan het aantal mannen. De achtergestelde positie van vrouwen is overal zichtbaar: vrouwen zijn vaker ondervoed, krijgen minder onderwijs, en hebben geen macht.

Onder bepaalde hogere bevolkingsgroepen is de traditie van purdah, afzondering van de vrouw, nog in zwang. Deze vrouwen lopen in het openbaar met een sluier over hun gezicht. Vooral op het platteland is de situatie voor vrouwen zwaar. Zij moeten bijvoorbeeld dagelijks kilometers lopen om water te halen. Ook sterven er nog erg veel vrouwen in het kraambed door een gebrek aan gezondheidszorg en kennis over hygiene. Maar dit betekent natuurlijk niet dat alle vrouwen het hier slecht hebben. Vooral hier in de stad zijn er ook veel vrouwen die werken en onafhankelijker zijn. En in andere delen van India is de positie van de vrouw veel beter.

Dat was het wel weer voor nu,
Doeg!


Tuesday, August 9, 2005

Jaisalmer

Hoi!

Afgelopen vrijdag en maandag heb ik vrijgenomen van mijn werk, zodat ik een lang weekend naar Jaisalmer kon gaan. Het begint saai te worden voor mijn trouwe lezertjes, maar weer was het een fantastische trip.

Jaisalmer ligt midden in de woestijn in het westen van Rajasthan, niet ver van de grens met Pakistan. Volgens de Lonely Planet hoort deze plaats eigenlijk alleen in de fantasie te bestaan, en het is inderdaad een plaats die zo uit de sprookjes van duizend-en-een-nacht lijkt te komen. De hele stad is opgetrokken uit het gele woestijnzand, wat de stad een gouden kleur geeft tijdens zonsondergang. Vandaar de bijnaam Golden city. Boven de stad torent een enorm fort uit, dat van de verte eruit ziet als een groot zandkasteel. En het gave van dit fort is dat het bewoond is. In de kronkelende steegjes wonen een paar duizend mensen.

Donderdagavond om middernacht zou onze trein vertrekken, maar natuurlijk had de trein anderhalf uur vertraging. Aangezien het de avond daarvoor iets te gezellig was geweest, kon ik best wat slaap gebruiken. Toen ik eenmaal in mn sleeper lag sliep ik dan ook direct. Het grootste deel van de treinreis was door de woestijn. Ik werd de volgende ochtend dan ook wakker met een fijne laag stof over mijn gezicht.

Na 15 uur treinen arriveerden we in Jaisalmer. De rest van de dag hebben we wat gedrenteld door het fort. We aten in een geweldig restaurant, in een soort van torenkamer min of meer gebouwd in de muren van het fort, met prachtig uitzicht over de stad en de woestijn.

Jaisalmer is onder de toeristen ook beroemd om zijn camel safari’s, en dat gingen we de volgende dag dan ook doen. De tocht door de woestijn was... ongelooflijk. Ongelooflijk bijzonder, mooi, zwaar, pijnlijk, winderig, gewoon ongelooflijk.

's Ochtends vroeg gingen we eerst per jeep naar een plek in de woestijn. Daar stonden de kamelen en de camel drivers op ons te wachten. Ieder kreeg een eigen kameel. De eerste tocht door de woestijn duurde een kleine twee uur. Na die twee uur was duidelijk wat een tocht door de woestijn betekende. Natuurlijk had ik me van tevoren al bedacht dat de combinatie harde contactlenzen van +18 en woestijnzand niet de perfecte match zouden zijn. Ik had me voorbereid door de allerlelijkste zonnebril die in Jaipur te vinden was te kopen, die mijn ogen zo goed mogelijk afsloot.

Maar natuurlijk had ik twee van de winderigste dagen uitgezocht voor mijn woestijnavontuur. Het waaide zo hard dat zelfs de bikkels van de kameeldrijvers het teveel vonden. Het zand deed pijn op je huid, en dus ook heeeeel veeeeel pijn aan mijn lenzen. Tijdens de eerste pauze, op een plek met een paar bomen en een watertje, wist ik niet meer zo zeker of ik de goede beslissing had gemaakt door mee te gaan. De rest van de tocht heb ik als een Pakistaanse zelfmoordterrorist rondgelopen, met een sjaal helemaal om mn gezicht gewikkeld, zodat alleen mijn zonnebril nog zichtbaar was. Dat hielp wel, maar de excursie aan het eind van de middag naar de zandduinen heb ik toch maar even laten schieten.

Na de eerste rit kon iedereen ook ervaren dat tijdens het rijden op een kameel heel andere spiergroepen benut worden. Tijdens dit schrijven ben ik nog steeds stijf in mn bovenbenen. Het rijden op de kameel zelf ging eigenlijk prima, hoewel mijn kameel helaas nogal een einzelganger was. Grote delen van de tijd liep ik ver voor of achter de groep, wat me soms een beetje ongerust maakte. Als ie zou stoppen, zou ik geen idée hebben hoe ik m weer aan de praat zou moeten krijgen! Maar de kameeldrijvers hielden ons goed in de gaten, en wisten de kamelen met kleine geluidjes in het gareel te houden.

's Middags gingen we verder, door nog onherbergzamer gebieden dan die ochtend. Toch waren grote stukken land niet geheel kaal. Veel stukken hebben kleine graspollen, en af en toe een struik. Verrassend afwisselend was het ook: dan weer zandduinen op de achtergrond, dan weer een droog maanlandschap met alleen maar zand zand en zand. Ook zagen we regelmatig stukken omgeploegd land. Er groeide nu niets op deze stukken land, maar van mijn werk weet ik dat er nog aardig wat verbouwd wordt in deze woestijn.

De Thar woestijn is de dichtstbevolkte woestijn ter wereld met meer dan twee miljoen inwoners. De bevolking groeit ook nog eens explosief, met een groeipercentage dat nog hoger ligt dan het Indiase gemiddelde. De inwoners leven van het hoeden van vee en landbouw. De meeste mensen leven in extreem arme omstandigheden. De problemen in dit gebied zijn er teveel om op te noemen. Door de sterke bevolkingsgroei is er een enorme druk komen te staan op het kwetsbare ecosysteem van de woestijn. Gemiddeld twee van de vijf jaar is er sprake van een droogte. Door het toenemende gebruik van grondwater is het grondwaterpijl sterk gedaald, waardoor waterputten droog zijn komen te staan. Bovendien bevat het grondwater vaak teveel zouten zoals fluor, wat tot verschillende aandoeningen leidt (fluorosis). Vrouwen moeten vaak uren lopen om water te halen.

Het beleid van de overheid van de afgelopen decennia heeft vaak averechts gewerkt. Zo heeft de overheid het gebruik van grondwater voor drink- en irrigatiedoeleinden bevorderd, met desastreuze gevolgen. Bovendien dreigen hierdoor traditionele manieren van opslag van regenwater verloten te gaan.

Ik kan hier wel uren over doorschrijven, omdat ik hier de afgelopen weken erg veel over heb gelezen. Mijn organisatie probeert onder andere de overheid bewust te maken van de gevolgen van haar beleid, met name voor de armsten onder de bevolking. Bovendien probeert mijn organisatie traditionele manieren van opvang en opslag van regenwater te bevorderen. Voor mij was het erg interessant om de dingen die ik had gelezen nu in de praktijk te zien. Al rijdend op mijn kameel herkende ik een ‘taanka’, een tank voor opslag van regenwater, en even later kocht ik een flesje frisdrank van een jongen waarvan ik duidelijk kon zien aan de zwarte strepen op zijn tanden dat hij het slachtoffer was van fluororis.

En wat een wind, soms kon je niet ver meer kijken door de enorme zandvlagen. Gelukkig was het niet al te warm, ook omdat het min of meer bewolkt was. De tocht leidde naar een gebouwtje waar we de nacht zouden doorbrengen. Op het dak welteverstaan. Want daar kon de wind wel komen, maar het zand niet, aldus de kameeldrijvers. s Avonds bereidden de kameeldrijvers een prima maal voor ons, en een paar van hen gingen daarna nog wat muziek maken. Een lege 20 literfles mineraalwater werd als trommel gebruikt, en daarbij werd gezongen. Ze hadden een hele aparte manier van stemgebruik, erg tof. Onder de blote sterrenhemel (wat een sterren!) met een deken (wat het koelt erg af in de woestijn) in de gierende wind viel ik op het dak uitgeput in slaap. De volgende dag was mijn gezicht helemaal bedekt met een fijne laag stof. Het zand zat werkelijk overal. Na nog een rit van een uur of twee door de woestijn werden we weer opgehaald door de jeep, die ons naar ons hotel bracht. Zelden was het zo fijn om mijn lenzen uit te doen en schoon te maken.

De rest van de dag hebben we rustig aangedaan em een beetje rondgeshopt in de vele winkeltjes die de prachtigste stoffen en kleden verkopen. 's Avonds hebben ik en mijn twee huisgenootjes onszelf getrakteerd op een uitgebreide massage. We gingen naar een Ayuvedisch (?) centrum dat gerund werd door twee zussen. Van top tot teen zijn we onder handen genomen, terwijl zij ondertussen druk kletsten over hoe het was als vrouw in het conservatieve Rajasthan. Geweldig om mee te maken. Ik heb nog niets verteld over de positie van de vrouw hier geloof ik. Dat bewaar ik dan voor de volgende keer.

Het was dus weer een heel bijzonder weekend. Meer en meer voel ik me bevoorrecht dat ik dit allemaal maar kan doen. De komende tijd blijf ik even in Jaipur, want al dat gehos in bus en trein en kameel is wel erg vermoeiend.

Tuesday, August 2, 2005

Uidaipur

Hoi allemaal,

Ik heb weer een geweldig weekend gehad. Ditmaal voerde de reis naar Udaipur, volgens velen de meest romantische stad van India. Vrijdagavond ging ik daar met een klein groepje van vier mensen naartoe, wederom per sleeper-bus. Zaterdagochtend om zeven uur kwamen we aan. Udaipur is bekend om zijn paleizen, gelegen in een meer, Lake Pichola. De grootste, Lake Palace, is sinds de jaren zestig een hotel, een van de sjiekste ter wereld. Voor de James Bond liefhebbers: de paleizen van Udaipur komen voor in de film Octopussy! Dat zal elke toerist weten ook, want vrijwel elk hotel draait deze film avond aan avond.

De paleizen in het meer geven de stad een sprookjesachtig uiterlijk. Als er tenminste water in het meer zit natuurlijk. En vanwege de hevige droogtes van de afgelopen jaren was het meer vorig jaar geheel opgedroogd. Maar wij hadden geluk: vier dagen voordat wij kwamen was het flink begonnen te regenen, zodat er een laagje water in het grootste deel van het meer stond. Toch konden wij vanaf ons hotel zo over de bodem van het meer naarde overkant lopen.

Udaipur is een kleine stad, slechts zo n driehonderdduizend inwoners, en het viel ons gelijk op hoeveel schoner de lucht hier was vergeleken met het smerige Jaipur. Rustiger ook, en we konden allevier wel uren blijven zitten kijken vanaf het terras van ons hotel naar het verstilde meer. Maar dat was natuurlijk zonde, want er was hier weer veel te bekijken. De zaterdag hebben we besteed aan het bekijken van het City Palace complex, het grootste paleis van Rajasthan, dat uitkijkt over het meer. Het paleis was dan ook echt eindeloos groot en prachtig, eigenlijk te groot om te bevatten. Daarnaast hebben we nog een Haveli bekeken. Verder hebben we veel rondgelopen door de oude binnenstad, met veel kleine straatjes en leuke winkeltjes.

Natuurlijk kan je hier als westerling niet rustig ongemerkt rondlopen. In de winkelstraten word je constant nageroepen door winkeliers en rikshaw drivers, en in de woonstraten word je aangeroepen en achterna gerend door kinderen. Toch was het hier minder erg dan in Jaipur en elders vonden wij, minder agressief. Of ik raak er gewoon aan gewend, dat kan natuurlijk ook... Bij een kleermaker heb ik twee broeken laten maken, precies op maat, die ik de volgende dag kon komen ophalen. Fantastisch, dat kost hier dus echt geen drol.

Je merkt hier trouwens ook goed wat overbevolking met een land doet. Arbeid is hier zo goedkoop, terwijl veel fabrieksproducten hier nauwelijks goedkoper zijn dan in Europa. De economie van dit land groeit razendsnel, maar die winst wordt teniergedaan door een even snel groeiende bevolking, zodat het percentage armen niet vermindert. Ik las laatst dat volgens een Brits onderzoeksbureau India binnen enkele decennia tot de grootste economieen ter wereld zal behoren. Toch zal als de bevolking zo hard blijft groeien het GDP per capita nog steeds bedroevend laag blijven. De kloof tussen arm en rijk zal alleen maar groeien.

Op een gegeven moment stond ik in een steegje een fles water te kopen, en toen ik me omdraaide liep er opeens een olifant rakelings langs, haha! s Avonds zijn we naar een voorstelling van traditionele Rajasthaanse dans geweest, erg tof.

Zondag hebben we per taxi een tour gemaakt. Eerst gingen we naar Kumbhalgarh, zo n 90 km van Udaipur vandaan, over kronkelweggetjes door het platteland met flinke heuvels. Daar ligt op een berg op 1100 meter hoogte een enorm fort. De muren van dit fort zijn zo dik dat er acht paarden naast elkaar op konden lopen, en 36 kilometer lang, alleen de Chinese muur is langer. Binnen de muren liggen tientallen tempels, paleizen en tuinen. Daarbovenuit torent het kasteel. Toen wij daar aankwamen lag was het kasteel half in de mist gehuld, prachtig. Hoewel het dus bewolkt en af en toe mistig was, was het uitzicht fantastisch. We vonden het ook heerlijk om even uit de stad weg te zijn en volledig de ruimte om je heen te voelen.

Daarna gingen we naar Ranakpur, waar een complex van Jainistische (zeg je dat zo?!) tempels te vinden was. De belangrijkste en grootste tempel dateert uit de 15e eeuw en is geheel van marmer. Elk stukje marmer is bewerkt met motieven en beelden. Het gebouw kent 1444 pilaren, elk bewerkt met een ander motief. In tempels heerst trouwens helemaal niet de eerbiedige stikte die wij in kerken kennen. Het is vaak vol met mensen die heftig met elkaar praten, muziek en geklingel van bellen.

's Avonds moesten we helaas pindakaas alweer terug naar huis, ik had hier best nog een paar daagjes langer willen blijven rondhangen! Maandag zat ik weer niet al te uitgeslapen op mn werk. Gelukkig kon ik een halfuurtje eerder naar huis, vanwege een stroomstoring.

Vorige week had ik een korte werkweek. Een familielid van mijn baas was overleden, en het schijnt gewoonte te zijn om je winkel of kantoor dan voor enkele dagen te sluiten. Donderdag en vrijdag had ik dus onverwachts vrij. Ook deze en volgende week snoep ik er weer een dagje vanaf, omdat ik een lang weekend naar Jaisalmer gaan. Dat is een stad midden in de woestijn. Waarschijnlijk gaan we daar een camel safari maken!

Doeg! Meinke

ps. Ik heb nieuwe foto s van Udaipur en het fort! Bedenk wel datr het in het echt 10 keer mooier was.

Monday, July 25, 2005

Jodhpur

Hallo iedereen!

Ik ben alweer bijna een maand in India, time DOES fly when you're having fun!

Afgelopen weekend heb ik weer een prachtige trip gemaakt, ditmaal naar Jodhpur. Vrijdagavond gingen we daar met een groep van 13 trainees per sleeper bus naartoe. Dat zijn bussen die boven de stoelen een soort van bedden hebben. Het idee van een bed in de bus is leuk, maar de wegen zijn zo hobbelig dat er van slapen niet veel terecht komt.

Hoewel Jodhpur maar ongeveer tweehonder kilometer van Japur vandaan ligt, duurde de reis ruim zeven uur. Om half vier s nachts kwamen we met kleine oogjes in Jodhpur aan. Onderweg naat het hotel, gelegen in de oude ommuurde stad, moest de rikshaw zich door steeds smallere straatjes wringen, ondertussen tientallen slapende koeien ontwijkend. We passeerden een marktplaats, waar allemaal mensen op hun marktkarren lagen te slapen. Het was doodstil, en alles werd beschenen door een waterige volle maan. Het was een surrealistisch gezicht.

In het hotel bleek dat we onze kamers pas s ochtends na tienen in konden. Maar we konden wel op het dak van het hotel wachten. Terwijl ik op een bank op het dak nog wat probeerde te slapen, ontwaakte de stad langzaam met de oproep tot het gebed vanuit verschillende moskeeen. Het was een magisch geluid. Toen het eenmaal licht werd, bleek wat voor een prachtig uitzicht op de stad we hadden vanuit ons dakterras. We konden een groot deel van de stad overzien, en zaten aan de voet van de rots waarop het fort, de grootste bezienswaardigheid van de stad, is gebouwd.

Jodhpur staat bekend om zn blauwgeschilderde huizen in de ommuurde stad. Oorspronkelijk verfden alleen de Brahmans, de leden van de priesterkaste, hun huis blauw, maar tegenwoordig mag iedereen dat doen. Het geeft een schilderachtig gezicht.

Het fort torent boven de hele stad uit. De bouw van dit complex begon in de 15e eeuw en heeft eeuwen in beslag genomen. Hier gingen we zaterdagochtend als eerste naartoe. Het fort heeft de reputatie de mooiste van Rajasthan te zijn, en dat geloof ik graag, want de verschillende gebouwen binnen het fort waren werkelijk adembenemend mooi. Er was een zeer geode audio tour beschikbaar, de eerste in zijn soort in Rajasthan, wat als bijkomend voordeel had dat de opdringerige guides buiten spel waren gezet.

In een deel van het complex woont de Maharaja trouwens nog steeds. De rijkdommen die in de verschillende stallen uiteengezet werden geeft een idee over hoe verschrikkelijk rijk de Maharajas geweest moeten zijn. Het uitzicht over de stad vanuit het fort was prachtig. Na dit hoogtepunt gingen we een tempel bekijken die was gebouwd ter herinnering aan een Maharaja. Verder hebben we een tijd doorgebracht op de bazaar van de stad.

's Avonds wilde een deel van de groep nog wat gaan drinken. Ergens 'even' wat gaan drinken veroorzaakt altijd problemen. India (of in ieder geval Rajasthan) kent geen nachtleven van zichzelf. Vrijwel alle hotels en restaurants hebben ook geen drankvergunning. Alcohol wordt door Indiers gewoon weinig gedronken. Het fenomeen 'café is hier eigenlijk onbekend, hoewel er wel verschillende koffiehuizen zijn. Meestal kom je dan ook bij een sjiek hotel terecht.

Iets ondernemen, wat dan ook, duurt hier sowieso altijd minstens twee keer zo lang dan je gewend bent, en meestal verloopt alles anders dan je gepland had. Wanneer je met een groep bent duurt het allemaal nog veel langer. Het duurde dan ook werkelijk een eeuwigheid voordat we met de groep op weg waren en een tent hadden gevonden waar ze voor niet astronomisch hoge prijzen een biertje verkochten.

Op zulk soort momenten, wanneer alles op zn elfendertigst gaat, moet ik mn best doen om mijn goede humeur te bewaren en te blijven genieten van de dingen die ik om me heen zie: een prachtig versierde rikshaw, tot knipperende discolichtjes aantoe, een groep mensen die zingend gebeden reciteert bij een tempel, een bruiloft met stampende muziek en prachtig aangeklede olifanten.

De volgende dag hebben we nog een paleis bekeken. Deze was van recente datum, pas in 1943 was die af. De bouw was begonnen als een sort sociaal werkgelegenheidsproject tijdens een periode van grote droogte. Gedurende tientallen jaren hebben duizenden mensen daaraan gebouwd. Nog maar enkele jaren konden de Maharajas van hun nieuwe paleis in volle glorie genieten, want na de Indiase onafhankelijkheid in 1947 raakten zij hun macht grotendeels kwijt. De architectuur van dit paleis vond ik erg bijzonder, een combinatie van Indiase en Europese stijlen. Het paleis is tegenwoordig een hotel, en grote delen van het gebouw waren niet toegankelijk voor bezoekers. Dat was wel jammer.

's Middags waren we uitgenodigd voor de lunch bij de familie van een van de aiesecers thuis. Ook weer zo'n prachtig voorbeeld van de gastvrijheid hier, zomaar een groep wildvreemde studenten te eten uitnodigen. We werden gedwongen de snoepjes die we als kado hadden meegenomenen zelf op te eten.

De terugreis was erg zwaar. Ik lag met een van mn huisgenootjes in het achterste bed. Aangezien de vering achterin niet werkte, kwam ik na twee uur volledig beurs, bezweet en misselijk uit mn cabine. De rest van de reis hebben we voorin bij de chauffeur doorberacht, opgekropt tussen een wisselend gezelschap tabak kauwende mannen die ons gezelfschap bijzonder interessant vonden, met de voordeur van de bus open. Die mensen reden kleine stukjes illegaal mee, tegen een kleine betaling aan de chauffeur.

Rond half vier s nachts kwam ik thuis, om vervolgens om half tien weer fris en vrolijk achter mn bureautje te zitten. Op het werk gaat het prima. Mijn eerste klus, de brochure voor HEDCON is ongeveer af. Verder ben ik veel bezig met het redigeren van stukken. Daar komt nog best wel veel bij kijken, omdat ik de stukken vaak in nog zeer rudimentaire vorm, met weinig structuur en extreem veel taalfouten, aangeleverd krijg, zodat ik ze min of meer moet herschrijven.

Vorige week was het mijn beurt voor de buikkrampen en bijbehorende ellende. Nu met de regentijd moet je nog meer oppassen met wat je eet en drinkt. Ik was dan ook niet de enige die iets verkeerds gegeten had: twee van mijn huisgenoten waren ook ziek.

Tot zover,

Liefs van Meinke