Wednesday, September 14, 2005

Samode

Weer twee weken voorbij, weer veel meegemaakt. Hard gewerkt en veel lol gemaakt.

Hard gewerkt omdat ik dacht voor elkaar gekregen te hebben dat een mevrouw van Novib langs zou komen bij onze organisatie. We wilden per se nog een paar dingen af hebben voor haar bezoek. Helaas heeft ze haar bezoek af moeten zeggen, dus was alle opschudding voor niets. Ondanks deze tegenvaller vind ik m'n werk nog steeds erg leuk.

Veel lol, want bijna elke avond is er wel ergens iets te doen, een etentje of een feestje. Elke woensdagavond is er sowieso trainee dinner, een etentje met alle trainees en veel aiesecers, meestal gevolgd door een bezoekje aan een van de schaarse cafes die Jaipur kent. Altijd als er een trainee naar huis gaat is dat rede voor een afscheidsfeestje, en aangezien het verloop in de trainee-populatie groot is, is er vaak rede voor een feestje. Soms is het zelfs een beetje te veel, want er moet de volgende dag natuurlijk weer gewoon gewerkt worden.

Afgelopen woensdag was er een trainee dinner in een heus soort van partycentrum aan de rand van Jaipur. Echt een hele hippe tent, zou zo in Utrecht kunnen staan. Maar natuurlijk viel de stroom uit, en dan weet je weer dat je toch echt in India bent.

Vorige week was er een staking van rikshaw drivers. "Autorikshaws are a pretty low life form in the traffic hierarchy, but they act as if they own the roads. What they lack in size, they make up for in numbers. They’re noisy, uncomfortable, and polluting. Whenever autorikshaws drivers go on strike, traffic flows so smoothly, it hardly seems like India anymore. Still, everybody is vastly relieved when they get back on the job, because the city cannot function without them." Aldus een van mijn boeken over India.

En inderdaad, toen ik 's avonds op weg ging naar weer een afscheidsfeestje viel het me al op hoe rustig het op straat was. Op de plek waar normaal de rikshaws staan te wachten was het leeg, en even verderop was ook niets te vinden. Uiteindelijk vond ik er toch eentje, die mij voor een te hoog bedrag (welliefst anderhalve euro) wel wilde brengen. Waarschijnlijk was dit de enige rikshaw die in de hele stad te vinden was, want toen ik op het feestje aankwam was iedereen erg verbaasd dat ik er een had kunnen vinden. Wanneer fanatieke stakers een rikshaw vinden die niet meedoet met de staking, wordt zowel de driver als de rikshaw flink in elkaar geslagen, zo wist een Nederlandse ooggetuige mij te vertellen.

De rede voor de staking scheen te zijn dat de politie nu daadwerkelijk af zou gaan dwingen dat de rikshaws op de meter gingen rijden. Elke rikshaw heeft een meter, maar die hangt er vooral voor de decoratie. De prijs wordt altijd van tevoren afgesproken. Nu, anderhalve week na de staking, is dat natuurlijk nog steeds zo, met dat verschil dat er voor de vorm een haal aan de meter gegeven wordt en tussen de klant en de driver naast de prijs nu ook wordt afgesproken dat wanneer de politie controleert, we zullen zeggen dat we op de meter rijden. Een andere rede voor de staking was dat de politie niet meer toe zou staan dat er meer dan vier passagiers in een rikshaw zitten. Met z'n vijven achterin de rikshaw geperst en dan nog eentje voorin bij de chaufeur is heel normaal, en met een beetje goede wil kan er nog veel meer in gepropt.

Allemaal mooi en aardig, maar hoe ik nu naar huis zou komen was een andere vraag! Nog een autorikshaw vinden was onmogelijk. Maar dan zijn er natuurlijk altijd nog de cycle rikshaws. Hoewel cycle rikshaw drivers altijd om het hardst bedelen of ze je alsjeblieft ergens heen kunnen brengen, probeer ik ze toch vaak te ontwijken, omdat ik me een verschikkelijke uitbuiter voel als ik me zo laat rondfietsen. Deze mensen zijn echt zo arm, de meesten hebben weinig anders dan hun fiets, waar ze ook op slapen. De cycle rikshaw drivers staakten gelukkig niet, en natuurlijk was er wel eentje bereid om me naar huis te brengen, ruim een half uur stevig doortrappen, voor tachtig eurocent.

Afgelopen weekend ben ik er weer op uit geweest. Een trainee had een tripje naar Samode georganiseerd, een dorp niet ver van Jaipur vandaan. De organisatie waar zij werkt probeert het toerisme in Jaipur te bevorderen en heeft een project gestart waarbij mensen kunnen verblijven bij gastgezinnen. Wij, de trainees, dienden als proefkonijnen waarop de toekomstige gastgezinnen konden oefenen.

Afgelopen zaterdag gingen we eerst op bezoek bij een shelter voor dakloze kinderen in Jaipur, gerund door dezelfde organisatie. Daar woonden vijfentwintig jongetjes die door de organisatie van straat geplukt waren. Allemaal in dezelfde bloesjes zaten ze vol verwachtig op ons te wachten toen we aankwamen. Ons werd verteld dat alleen Jaipur al naar schatting zo´n tienduizend straatkinderen telt, en dat er maar een paar opvanghuizen zijn. Veel kinderen lopen weg van huis omdat ze mishandeld worden, of omdat hun ouders niet voor hen kunnen zorgen.

Daarna dus op naar Samode. Stel je geen volstrekt afgelegen gehucht met hutjes in de bush bush voor, want zo was het niet. Samode heeft tienduizend inwoners en gewoon stenen huizen. Maar de sfeer was natuurlijk wel anders dan in de grote stad. En hoewel ik hier in Jaipur natuurlijk ook in het huis van een Indiase familie woon, was dit toch een andere ervaring. Het gastgezin waar ik samen met Jacobine uit Utrecht sliep was geweldig. Alleen papa en de oudste dochter spraken een beetje Engels, maar we kwamen er prima uit.

Zondag hebben we Samode bekeken. Gedurende twee weken was er een festival aan de gang rondom de tempel op de top van de heuvel bij het dorp. Het verhaal is dat er eens zeven engelen gingen baden in het meertje op de heuvel (geen meer te bekennen, maar die schijnt er geweest te zijn). Een god zag hen en stal hun kleren. De engelen smeekten vervolgens of ze hun kleren terugmochten, en uiteindelijk stemde de god toe, mits ze twee maal per jaar gedurende vijftien dagen naar deze plek terug zouden keren om de ziekten van de mensen te genezen.

Wat er nu hier gebeurt tijdens deze twee periodes van vijftien dagen is echt ongelooflijk. Mensen komen vanuit alle windstreken naar deze plek, en ontdoen zich van hun kleren, in de verwachting dat ze genezen worden van hun ziekte. Wanneer ze een ziekte of ongemak aan hun bovenlichaam hebben gooien ze hun bovenkleren weg, als ze iets hebben aan hun onderlichaam, doen ze hun broek weg. Of gewoon maar al hun kleren, voor de zekerheid. De plek waar het meer geweest zou zijn was dan ook bezaaid met kleren, en hier en daar een klein offervuurtje. En stront, heel veel stront, want mensen geloven blijkbaar ook dat dat zou kunnen helpen. Rondom de tempel was het een drukte van belang en een gekrioel van mensen. Voor de tempel zaten twee mannen met slangen, die natuurlijk ook heilig waren. Ik had het idee dat de mensen die hier kwamen vooral van tribale afkomst waren.

Naast deze tempel had het dorp nog een paleis te bieden, maar wat paleizen en forten betreft ben ik al erg verwend geworden, en vond ik deze niet zo bijster interessant. Verder had Samode vooral erg veel kinderen, die achter ons aan renden en eindeloos om geld, pennen en chocolade schreeuwden, wat behoorlijk op de zenuwen gaat werken.

Dit weekend ga ik er samen met Jacobine voor een week tussenuit, op naar de Himalaya´s! Zaterdagavond vertrekken we eerst richting Amritsar het religieuze centrum van de Sikhs. Daarna gaan we naar Dharamsala, waar de Tibetaanse regering in ballingschap zetelt, en McLeod Ganj, waar de Dalai Lama zijn residentie houdt. Ik zal weer veel te vertellen hebben in mijn volgende weblog!

Thursday, September 1, 2005

Pushkar

Deze week zou ik op de helft van mijn avontuur in India zijn. Maar dat idee beviel me maar niets, er is hier nog zoveel te doen! Dus daarom heb ik maar besloten om nog een paar weken aan mijn verblijf vast te plakken. In die paar weken ga ik in ieder geval naar de Pushkar Camel Fair, een groot festijn waar jaarlijks zo'n 200 000 mensen opaf komen, die zo'n 50 000 kamelen met zich mee brengen. Dat wil ik niet missen! De rest van de tijd moet nog ingevuld worden, maar dat gaat vast geen probleem vormen.

Dit weekend ben ik er weer opuit geweest. Met Goska, mijn nieuwe Poolse huisgenootje, ben ik naar Ajmer en Pushkar getrokken. Geen nachtelijke busreizen deze keer, want deze steden liggen slechts 2,5 uur van Jaipur vandaan. Zaterdagochtend vertrokken we naar Ajmer. Dit is een religieus centrum voor moslims omdat een Sufi heilige (ik bespaar jullie zijn onuitsprekelijke naam) hier begraven ligt. De Dargah, het complex waar zijn tombe te vinden is, is een van de belangrijkste bestemmingen in India voor Islamitische pelgrims. Op weg hiernaartoe liepen we door een prachtige kleurrijke bazaar. De Dargah zelf was een drukte van belang. De kleine ruimte waar de tombe van de heilige staat was volledig volgepakt met mensen die offers brachten en een ronde om te tombe probeerden te maken. Wij waren de enige westerlingen, en vormden een geweldige attractie. Goska heeft een digitale camera, wat ons nog veel interessanter maakt. Mensen vinden het fantastisch om te poseren en het resultaat te bekijken. Sowieso waren we volgens mij de enige westerlingen toeristen in Ajmer.

Hierna gingen we naar de Nasiyan Temple. Deze tempel wordt ook wel Golden Temple genoemd, omdat binnenin een enorme maquette, twee verdiepingen hoog, volledig in goud, te vinden is, die de Jainistische visie van het universum weergeeft. Heel erg tof.

Hierna gingen we met de bus naar Pushkar. Het was een mooie rit, en we konden Ajmer prachtig zien liggen vanaf de heuvels. Volgens de legende is het meer van Pushkar ontstaan waar Brahma een lotusbloem vanuit de hemel heeft laten vallen. Daarom is het een belangrijk bedevaartsoord voor Hindus. Een bad in dit meer heeft een reinigende werking. Een ritueel door een priester bij het meer geeft geluk en een nieuw karma of iets dergelijks. Natuurlijk heb ik dit ritueel ondergaan.

Pushkar is de enige stad waar Brahma (zeg maar de hoofdgod van het Hinduisme, maar vertel niet verder dat ik dat zo gezegd heb) vereerd mag worden. De Brahma tempel die hier staat is dan ook de enige in India. De stad herbergt zo'n 400 tempels gewijd aan andere goden, echt op elke hoek van de straat staat een tempel. De bijzondere sfeer in de stad trekt niet alleen veel pelgrims, maar ook heel veel toeristen, en dan vooral heel veel hippies. Die worden onder andere aangetrokken door de Special Lassis, een yoghurtdrank met wiet of marihuana erin vermengd, die hier verkrijgbaar zijn. Het is echt een toeristen trekpleister, met veel winkeltjes met vage hippiekleren, en in het hoogseizoen moet het wel erg vol zijn. Maar nu waren er weinig toeristen.

We hadden zonder het zelf door te hebben het perfecte weekend uitgezocht om naar Pushkar te gaan. Dit weekend werd namelijk Janmashtami, de verjaardag van Krishna, gevierd. Op zaterdagavond bleef iedereen op, om op middernacht de geboorte van Krishna te vieren. In de tempels werd de hele avond muziek gemaakt. De stad met zijn 400 tempels was een kakafonie van muziek, geweldig. Ook de volgende dag waren er verschillende optochten en festivals.

Zoals misschien wel uit het bovestaande duidelijk wordt, is mijn kennis over het Hinduisme nog zeer beperkt. Ik haal de goden steeds door elkaar en herken ze slecht op afbeeldingen. Ook van de rituelen in de tempels snap ik niet veel. Ik ken ze nu wel, maar begrijp weinig van wat erachter schuilt. Vorige week zat ik op een ochtend op kantoor, toen opeens vanuit het huis naast ons kantoor een soort van gezang opsteeg. Een gezelschap van zes man zou gedurende 24 uur de gehele Bhagavad Gita reciteren. Een flinke luidspreker was op het balkon geplaatst, zodat het hele buurt kon meegenieten.

Pas de volgende dag werd mij duidelijk dat dit gebeuren ter gelegenheid van de verjaardag van de zoon des huizes was, die welliefst twee jaar werd. De binnenplaats van ons kantoor was omgetoverd tot gaarkeuken, waar vanaf s ochtends vroeg een enorm maal werd bereid. Op houtvuur, waardoor het kantoor geheel blauw kwam te staan. Ook ik was uitgenodigd voor de maaltijd s avonds. Beetje jammer alleen dat ze me dat niet van tevoren gezegd hadden, zodat ik in mn afgeragte klofje tussen de meest prachtige saris terecht kwam. Het feest vond plaats op het dak van mijn kantoor.

Als ik de vader van de jarige mocht geloven was dit niet zo'n grote viering, met 'slechts' 50 van de meest naaste familieleden. Ik mocht kennis maken met de bedovergrootvader van het feestvarken, die 98 jaar oud was en een erg fitte indruk maakte. Hij sprak prima Engels en vertelde dat hij elke morgen om vier uur opstaat om yoga oefeningen te doen een een stuk te wandelen. Geweldig om vijf generaties naast elkaat te zien. Het is hier de gewoonte dat de jarige de taart aansnijdt en stukjes aan de aanwezigen voert. Als het even kan wordt de jarige flink ingezeept met taart en slagroom. In dit geval mocht de tweejarige de enorme taart aansnijden, en gaf hij het eerste stukje aan zijn bedovergrootvader. Erg tof.

Voor de maaltijd werden twee lange smalle kleden uitgerold, waar iedereen in rijen in kleermakerszit op ging zitten. De familie liep langs om het eten uit te delen. Het was heerlijk. Erg leuk om dit mee te maken, maar nog steeds snap ik niet helemaal waaraan dit jochie nou dit hele festijn aan te danken had...