Friday, April 27, 2007

My first earthquake

Tijdens onze wekelijkse stafbijeenkomst vandaag begon alles ineens te trillen, heel kort. Bij de tweede schok stoof iedereen op en rende naar buiten. Eenmaal buiten dacht ik even dat ik duizelig werd van de schrik, maar het bleek dat de aardbeving nog steeds bezig was. Het was een beetje alsof je op een deinend schip staat. Het HelpAge-bord in de tuin zwaaide heen en weer. Voor het eerst zag ik tekenen van het trauma van de tsunami. De kinderen van het schooltje tegenover ons kantoor waren ook naar buiten gerend, en stonden op het pleintje hardop te bidden en te huilen. Mijn collega Ririn stond te beven als een rietje, en nog terwijl de aarde aan het golven was probeerde ze haar moeder en zwangere zus te bellen. Natuurlijk was het netwerk overbezet.

Nadat de aarde stopte met bewegen bleven we nog een tijdje buiten, en na vijf minuten zat Husney (onze kantoornicht) al te grappen dat hij een tweede tsunami zeker niet zou overleven. Maar Ririn bleef nog lang natrillen. Daarna gingen we op zoek naar informatie over de aardbeving. Want natuurlijk is het eerste wat in je opkomt: komt er weer een tsunami? Helaas, ik kon niets vinden op het internet over deze aardbeving. Pas twee uur later vond ik een rapport over de beving. Het bleek een beving van 6,3 op de schaal van Richter geweest te zijn, met het epicentrum in de oceaan, 85km verwijderd van Banda Aceh. De hevigheid van de schok was gelukkig veel te laag om een tsunami teweeg te brengen. Het zal waarschijnlijk niet de laatste keer zijn dat ik een beving mee zal maken. Banda Aceh ligt precies op een grote breuklijn, en de aarde schokt hier regelmatig.

Dat zou ervoor pleiten de vele huizen die hier nu herbouwd worden aardbeving-bestendig te maken, zou je zeggen. Vreemd genoeg schijnt dat niet het geval te zijn, zo vertelde een van mijn hotelgenoten. Hij werkt bij een organisatie die aardbevingsbestendige huizen bouwt, en er bij andere organisaties op aandringt dat zij hun huizen ook zo bouwen. Het blijkt helemaal niet lastig te zijn of meer geld te kosten, je moet gewoon de betonpalen op een bepaalde manier aan elkaar vastmaken tijdens het bouwen, that's it. Maar hij vertelde dat de meeste huizen die hier nu gebouwd worden bij de eerste de beste stevige aardbeving in elkaar zullen storten, met alle dodelijke gevolgen van dien.

Het is heel gemakkelijk schieten op alle blunders en missers die er tijdens de herbouw worden begaan. Vorige keer had ik al verteld over het dorp dat herbouwd was in een hoger gelegen gebied, zonder eerst te kijken of daar water te vinden was. Het blijkt vaker te gebeuren dat de huizen gebouwd worden voordat de infrastructuur wordt aangelegd. Normaal gesproken gebeurt dat andersom, en een van mijn andere hotelgenoten vertelde dat dat hier extra belangrijk is, omdat de grond hier vanwege de aardbevingen altijd in beweging is.

Dan is er het probleem van leegstand. Veel huizen zijn opgeleverd, maar onbewoond. Daar zijn veel verschillende redenen voor. Sommige mensen blijven bijvoorbeeld in hun tijdelijke barakken omdat zij daar voedsel en andere ondersteuning van hulporganisaties ontvangen. Hiermee hangt samen dat met de tsunami hun bron van inkomsten, zoals bijvoorbeeld hun vissersboot, verwoest is. Anderen vinden de huizen te klein en hopen wellicht dat ze nog een groter huis kunnen bemachtigen.

Genoeg aan te merken op de herbouw dus. Hoe kan het nu toch dat er zulke fouten gemaakt worden? Waarom wonen er nog zoveel mensen in tijdelijke onderkomens, terwijl de organisaties zwemmen in het tsunamigeld? Aan de andere kant: het herstellen van de enorme verwoesting die waren aangericht was ook bijna een onmogelijke opgave. Zoveel schade aan infrastructuur, kusten, rivieren, landbouwgrond, honderdduizenden huizen verwoest, hele dorpen weggevaagd... De reconstructie is inmiddels al zover gevorderd dat ik mij maar moeilijk voor kan stellen hoe groot de verwoesting daadwerkelijk geweest is.

En een duidelijke oplossing voor hoe het wel zou moeten is ook niet voor handen. Hulporganisaties hebben de afgelopen jaren ieder met hun eigen filosofietjes driftig geëxperimenteerd met verschillende methodes: de bouw zelf geheel in handen houden, de bouw uitbesteden aan lokale ondernemers, geld geven aan de dorpsgemeenschap voor herbouw, geld geven aan de mensen zodat zij hun huis kunnen herbouwen naar eigen inzicht, enzovoort enzovoort. Een van mijn kennissen heeft er in opdracht van de overheidsinstantie die de reconstructie overziet onderzoek naar gedaan, en is tot de conclusie gekomen dat geen enkele methode zonder gebreken is.

Toch doet het geblunder wat ik hier om mij heen zien mij soms twijfelen aan de juistheid van de projecten die ik onder mijn hoede heb. Dragen die daadwerkelijk bij aan de verbetering van de levensomstandigheden van de mensen hier? Is er daadwerkelijk behoefte aan ons, of hebben wij een behoefte gecreerd? Zitten wij hier alleen maar omdat de hele NGO-wereld hier is neergestreken?

Nuttig of niet, het houdt me in ieder geval wel van de straat. Afgelopen weken was ik ook op zaterdag aan het werk, en had doordeweeks 's avonds vaak vergaderingen. Maar afgelopen zondag had ik een dagje welverdiende rust. Nou ja, rust… ik ging met een Nederlander en een Duitser mountainbiken. Ze hadden me gewaarschuwd dat het wel een pittige tocht kon worden. Maar ik dacht, och, een gezonde Hollanse meid... WRONG! Imagine 3 spinninglessen achter elkaar met 35 graden in de zon en je krijgt een klein beetje een idee. Over steile stenige weggetjes, door junglepaden tot mn knieeen in de modder, en steeds die gasten ver voor me uit... de duik in het helderblauwe zeewater zou een perfecte afsluiting van de rit geweest zijn, ware het niet dat we daarna nog terug moesten.

Goed, het was dus geweldig, en hoewel ik daarna bijna letterlijk in elkaar zakte van vermoeidheid, ben ik sindsdien weer helemaal senang (om maar eens een mooi leenwoord te gebruiken). Na weer een paar lessen Bahasa en een aantal brommerritjes deze week kan ik er weer tegenaan!!

Tuesday, April 17, 2007

Update uit het Verre Oosten

"In Indonesië wordt links gereden; voorzichtigheid is geboden i.v.m. het vele langzame verkeer; algemene verkeersregels zijn moeilijk te geven", aldus mijn boekje Wat en Hoe Indonesisch.

Mij leek het dus een goed idee om in dit linksrijdende land zonder verkeersregels met mijn slechtziende hoofd brommer te leren rijden. Deze independent woman wil namelijk niet van anderen voor haar vervoer afhankelijk zijn. Ik weet nog uit India dat me dat mateloos irriteerde. En dagelijks gehaald en gebracht worden met een airco-auto met chauffeur gaat na een week zoooo vervelen, weet je.

Twee weken geleden begon ik met oefenen. Deepak gebood mij eerst een week lang rondjes te rijden op het schoolpleintje tegenover het kantoor, onder streng toezicht van de bewakers van het kantoor. Ik merkte al wel dat ik niet bepaald een natuurtalentje was, gaf steeds gas als ik wilde remmen enzo. De toekijkende schare kinderen vond het in ieder geval erg vermakelijk. Op een onbewaakt moment waagde ik mij op het smalle weggetje waaraan mijn kantoor grenst. Na nog een paar dagen heen en weer gereden te hebben op dit weggetje zonder kinderen aan te rijden, was de tijd rijp voor de vuurdoop op de grote weg. Nu rij ik samen met Ab, onze chauffeur, elke dag een stuk door de stad. Van de week nam hij mij zelfs mee buiten de stad. Haha, daar reed ik dan tussen de rijstvelden! Mijn verschijning ging niet ongemerkt voorbij. Gejoel en "Bouleh, bouleh" (buitenlander) geroep. Ab vond het maar wat mooi, al die aandacht die hij opeens kreeg met mij achter zich aan rijdend, en graag trakteerde hij mij op een glaasje kokosnootsap bij een tentje onderweg om te pronken.

Binnenkort moest ik dus maar eens wat mensen gaan omkopen om een brommerrijbewijsje ergens los te peuteren, want helaas is daar voor mij als bouleh zonder verblijfsvergunning op legale wijze niet aan te komen.

Dit weekend ben ik op stap geweest met een meisje van het hoofdkantoor uit Londen die hier op bezoek is om onderzoek te doen. We lieten de stad voor wat deze was en vertrokken gewapend met een pak rode wijn richting Pulo Weh, een bounty-eiland een uurtje varen van Banda Aceh vandaan. Het was heerlijk om een dagje te chillen en naar de onwaarschijnlijk blauwe zee te staren onder het genot van een verse mixed fruit juice.

Het weekenden daarvoor was ik veel op stap met Lex, de Nederlandse man uit mijn hotel, en zijn vrienden. Met hen ging ik naar prachtige stranden en andere mooie plekjes in de buurt. Zo gingen we bijvoorbeeld naar een mooi strand bij Lampuuk. Dit dorp is tijdens de tsunami vrijwel volledig verwoest: de vloedgolf reikte hier maar liefst zeven kilometer het land in. In het kaalgeslagen landschap verreist nu een dorpje van volstrekt identieke huisjes, dat herbouwd is door het Turkse Rode Kruis.

Ook heeft Lex mij meegenomen naar het dorp waar hij de afgelopen maanden een watersysteem had aangelegd. Na de tsunami had men besloten dit dorp deels hoger op de berg te herbouwen. Pas toen de bouw goed en wel onderweg was, realiseerde men zich dat er hoger op de berg geen water te vinden was. Lex moest dat even gaan oplossen. Apentrots leidde hij mij door 'zijn' dorp, glunderend van oor tot oor wanneer ik vol bewondering de watertanks, waterleidingen en sanitaire voorzieningen bekeek. We besloten een alternatieve route terug naar huis te nemen. De route bleek wel erg alternatief te zijn, want we deden er bijna vier uur over, terwijl de heenweg maar een uurtje had gekost. De weg werd steeds smaller, de bruggetjes over kleine stroompjes heen steeds gammeler. Maar wat een natuur: overal aapjes, en op een gegeven moment zagen we zelfs een groep buffels in een rivier.

Af en toe moet er ook nog gewerkt worden. Ik begin het werk hier na een maandje aardig in de vingers te krijgen. Ik heb twee projecten onder mijn hoede gekregen. Het eerste is een samenwerkingsverband tussen het Britse Rode Kruis en ons. Het gaat om een project dat tot doel heeft mensen die getroffen zijn door de tsunami in staat te stellen weer in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Onze veldwerkers doen aan dat project mee om te zorgen dat ouderen ook in het project betrokken worden.

Het andere project is een samenwerkingsverband tussen ons en een kleine lokale organisatie. Het doel van dit project is tweeledig. Ten eerste het oprichten van zogenaamde Older People Associations (in het jargon erg toepasselijk afgekort tot OPA) in veertien dorpen in de buurt van Banda Aceh. Deze organisaties dienen om ouderen bij elkaar te brengen, zodat zij steun bij elkaar kunnen vinden en ook gezamenlijk voor hun belangen kunnen opkomen. Ten tweede heeft het project als doel ouderen te helpen in hun levensonderhoud te voorzien.

Twee weken geleden was ik met een aantal mensen die op bezoek waren uit Londen en Thailand op bezoek in twee dorpjes waar ze bezig zijn dergelijke organisaties op te zetten. De ouderen leken erg enthousiast, en gaven aan dat andere hulporganisaties hen tot nu toe links hadden laten liggen.

Deze week zal ik weer veel 'het veld ingaan', zoals dat zo mooi in het jargon heet. Ik ga de bijeenkomsten van ouderen in een aantal dorpen bezoeken om te kijken hoe de veldwerkers van onze partnerorganisatie het doen. Ik ben namelijk sinds kort gebombardeerd tot iemand die van alles weet over 'livelihoods', het opzetten van Older People Associations, 'community-based development', 'participatory processes', 'empowerment of rural people' en nog een reeks van dat soort NGO-termen. Ik heb er zelfs al twee trainingen aan veldwerkers over gegeven. Ik ben benieuwd of ik iets nuttigs kan bijdragen!

Wednesday, April 4, 2007

Leven onder de Sharia

Ik woon dus in een gebied waar sharia, Islamitische wetgeving geldt. Mijn westerse hoofdje associeert het woord sharia onbewust met allerlei enge beelden: burka's, naqibs, steniging, onderdrukking en vrouwendiscriminatie, dat soort ellende. Atjeh doet dergelijke stereotypes over Islam snel verdwijnen.

Weinig soepjurken hier: vooral de jongere vrouwen gaan veelal modieus westers met een oosterse touch gekleed over straat. Alleen welteverstaan, en op weg naar school of werk. Vrouwen zijn hier mondig en nemen volop deel van het openbare leven. Dat was in het gebied waar ik was in India wel anders.

Islamitische vrouwen moeten hier op straat een hoofddoek dragen, en dat gebod wordt vrij strikt nageleefd. Maar de hoofddoek is vaak een hip of sierlijk ding, perfect passend bij de rest van de outfit. Niet-moslimvrouwen hoeven geen hoofddoek te dragen. Een van mijn collega's gooit zodra ze op kantoor is haar hoofddoek af. Mijn andere vrouwelijke collega heb ik zelfs nog nooit met een hoofddoek gezien. Meestal doet zij het met een petje af. In winkeltjes kom ik ook regelmatig ongesluierde vrouwen tegen die uit het zicht van de straat aan het werk zijn. Het kan zijn dat al die vrouwen toevallig niet Islamitisch zijn, maar ik denk toch eerder dat men het buiten het zicht van de sharia-politie niet zo nauw neemt met de regels.

Een van mijn mannelijke collega's, voldoet trouwens ook niet helemaal aan mijn verwachtingspatroon. Deze jongen is zo proto-type gay als het maar zijn kan, meer het typje Chelsea, New York.

Net zoals in India wordt in het openbaar affectie tonen voor het andere geslacht niet geaccepteerd. Ririn vertelde laatst giechelend hoe ze een vrouw die achterop een brommer zat haar man een zoen in zijn nek zag geven. "Haha, that was so craziieee!"

Alcohol is dus ook verboden, maar gelukkig is er voor mij nog geen zaterdag voorbij gegaan zonder de nodige alcoholische versnaperingen. Binnen een dag was ik door de expats op de hoogte gebracht van de plekjes waar alcohol verkocht wordt, niet eens tegen al te hoge woekerprijzen. Alcohol is te krijgen in enkele supermarkten (gewoon een tijdje wat doelloos ronddwalen, dan komt er vanzelf iemand op je af die vraagt wat je wil hebben, wat je vervolgens discreet in een zwarte plactic tas aangereikt krijgt). Er zijn ook een paar restaurants die alcohol schenken, die zitten steevast stampvol met expats. Ook steeds meer Indonesiërs weten hun weg naar deze restaurants te vinden.

Afgelopen zaterdag was ik in Pace Bene, een van deze restaurants. Pace Bene is een begrip onder de expats, het staat bekend om zijn slechte Italiaanse eten, goede sfeer en knappe eigenaresse. De wijn is puissant duur, maar dat is noodzakelijk om het smeergeld dat betaald moet worden aan de politie op te brengen. Ik werd mee uit eten genomen door Lex, een Nederlandse man van een jaar of zestig die werkelijk over de hele wereld al heeft gewerkt en vol met prachtige verhalen zit over primitieve Namibische stammen ("die wassen zich nooit joh!"), Noord-Korea ("de beste tijd van mn leven daar"), Congo ten tijde van de Rwanda oorlog ("goede VN-feesten daarzo toen!") en ga zo maar door.

Het weekend daarvoor had ik mijn allereerste echte Indonesische feestje. Didi, één van mijn collega´s, was jarig. Het was een tuinfeestje, met veeeel eten en veeeel drank. Geen hoofddoek te bekennen, en soms vroeg ik me af of ik niet toevallig op een feestje uit de Amsterdamse gay-scene was beland. Zo was er Louis, door zijn vrienden ook wel Louise genoemd, die maar nier uitgepraat kon raken over darkrooms en latex. Mijn collega Husney had het er prima naar zijn zin. Het was al bij al niet het soort feestje dat ik had verwacht in sharialand!

De werkelijkheid zit een stuk ingewikkelder in elkaar dan eerste indrukken van een buitenstaander kunnen opvangen. Cynici zeggen bijvoorbeeld dat dit liberale klimaat samen met de internationale hulporganisaties binnen een jaar zal verdwijnen. En de rol en macht van deze schimmige sharia-politie is mij ook nog niet echt duidelijk. Maar in ieder geval is van mijn schrikbeeld van een conservatief fundamentalistisch gebied vol met stugge vrouwonvriendelijke mensen weinig meer over!