Thursday, July 26, 2007

De weerbarstige realiteit

Weetje, het is nog helemaal niet zo makkelijk, de wereld redden! Vanuit de hoge toren van de VN leek het allemaal zo helder. Daar werden zaken teruggebracht tot zuiver analytische vraagstukken die in mooie woorden in statements en rapporten werden vervat. Zelfs zo'n frustrerend onderwerp als ontwapening, waar al jaren geen millimeter vooruitgang wordt geboekt, werd zo een interessant intellectueel en theoretisch spel. De realiteit, die van door landmijnen en onontplofte clusterbommen uiteengereten kinderlijkjes, verlies je zo snel uit het oog.

Ook bestond er in die hoge toren de overtuiging dat als we maar met zn allen echt heel graag willen, het wel goed zal komen met de wereld. De oplossing van de wereldproblemen liggen binnen ons handbereik en de VN spelen daarbij vanzelfsprekend een centrale en onmisbare rol. Het enige wat ons van een rechtvaardige en welvarende wereld scheidt, zijn een paar onwillende landen die de VN, die vanuit haar aard het goede doet, belemmeren haar inherent juiste doelstellingen te vervullen, zo is de overtuiging.

Dit maakte mijn tijd bij de VN zo fantastisch en de moeite waard. Het politieke spel te aanschouwen en proberen te doorzien was een feest. Bovendien zag ik in de Vijfde Commissie hoe de VN probeerde zich te reorganiseren en te worden tot de goede organisatie die deze in de kern is. Als we alleen nu maar die dwarsliggende landen tot rede konden brengen, dan zou het helemaal goed komen met de VN, en daarmee ook met de wereld. Mijn bijdrage, al bleef die beperkt tot één alinea in een EU-verklaring, was daarmee de moeite waard.

Ik merk nu in de praktijk hoe ver die wereld van de realiteit op de grond vandaan staat. Die valt helaas niet zo goed in kadertjes en mooie zinnen te vangen, zie ik hier in Banda Aceh. De politieke spelletjes hier zijn zo plat en smerig dat het niet leuk meer is. De VN en andere internationale hulporganisaties zijn hier en masse naartoe getrokken om mensen te helpen en goed te doen, gewapend met zakken geld, duizenden experts, en de steun van de hele wereldgemeenschap. En nòg gaat er zoveel mis. Sterker nog, volgens sommigen maken die sjieke organisaties de situatie alleen nog maar erger: ze zouden de lokale economie ontwrichten en werkelijke ontwikkeling in de weg staan door hun gesmijt met hulpgelden. Eigenlijk hebben we nog geen idee hoe we zo'n klus als deze zouden moeten aanpakken. Weetje, ik begin te vermoeden dat we zelfs met alle goodwill van de hele wereld eigenlijk nog helemaal niet weten hoe het zou moeten, de wereld redden...

Ahum.
verhalen over wuivende palmbomen en jaloersmakende tripjes naar bounty-eilanden had ik beloofd dus.

Vorige week nog was ik op een bounty-eiland met wuivende palmbomen. Wij hulpverleners mogen daar voor ons werk naartoe. Dit eiland was namelijk zwaar getroffen door de tsunami. Met een extreem hippe speedboot van het Rode Kruis vervoerde ik mij daar naartoe. Weliswaar een dag later dan gepland: op de dag dat ik wilde vertrekken ging de boot niet vanwege een gebrek aan benzine in Banda Aceh. Dit schijnt een paar keer per jaar te gebeuren, niemand maakte zich er bijzonder druk om. De benzine was ook nog niet echt op, alleen de tankstations hadden geen voorraden meer. Maar hier kan je overal op straat benzine kopen bij warungs en straatverkopers. Sommigen van hen hadden nog wel, en die konden het nu voor woekerprijzen verkopen.

Toen de sjieke speedboot was verdwenen was het afgelopen met de luxe. Wuivende palmbomen en prachtige stranden waren er zeker hier. Maar denk die parasols, cocktails en bikini’s maar weer weg - we zijn natuurlijk nog steeds in sharialand - en doe daar een paar ruines van door de tsunami verwoeste huizen voor in de plaats. Geen verharde wegen, slechts een paar uur stroom per dag, een klein en krakkemikkig veldkantoortje van onze partnerorganisatie, water met onbestemde kleur en geur dat ik uit de waterput moest hengelen om mij mee te wassen, een matras dat ik met twee andere meisjes moest delen en geen mobiel netwerk. Behalve op één heuveltop dan. Het hele eiland trekt daar na tien uur 's avonds, wanneer de tarieven goedkoop zijn, naartoe om met ultrahippe telefoontjes te bellen en te smssen.

Het feit dat er ook nauwelijks een auto beschikbaar was om de verschillende dorpen te bezoeken waar onze partnerorganisatie een project runt, maakte het tripje wat frustrerend. Maar gelukkig was er een voetbalwedstrijd tussen twee buurdorpen om de tijd dat we zonder vervoer zaten door te komen. Het leven na de tsunami gaat door, en de dorpen op dit eiland hebben inmiddels alweer een volwaardig team, getooid in vol tenue met de naam van hun dorp op de rug, op de been weten te brengen.

Mijn vorige trip naar een eiland was ietsjes anders. Toen ging ik met een man of 12 naar een onbewoond eiland uit stukje buiten de kust van Sumatra, gewapend met dozen vol bier, wijn en lekker eten. Buiten het zicht van de sharia-politie kon de bikini weer aan en kon ik heerlijk met een biertje in het blauwe water dobberen.

En dan op zn tijd een tripje naar 'the free world', zoals sommige expats het noemen, de wereld buiten Aceh. Een tijdje terug ben ik weer een lang weekend naar het Toba-meer geweest. Weer lekker met een brommertje over het prachtige Samosir-eiland gecrossed en mij bij de lokale Batak-bevolking in hun traditionele huizen laten uitnodigen.

Laatst ook weer eens een mountainbike tocht gemaakt. Zestig kilometer door de rijstvelden met een groep van tien boule’s (buitenlanders) – we kregen de nodige bekijks kan je wel stellen. Voor de meeste Indonesiërs is het onvoorstelbaar dat iemand het in zijn hoofd zou halen zich voor zijn plezier op zo'n manier in het zweet te gaan werken.

Volgende week ga ik met mijn broertje en ouders een hele grote vier weken durende jaloersmakende trip door de Indonesische Archipel maken. Mijn broertje komt een paar dagen vooruit om mij in Banda Aceh te komen opzoeken en even de ramptoerist te kunnen uithangen. Dan gaan we samen naar Medan, waar onze ouders inmiddels gearriveerd zullen zijn. Met zn vieren zullen we dan Indonesië gaan doorkruisen. Mijn verhalen over wuivende palmbomen zullen jullie de komende tijd dus nog de neus uitkomen!