Afgelopen donderdag is de vastenmaand begonnen: geen eten en drinken van zonsopgang tot zonsondergang. De eerste dagen van de Ramadan bracht ik door op Pulo Breueh, een van de kleine eilandjes voor de kust van Banda Atjeh. Mijn vrees dat er gedurende de Ramadan niet zoveel te beginnen was in het veld werd bevestigd. Een kennis hier grapte al eens: “During Ramadan productivity decreases in Indonesia from 10% to 2%.” Mensen delen hun dag in op zo’n manier dat ze zo min mogelijk energie verspelen gedurende het daglicht. Op Pulo Breueh, een eiland waar het grootste deel van de dag geen elektriciteit is en de luxe van een airco ver te zoeken is, betekent dat lethargie. Niet drinken in de vochtige hitte van de tropen is moordend.
Om half vijf ’s ochtends vinden de eerste gebeden plaats en wordt er ontbeten. Daarna gaan de meeste mensen weer slapen, en blijven vervolgens zo lang mogelijk liggen. De middag gaat voor een groot deel op aan het voorbereiden van de avondmaaltijd. Om zeven uur wordt het vasten gebroken, waarna men voor zo’n twee uur de moskee induikt. Na half tien komen de mensen weer tot leven. De koffiestalletjes stromen vol en blijven tot diep in de nacht open, soms tot het tijd is om alweer aan de voorbereidingen voor het ontbijt te beginnen.
In Atjeh geldt Sharia-wetgeving, wat betekent dat alle moslims verplicht zijn zich aan de Ramadan te houden, op straffe van vier jaar gevangenis of 2 zweepslagen (ik verzin het niet). Ook op het aanzetten van moslims tot het breken van het vasten (bijvoorbeeld door het verkopen van etenswaren op straat midden op de dag) staat een stevige straf: één jaar gevangenis of zes slagen met de zweep. Eindelijk dringt het fundamentele verschil van dit rechtsysteem tot mij door. Het zijn niet zomaar andere regels en andere straffen. De basis van ons rechtsysteem is dat iedereen mag doen wat hij wil, zolang hij daar een ander maar geen kwaad mee doet. Moreel gedrag is een zaak van het individu: iets wat hij met zichzelf of zijn schepper moet uitzoeken. Hier is het morele gedrag van het individu een zaak van het collectief en worden sommige morele regels opgelegd. Hier mogen moslims niet zelf bedenken hoe zij hun geloof interpreteren: of ze vasten, of ze op vrijdag naar de moskee gaan, of ze als vrouw een hoofddoek willen dragen.
Ik als westerling mag deze wetgeving dan als vrijheidsbeperkend en onderdrukkend ervaren, ik ben nog geen Atjeeër tegengekomen die de plicht tot het zich houden aan de Ramadan als een probleem ervaart. Zelfs de meest afvallige moslims die zelden een moskee meer van binnen zien volgen in volle overtuiging het vasten.
Terug in Banda Atjeh op vrijdagmiddag vond ik een inbox vol met ongeruste mailtjes over de aardbevingen die deze week op Sumatra hebben plaatsgevonden. Op het afgelegen eiland (zo’n 1300 km van het epicentrum van de aardbevingen vandaan) zonder mobiel bereik hadden wij niets gemerkt en sijpelde het nieuws over de aardbevingen pas een dag later door. Maar in Banda Atjeh heeft het tsunami-alarm weer geloeid, wat vast weer voor gespannen situaties zal hebben gezorgd.
Ik zag ook de veranderingen die de stad had ondergaan voor de Ramadan. Aan het eind van de middag worden er overal op straat eetstalletjes opgezet die specialiteiten verkopen die bij het breken van het vasten gegeten worden. Tussen half acht en half tien zijn de wegen uitgestorven en zijn alle moskeeën volgepakt. De hele stad zingt van de gebeden die uit alle moskeeën omgeroepen worden, een magisch geluid. De auto’s en brommers staan drie rijen dik geparkeerd voor de Mesjid Raya, de grote moskee van Banda Atjeh.
Leuk en aardig, die Ramadan, het was vrijdagavond en ik was erg toe aan een biertje. Maar helaas, schrale wijn uit koffiekopjes was het enige wat er te vinden was in Pace Bene, het soort van Italiaanse restaurant waar ik menig vrijdagavondje doorbreng. Die hadden blijkbaar een stevige waarschuwing van de sharia-politie gekregen. En de Nederlandse vriend met wie ik was had ook nog eens besloten met zijn collega’s mee te vasten en de alcohol te laten staan, dus met hem was ook niet veel te beleven.
Zaterdag ging het beter met de alcoholvoorziening. Toen heb ik eindelijk de legendarische WFP-bar mogen betreden. WFP staat voor World Food Programme, het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Naast voedselhulp aan de door de mensen die door de tsunami getroffen zijn onderhoudt WFP ook een goed restaurant en een bar. De WFP-bar, daar gebeurde het in de early days na de tsunami. Op vrijdagavond gingen daar de remmen los en stond de expat gemeenschap op de bar te dansen. Maar na wat vervelende aanvaringen met de sharia-politie (er werd ook geschonken aan Indonesiërs) zakte het in bij de WFP en werd Pace Bene, het Italiaanse restaurant, de place to be. Maar WFP is back, zowel op vrijdag als op zaterdagavond.
Hoe weinig heb je nodig om een stampende bar te creëren: een huiskamer, een bar waar die tegen een stootje kan, een laptop met een paar goede boxen, wat eierdozen aan de muur met een gekleurd spotje erop gericht, koud bier en vooral een club mensen die er zin in hebben. Mijn Nederlandse vriend had ook maar besloten het vasten op zaterdagavond voor gezien te houden, dus die was ook weer gezellig. Zo kom ik de Ramadan wel door!
Om half vijf ’s ochtends vinden de eerste gebeden plaats en wordt er ontbeten. Daarna gaan de meeste mensen weer slapen, en blijven vervolgens zo lang mogelijk liggen. De middag gaat voor een groot deel op aan het voorbereiden van de avondmaaltijd. Om zeven uur wordt het vasten gebroken, waarna men voor zo’n twee uur de moskee induikt. Na half tien komen de mensen weer tot leven. De koffiestalletjes stromen vol en blijven tot diep in de nacht open, soms tot het tijd is om alweer aan de voorbereidingen voor het ontbijt te beginnen.
In Atjeh geldt Sharia-wetgeving, wat betekent dat alle moslims verplicht zijn zich aan de Ramadan te houden, op straffe van vier jaar gevangenis of 2 zweepslagen (ik verzin het niet). Ook op het aanzetten van moslims tot het breken van het vasten (bijvoorbeeld door het verkopen van etenswaren op straat midden op de dag) staat een stevige straf: één jaar gevangenis of zes slagen met de zweep. Eindelijk dringt het fundamentele verschil van dit rechtsysteem tot mij door. Het zijn niet zomaar andere regels en andere straffen. De basis van ons rechtsysteem is dat iedereen mag doen wat hij wil, zolang hij daar een ander maar geen kwaad mee doet. Moreel gedrag is een zaak van het individu: iets wat hij met zichzelf of zijn schepper moet uitzoeken. Hier is het morele gedrag van het individu een zaak van het collectief en worden sommige morele regels opgelegd. Hier mogen moslims niet zelf bedenken hoe zij hun geloof interpreteren: of ze vasten, of ze op vrijdag naar de moskee gaan, of ze als vrouw een hoofddoek willen dragen.
Ik als westerling mag deze wetgeving dan als vrijheidsbeperkend en onderdrukkend ervaren, ik ben nog geen Atjeeër tegengekomen die de plicht tot het zich houden aan de Ramadan als een probleem ervaart. Zelfs de meest afvallige moslims die zelden een moskee meer van binnen zien volgen in volle overtuiging het vasten.
Terug in Banda Atjeh op vrijdagmiddag vond ik een inbox vol met ongeruste mailtjes over de aardbevingen die deze week op Sumatra hebben plaatsgevonden. Op het afgelegen eiland (zo’n 1300 km van het epicentrum van de aardbevingen vandaan) zonder mobiel bereik hadden wij niets gemerkt en sijpelde het nieuws over de aardbevingen pas een dag later door. Maar in Banda Atjeh heeft het tsunami-alarm weer geloeid, wat vast weer voor gespannen situaties zal hebben gezorgd.
Ik zag ook de veranderingen die de stad had ondergaan voor de Ramadan. Aan het eind van de middag worden er overal op straat eetstalletjes opgezet die specialiteiten verkopen die bij het breken van het vasten gegeten worden. Tussen half acht en half tien zijn de wegen uitgestorven en zijn alle moskeeën volgepakt. De hele stad zingt van de gebeden die uit alle moskeeën omgeroepen worden, een magisch geluid. De auto’s en brommers staan drie rijen dik geparkeerd voor de Mesjid Raya, de grote moskee van Banda Atjeh.
Leuk en aardig, die Ramadan, het was vrijdagavond en ik was erg toe aan een biertje. Maar helaas, schrale wijn uit koffiekopjes was het enige wat er te vinden was in Pace Bene, het soort van Italiaanse restaurant waar ik menig vrijdagavondje doorbreng. Die hadden blijkbaar een stevige waarschuwing van de sharia-politie gekregen. En de Nederlandse vriend met wie ik was had ook nog eens besloten met zijn collega’s mee te vasten en de alcohol te laten staan, dus met hem was ook niet veel te beleven.
Zaterdag ging het beter met de alcoholvoorziening. Toen heb ik eindelijk de legendarische WFP-bar mogen betreden. WFP staat voor World Food Programme, het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Naast voedselhulp aan de door de mensen die door de tsunami getroffen zijn onderhoudt WFP ook een goed restaurant en een bar. De WFP-bar, daar gebeurde het in de early days na de tsunami. Op vrijdagavond gingen daar de remmen los en stond de expat gemeenschap op de bar te dansen. Maar na wat vervelende aanvaringen met de sharia-politie (er werd ook geschonken aan Indonesiërs) zakte het in bij de WFP en werd Pace Bene, het Italiaanse restaurant, de place to be. Maar WFP is back, zowel op vrijdag als op zaterdagavond.
Hoe weinig heb je nodig om een stampende bar te creëren: een huiskamer, een bar waar die tegen een stootje kan, een laptop met een paar goede boxen, wat eierdozen aan de muur met een gekleurd spotje erop gericht, koud bier en vooral een club mensen die er zin in hebben. Mijn Nederlandse vriend had ook maar besloten het vasten op zaterdagavond voor gezien te houden, dus die was ook weer gezellig. Zo kom ik de Ramadan wel door!

No comments:
Post a Comment