Tuesday, April 17, 2007

Update uit het Verre Oosten

"In Indonesiƫ wordt links gereden; voorzichtigheid is geboden i.v.m. het vele langzame verkeer; algemene verkeersregels zijn moeilijk te geven", aldus mijn boekje Wat en Hoe Indonesisch.

Mij leek het dus een goed idee om in dit linksrijdende land zonder verkeersregels met mijn slechtziende hoofd brommer te leren rijden. Deze independent woman wil namelijk niet van anderen voor haar vervoer afhankelijk zijn. Ik weet nog uit India dat me dat mateloos irriteerde. En dagelijks gehaald en gebracht worden met een airco-auto met chauffeur gaat na een week zoooo vervelen, weet je.

Twee weken geleden begon ik met oefenen. Deepak gebood mij eerst een week lang rondjes te rijden op het schoolpleintje tegenover het kantoor, onder streng toezicht van de bewakers van het kantoor. Ik merkte al wel dat ik niet bepaald een natuurtalentje was, gaf steeds gas als ik wilde remmen enzo. De toekijkende schare kinderen vond het in ieder geval erg vermakelijk. Op een onbewaakt moment waagde ik mij op het smalle weggetje waaraan mijn kantoor grenst. Na nog een paar dagen heen en weer gereden te hebben op dit weggetje zonder kinderen aan te rijden, was de tijd rijp voor de vuurdoop op de grote weg. Nu rij ik samen met Ab, onze chauffeur, elke dag een stuk door de stad. Van de week nam hij mij zelfs mee buiten de stad. Haha, daar reed ik dan tussen de rijstvelden! Mijn verschijning ging niet ongemerkt voorbij. Gejoel en "Bouleh, bouleh" (buitenlander) geroep. Ab vond het maar wat mooi, al die aandacht die hij opeens kreeg met mij achter zich aan rijdend, en graag trakteerde hij mij op een glaasje kokosnootsap bij een tentje onderweg om te pronken.

Binnenkort moest ik dus maar eens wat mensen gaan omkopen om een brommerrijbewijsje ergens los te peuteren, want helaas is daar voor mij als bouleh zonder verblijfsvergunning op legale wijze niet aan te komen.

Dit weekend ben ik op stap geweest met een meisje van het hoofdkantoor uit Londen die hier op bezoek is om onderzoek te doen. We lieten de stad voor wat deze was en vertrokken gewapend met een pak rode wijn richting Pulo Weh, een bounty-eiland een uurtje varen van Banda Aceh vandaan. Het was heerlijk om een dagje te chillen en naar de onwaarschijnlijk blauwe zee te staren onder het genot van een verse mixed fruit juice.

Het weekenden daarvoor was ik veel op stap met Lex, de Nederlandse man uit mijn hotel, en zijn vrienden. Met hen ging ik naar prachtige stranden en andere mooie plekjes in de buurt. Zo gingen we bijvoorbeeld naar een mooi strand bij Lampuuk. Dit dorp is tijdens de tsunami vrijwel volledig verwoest: de vloedgolf reikte hier maar liefst zeven kilometer het land in. In het kaalgeslagen landschap verreist nu een dorpje van volstrekt identieke huisjes, dat herbouwd is door het Turkse Rode Kruis.

Ook heeft Lex mij meegenomen naar het dorp waar hij de afgelopen maanden een watersysteem had aangelegd. Na de tsunami had men besloten dit dorp deels hoger op de berg te herbouwen. Pas toen de bouw goed en wel onderweg was, realiseerde men zich dat er hoger op de berg geen water te vinden was. Lex moest dat even gaan oplossen. Apentrots leidde hij mij door 'zijn' dorp, glunderend van oor tot oor wanneer ik vol bewondering de watertanks, waterleidingen en sanitaire voorzieningen bekeek. We besloten een alternatieve route terug naar huis te nemen. De route bleek wel erg alternatief te zijn, want we deden er bijna vier uur over, terwijl de heenweg maar een uurtje had gekost. De weg werd steeds smaller, de bruggetjes over kleine stroompjes heen steeds gammeler. Maar wat een natuur: overal aapjes, en op een gegeven moment zagen we zelfs een groep buffels in een rivier.

Af en toe moet er ook nog gewerkt worden. Ik begin het werk hier na een maandje aardig in de vingers te krijgen. Ik heb twee projecten onder mijn hoede gekregen. Het eerste is een samenwerkingsverband tussen het Britse Rode Kruis en ons. Het gaat om een project dat tot doel heeft mensen die getroffen zijn door de tsunami in staat te stellen weer in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Onze veldwerkers doen aan dat project mee om te zorgen dat ouderen ook in het project betrokken worden.

Het andere project is een samenwerkingsverband tussen ons en een kleine lokale organisatie. Het doel van dit project is tweeledig. Ten eerste het oprichten van zogenaamde Older People Associations (in het jargon erg toepasselijk afgekort tot OPA) in veertien dorpen in de buurt van Banda Aceh. Deze organisaties dienen om ouderen bij elkaar te brengen, zodat zij steun bij elkaar kunnen vinden en ook gezamenlijk voor hun belangen kunnen opkomen. Ten tweede heeft het project als doel ouderen te helpen in hun levensonderhoud te voorzien.

Twee weken geleden was ik met een aantal mensen die op bezoek waren uit Londen en Thailand op bezoek in twee dorpjes waar ze bezig zijn dergelijke organisaties op te zetten. De ouderen leken erg enthousiast, en gaven aan dat andere hulporganisaties hen tot nu toe links hadden laten liggen.

Deze week zal ik weer veel 'het veld ingaan', zoals dat zo mooi in het jargon heet. Ik ga de bijeenkomsten van ouderen in een aantal dorpen bezoeken om te kijken hoe de veldwerkers van onze partnerorganisatie het doen. Ik ben namelijk sinds kort gebombardeerd tot iemand die van alles weet over 'livelihoods', het opzetten van Older People Associations, 'community-based development', 'participatory processes', 'empowerment of rural people' en nog een reeks van dat soort NGO-termen. Ik heb er zelfs al twee trainingen aan veldwerkers over gegeven. Ik ben benieuwd of ik iets nuttigs kan bijdragen!

No comments: