"Light nehi he" - er is geen electriciteit, was de themaspreuk op mijn stage twee weken terug. Elke dag waren er meerdere langdurige stroomstoringen. Zonder electriciteit is er weinig te beginnen op kantoor.
Nu was ik sowieso al niet al te productief die week. Ik was bezig te schrijven aan de evaluatie waar ik het de vorige keer over gehad heb. Maar door een vrijwel volledig gebrek aan documentatie over het project had ik weinig om te evalueren. Ik was behoorlijk ontevreden over de manier waarop het allemaal ging met deze evaluatie.
Op vrijdagmiddag, terwijl ik tijdens weer een stroomstoring mijn tijd zat te doden met een boekje, kwam er onverwachts een einde aan de lamlendigheid. De schoonmoeder van mijn baas (die van de organisatie waarvan we het project evalueerden) nodigde mij uit voor een bijeenkomst van Sarvodaya-aanhangers dat weekend. Sarvodaya is een soort beweging van mensen die de filosofie van Gandhi proberen voort te zetten. (Kleine opfriscursus Gandhi: geweldloos verzet, afwijzing van het kastensysteem, ontwikkeling van India begint op het platteland en bij de allerarmsten). De bijeenkomst was in een dorpje enkele tientallen kilometers van Jodhpur vandaan.
Ik denk dat ik het als een grote eer moest beschouwen om hiervoor uitgenodigd te worden, en aangezien ik toch niet veel te doen had, nam ik de uitnodiging aan. Twee uur later zat ik samen met mijn baas in de trein naar Jodhpur. De volgende ochtend vertrokken we naar het dorpje waar de bijeenkomst zou plaatsvinden. Mijn vrees werd bewaarheid, de bijeenkomst bestond uit eindeloze speeches, geheel in het Hindi, waardoor ik me stierlijk zat te vervelen. Het probleem van de taalbarriere zou de komende tijd alleen nog maar duidelijker worden.
Het lichtpuntje van die dag was een kleine wandeling door het dorpje met Alka die bij de organisatie werkt en een paar kinderen. Daar maakte ik voor het eerst kennis met het kinderhuwelijk. "Hij ziet zijn vrouw best vaak", zei Alka op een gegeven moment wijzend naar een van de jochies die met ons meeliep. Ik glimlachte vaag, er vanuit gaand dat ik haar verkeerd begrepen had. Maar nee, dit jochie van zeven was echt al vier jaar getrouwd met een meisje uit een dorpje in de buurt. Hoewel het verboden is, gebeurt dit regelmatig op het platteland. Een van de redenen voor dit vroege trouwen is dat de bruidsschat dan niet groot is. De familie van het meisje is dan eerder van de last van het meisje verlost, zij is deels al de verantwoordelijkheid van de schoonfamilie geworden. Vaak gebeurt het dat meerdere kinderen tegelijk getrouwd worden, voornamelijk om kosten te besparen. Het moet een bijzonder gezicht zijn, een massatrouwerij van peuters.
's Avonds na het eten kwam mijn baas naar mij toe, met de mededeling dat de field trip die we voor anderhalve week later hadden gepland wegens schimmige redenen niet door kon gaan. En of ik het geen probleem vond om vanaf deze bijeenkomst gelijk door te gaan op field trip voor een week. Dat vond ik wel een probleem, allereerst omdat ik geen kleren, lenzenspullen en malariapillen bij me had voor anderhalve week, ten tweede omdat ik de verjaardag en het vertrek van mijn Poolse kamergenootje die inmiddels een hele goede vriendin was geworden zou missen, en last but not least omdat we volstrekt niet voorbereid waren voor de evaluatie in het veld. Nog steeds had ik nauwelijks documentatie over het project en, klein detail, alle vragenlijsten moesten nog gemaakt worden. Maar mijn baas wuifde al mijn bezwaren weg: "Don't worry, that is not a problem, that hardly matters and we can discuss it later." Het waren zinnen die ik de komende week nog heel vaak uit zijn mond zou horen op momenten wanneer ik vond dat er grote bezwaren waren die er wel degelijk toe deden.
De volgende dag was ik in ieder geval wel verlost van de bijeenkomst, en kon ik vragenlijsten gaan samenstellen. Out of the blue maar wat zitten verzinnen, geen idee wat we nou eigenlijk wilde weten en hoe je dat zou moeten vragen. De afgelopen week had ik gedurende de stroomstoringen een boek gelezen over verschillende redenen waarom de armoede van het platteland in ontwikkelingslanden door bijna niemand begrepen wordt. "Most people dealing with rural development are outsiders. Outsiders are people concerned with rural development that are themselves neither rural nor poor. [...] Outsiders underperceive rural poverty. [...] The direct rural experience of most urban-based outsiders is limited to brief and hurried visits from urban centers, of rural development tourism." Als er iemand in het plaatje van een 'outsider' paste, dan was ik het wel, Europees stadskind die nog nauwelijks een ezel van een geit kon onderscheiden. Hoe wist ik nou wat relevante vragen zijn voor een woestijnbewoner wiens enige bronnen van inkomsten een stukje zandland en een paar geiten zijn?
Later bleek dat mijn baas niet eens tijd maakte om mijn geimproviseerde vragen te bekijken voordat we op stap gingen. Ik begon hoe langer hoe meer te balen, en voor het eerst maakte zich een echte ik-haat-india-stemming zich van mij meester. Alles ging me tegenstaan: mijn baas met wie ik het tot een paar weken terug prima kon vinden en nu alles verkeerd aanpakte, het eindeloze wachten op alles en iedereen, het weten dat er nog zoveel moet gebeuren maar afhankelijk van anderen zijn om iets gedaan te krijgen die het om jou volstrekt duistere redenen maar niet doen, al het Hindi om me heen, waardoor ik me als een autist voelde die nooit begreep wat er om zich heen gebeurt, het achterlijk vroege opstaan en niet eens een lekker biertje hebben om even stoom af te blazen. Toen op maandagavond de man van het project die ons zou begeleiden een half uur nadat we hadden moeten vertrekken vroeg of we het niet erg vonden om toch maar de volgende dag te gaan, dacht ik dat ik gek werd.
Maar de volgende dag begon mijn field trip dan toch echt. De volgende vijf dagen zou ik zo'n 15 afgelegen woestijndorpjes bezoeken. Ik heb heel veel gezien, en me tegelijkertijd heel erg verveeld. Mijn baas voerde alle interviews uit, maar vertaalde vrijwel niets van wat er gezegd werd voor mij. Zo bleef er voor mij weinig anders te doen dan foto's maken en naar de kinderen lachen. Ik had van tevoren niet verwacht dat mijn baas niets voor mij zou vertalen en me geen eigen rol in het geheel zou geven, en dat viel me vies van hem tegen. Ik heb heel veel mensen en hun diepe armede gezien, maar omdat zelden de kans kreeg om echt met ze te communiceren, bleef het aapjeskijkgevoel toch ook aanwezig.
Toch was het een unieke ervaring en heb ik ondanks alles heel veel gezien en geleerd. Het was goed om de dingen waarover ik gelezen had nu in het echt te zien. Nog steeds begrijp ik nauwelijks hoe mensen in staat zijn om in dit gebied te overleven. De armoede is echt onvoorstelbaar en kan ik ook niet goed beschrijven. Het was duidelijk zichtbaar dat er voor het tweede achtereenvolgende jaar sprake was van een droogte: de oogsten waren grotendeels mislukt en de akkers lagen er verdroogd bij, de vijvers waar mensen hun water halen waren opgedroogd. Over een paar maanden zullen veel mensen moeite krijgen hun vee te voeden en moeten ze torenhoge prijzen gaan betalen om aan drinkwater te komen.
Een van de ervaringen die me het meest ik bijgebleven was een bezoek aan een dorpje zo'n 10 km verwijderd van de weg. We interviewden daar een man in zijn hutje van zo'n 3x4m, die, naar later bleek ook dienst deed als basisschool. Ik had natuurlijk weer geen idee waar het gesprek over ging dus ik stapte naar buiten om wat foto's te maken. Inmiddels had zich een groepje kinderen in vodden verzameld die mij in volstrekte verbijstering aan zaten te staren. Later stroopte de man van het interview de mouw van een van de lief lachende meisjes op. Haar onderarm was gebroken, maar niet rechtgezet en scheefgegroeid, waardoor ze geen zware dingen meer kon tillen. Binnen een straal van 30km was er geen enkele medische faciliteit te vinden, wat voor deze mensen betekent dat gezondheidszorg eigenlijk onbereikbaar is. We zagen nog veel meer voorbeelden van de gevolgen van een gebrek aan gezondheidszorg en ondervoeding.
Eerder had ik gezien dat het bouwen van ziekenhuizen alleen niet voldoende was. We bezochten een ziekenhuis dat recentelijk door de organisatie gebouwd was. Het was het enige ziekenhuis in de wijde omgeving en diende voor zo'n 300 000 mensen. Het was niet groot en zag er voor Europese begrippen armzalig uit. Maar wat me nog het meest in het oog sprong was dat het vrijwel leeg was: er waren maar vier patienten. Dit kwam niet omdat iedereen hier heel gezond was. De meeste mensen kwamen 's ochtends en waren alweer vertrokken. Bovendien was er een personeelstekort, weinig dokters willen in zulke afgelegen en onherbergzame gebieden werken. Daarnaast is er een gebrek aan kennis onder de bevolking: de meeste dorpsbewoers hebben meer vertrouwen in de lokale medicijnman en gaan misschien pas naar het ziekehuis wanneer het te laat is. Dit nieuwe ziekenhuis moet dus nog het vertrouwen van de mensen winnen. Bovendien zijn veel mensen die wel naar het ziekenhuis willen, niet in staat om het te bereiken, zoals ik met eigen ogen heb gezien. Het zien van dit lege ziekenhuis was een van de vele voorbeelden voor mij die liet zien hoe ingewikkeld ontwikkelingsproblemen zijn.
De vriendelijkheid en gastvrijheid van deze mensen die niets hebben is ook ongelooflijk. Je kan hun huis niet verlaten zonder chai (indiase thee) te hebben gedronken en vaak staan ze erop je een uitgebreid en overheerlijk maal voor te schotelen. Ik was natuurlijk een extra attractie. Op een gegeven moment interviewde we een oude man op zijn land, die snel zijn vrouw riep. Later begreep ik dat hij zijn vrouw had geroepen om mij te komen bekijken: "anders zul je sterven zonder ooit een buitenlander gezien te hebben!" Beetje jammer alleen dat ik haar niet kon bekijken, omdat ze in purdah (de hoofddoek bedekt dan het hele gezicht) was. Soms interviewden we ook vrouwen in purdah, echt bizar om met een doek te praten.
Terug in Jodhpur ging ik nog met mijn baas naar de leider van een vakbond voor mijnwerkers. Deze man kwam uit de kaste van de 'onaanraakbaren'. Hij was naar een kapper gegaan die weigerde hem te knippen. Vervolgens werd hij bedreigd en zwaar beledigd door een grote groep mijneigenaren die zich verzameld had. Uiteindelijk moest hij vluchten om niet aangevallen te worden. Deze man liet dit echter niet over zijn kant gaan en wilde aangifte doen bij de politie. Op kastediscriminatie staan hoge straffen in India. Het probleem was alleen dat de politie na vier dagen de aangifte nog steeds niet had aangenomen. De mijneigenaren zijn te machtig en hebben de politie in hun broekzak. Mijn baas bracht de vakbondsleider in contact met journalisten van een paar grote kranten. De volgende dag stond er een artikeltje in een van deze kranten over het gebeurde, en onder druk van de media lijkt de zaak in beweging te komen. Maar de politie is zo corrupt als de pest. Bijvoorbeeld, hoewel de vakbondsleider tot tweemaal toe een geschreven aangifte had ingeleverd, ontkende de politie tegenover een van de journalisten gewoon glashard de man ooit gezien te hebben.
Inmiddels maakt iedereen zich hier in Jaipur op voor Divalli volgende week, het belangrijkste festival van het jaar. Het is het kerstmis van India, het feest van het licht en vuurwerk waarbij iedereen elkaar kadootjes geeft. Op straat hangen overal slingers en de winkels zijn prachtig verlicht. Het is het moment waarop de jaarlijkse grote schoonmaak plaatsvindt, en bij de familie boven ons wordt al ruim een week druk gepoetst. Ze staan er ook op dat wij beneden grote schoonmaak houden, iets waar wij met grote tegenzin aan gehoorzamen. Het overnemen van de gewoonte nieuwe kleren te dragen tijdens Divalli heb ik natuurlijk geen enkel probleem mee!
Nu was ik sowieso al niet al te productief die week. Ik was bezig te schrijven aan de evaluatie waar ik het de vorige keer over gehad heb. Maar door een vrijwel volledig gebrek aan documentatie over het project had ik weinig om te evalueren. Ik was behoorlijk ontevreden over de manier waarop het allemaal ging met deze evaluatie.
Op vrijdagmiddag, terwijl ik tijdens weer een stroomstoring mijn tijd zat te doden met een boekje, kwam er onverwachts een einde aan de lamlendigheid. De schoonmoeder van mijn baas (die van de organisatie waarvan we het project evalueerden) nodigde mij uit voor een bijeenkomst van Sarvodaya-aanhangers dat weekend. Sarvodaya is een soort beweging van mensen die de filosofie van Gandhi proberen voort te zetten. (Kleine opfriscursus Gandhi: geweldloos verzet, afwijzing van het kastensysteem, ontwikkeling van India begint op het platteland en bij de allerarmsten). De bijeenkomst was in een dorpje enkele tientallen kilometers van Jodhpur vandaan.
Ik denk dat ik het als een grote eer moest beschouwen om hiervoor uitgenodigd te worden, en aangezien ik toch niet veel te doen had, nam ik de uitnodiging aan. Twee uur later zat ik samen met mijn baas in de trein naar Jodhpur. De volgende ochtend vertrokken we naar het dorpje waar de bijeenkomst zou plaatsvinden. Mijn vrees werd bewaarheid, de bijeenkomst bestond uit eindeloze speeches, geheel in het Hindi, waardoor ik me stierlijk zat te vervelen. Het probleem van de taalbarriere zou de komende tijd alleen nog maar duidelijker worden.
Het lichtpuntje van die dag was een kleine wandeling door het dorpje met Alka die bij de organisatie werkt en een paar kinderen. Daar maakte ik voor het eerst kennis met het kinderhuwelijk. "Hij ziet zijn vrouw best vaak", zei Alka op een gegeven moment wijzend naar een van de jochies die met ons meeliep. Ik glimlachte vaag, er vanuit gaand dat ik haar verkeerd begrepen had. Maar nee, dit jochie van zeven was echt al vier jaar getrouwd met een meisje uit een dorpje in de buurt. Hoewel het verboden is, gebeurt dit regelmatig op het platteland. Een van de redenen voor dit vroege trouwen is dat de bruidsschat dan niet groot is. De familie van het meisje is dan eerder van de last van het meisje verlost, zij is deels al de verantwoordelijkheid van de schoonfamilie geworden. Vaak gebeurt het dat meerdere kinderen tegelijk getrouwd worden, voornamelijk om kosten te besparen. Het moet een bijzonder gezicht zijn, een massatrouwerij van peuters.
's Avonds na het eten kwam mijn baas naar mij toe, met de mededeling dat de field trip die we voor anderhalve week later hadden gepland wegens schimmige redenen niet door kon gaan. En of ik het geen probleem vond om vanaf deze bijeenkomst gelijk door te gaan op field trip voor een week. Dat vond ik wel een probleem, allereerst omdat ik geen kleren, lenzenspullen en malariapillen bij me had voor anderhalve week, ten tweede omdat ik de verjaardag en het vertrek van mijn Poolse kamergenootje die inmiddels een hele goede vriendin was geworden zou missen, en last but not least omdat we volstrekt niet voorbereid waren voor de evaluatie in het veld. Nog steeds had ik nauwelijks documentatie over het project en, klein detail, alle vragenlijsten moesten nog gemaakt worden. Maar mijn baas wuifde al mijn bezwaren weg: "Don't worry, that is not a problem, that hardly matters and we can discuss it later." Het waren zinnen die ik de komende week nog heel vaak uit zijn mond zou horen op momenten wanneer ik vond dat er grote bezwaren waren die er wel degelijk toe deden.
De volgende dag was ik in ieder geval wel verlost van de bijeenkomst, en kon ik vragenlijsten gaan samenstellen. Out of the blue maar wat zitten verzinnen, geen idee wat we nou eigenlijk wilde weten en hoe je dat zou moeten vragen. De afgelopen week had ik gedurende de stroomstoringen een boek gelezen over verschillende redenen waarom de armoede van het platteland in ontwikkelingslanden door bijna niemand begrepen wordt. "Most people dealing with rural development are outsiders. Outsiders are people concerned with rural development that are themselves neither rural nor poor. [...] Outsiders underperceive rural poverty. [...] The direct rural experience of most urban-based outsiders is limited to brief and hurried visits from urban centers, of rural development tourism." Als er iemand in het plaatje van een 'outsider' paste, dan was ik het wel, Europees stadskind die nog nauwelijks een ezel van een geit kon onderscheiden. Hoe wist ik nou wat relevante vragen zijn voor een woestijnbewoner wiens enige bronnen van inkomsten een stukje zandland en een paar geiten zijn?
Later bleek dat mijn baas niet eens tijd maakte om mijn geimproviseerde vragen te bekijken voordat we op stap gingen. Ik begon hoe langer hoe meer te balen, en voor het eerst maakte zich een echte ik-haat-india-stemming zich van mij meester. Alles ging me tegenstaan: mijn baas met wie ik het tot een paar weken terug prima kon vinden en nu alles verkeerd aanpakte, het eindeloze wachten op alles en iedereen, het weten dat er nog zoveel moet gebeuren maar afhankelijk van anderen zijn om iets gedaan te krijgen die het om jou volstrekt duistere redenen maar niet doen, al het Hindi om me heen, waardoor ik me als een autist voelde die nooit begreep wat er om zich heen gebeurt, het achterlijk vroege opstaan en niet eens een lekker biertje hebben om even stoom af te blazen. Toen op maandagavond de man van het project die ons zou begeleiden een half uur nadat we hadden moeten vertrekken vroeg of we het niet erg vonden om toch maar de volgende dag te gaan, dacht ik dat ik gek werd.
Maar de volgende dag begon mijn field trip dan toch echt. De volgende vijf dagen zou ik zo'n 15 afgelegen woestijndorpjes bezoeken. Ik heb heel veel gezien, en me tegelijkertijd heel erg verveeld. Mijn baas voerde alle interviews uit, maar vertaalde vrijwel niets van wat er gezegd werd voor mij. Zo bleef er voor mij weinig anders te doen dan foto's maken en naar de kinderen lachen. Ik had van tevoren niet verwacht dat mijn baas niets voor mij zou vertalen en me geen eigen rol in het geheel zou geven, en dat viel me vies van hem tegen. Ik heb heel veel mensen en hun diepe armede gezien, maar omdat zelden de kans kreeg om echt met ze te communiceren, bleef het aapjeskijkgevoel toch ook aanwezig.
Toch was het een unieke ervaring en heb ik ondanks alles heel veel gezien en geleerd. Het was goed om de dingen waarover ik gelezen had nu in het echt te zien. Nog steeds begrijp ik nauwelijks hoe mensen in staat zijn om in dit gebied te overleven. De armoede is echt onvoorstelbaar en kan ik ook niet goed beschrijven. Het was duidelijk zichtbaar dat er voor het tweede achtereenvolgende jaar sprake was van een droogte: de oogsten waren grotendeels mislukt en de akkers lagen er verdroogd bij, de vijvers waar mensen hun water halen waren opgedroogd. Over een paar maanden zullen veel mensen moeite krijgen hun vee te voeden en moeten ze torenhoge prijzen gaan betalen om aan drinkwater te komen.
Een van de ervaringen die me het meest ik bijgebleven was een bezoek aan een dorpje zo'n 10 km verwijderd van de weg. We interviewden daar een man in zijn hutje van zo'n 3x4m, die, naar later bleek ook dienst deed als basisschool. Ik had natuurlijk weer geen idee waar het gesprek over ging dus ik stapte naar buiten om wat foto's te maken. Inmiddels had zich een groepje kinderen in vodden verzameld die mij in volstrekte verbijstering aan zaten te staren. Later stroopte de man van het interview de mouw van een van de lief lachende meisjes op. Haar onderarm was gebroken, maar niet rechtgezet en scheefgegroeid, waardoor ze geen zware dingen meer kon tillen. Binnen een straal van 30km was er geen enkele medische faciliteit te vinden, wat voor deze mensen betekent dat gezondheidszorg eigenlijk onbereikbaar is. We zagen nog veel meer voorbeelden van de gevolgen van een gebrek aan gezondheidszorg en ondervoeding.
Eerder had ik gezien dat het bouwen van ziekenhuizen alleen niet voldoende was. We bezochten een ziekenhuis dat recentelijk door de organisatie gebouwd was. Het was het enige ziekenhuis in de wijde omgeving en diende voor zo'n 300 000 mensen. Het was niet groot en zag er voor Europese begrippen armzalig uit. Maar wat me nog het meest in het oog sprong was dat het vrijwel leeg was: er waren maar vier patienten. Dit kwam niet omdat iedereen hier heel gezond was. De meeste mensen kwamen 's ochtends en waren alweer vertrokken. Bovendien was er een personeelstekort, weinig dokters willen in zulke afgelegen en onherbergzame gebieden werken. Daarnaast is er een gebrek aan kennis onder de bevolking: de meeste dorpsbewoers hebben meer vertrouwen in de lokale medicijnman en gaan misschien pas naar het ziekehuis wanneer het te laat is. Dit nieuwe ziekenhuis moet dus nog het vertrouwen van de mensen winnen. Bovendien zijn veel mensen die wel naar het ziekenhuis willen, niet in staat om het te bereiken, zoals ik met eigen ogen heb gezien. Het zien van dit lege ziekenhuis was een van de vele voorbeelden voor mij die liet zien hoe ingewikkeld ontwikkelingsproblemen zijn.
De vriendelijkheid en gastvrijheid van deze mensen die niets hebben is ook ongelooflijk. Je kan hun huis niet verlaten zonder chai (indiase thee) te hebben gedronken en vaak staan ze erop je een uitgebreid en overheerlijk maal voor te schotelen. Ik was natuurlijk een extra attractie. Op een gegeven moment interviewde we een oude man op zijn land, die snel zijn vrouw riep. Later begreep ik dat hij zijn vrouw had geroepen om mij te komen bekijken: "anders zul je sterven zonder ooit een buitenlander gezien te hebben!" Beetje jammer alleen dat ik haar niet kon bekijken, omdat ze in purdah (de hoofddoek bedekt dan het hele gezicht) was. Soms interviewden we ook vrouwen in purdah, echt bizar om met een doek te praten.
Terug in Jodhpur ging ik nog met mijn baas naar de leider van een vakbond voor mijnwerkers. Deze man kwam uit de kaste van de 'onaanraakbaren'. Hij was naar een kapper gegaan die weigerde hem te knippen. Vervolgens werd hij bedreigd en zwaar beledigd door een grote groep mijneigenaren die zich verzameld had. Uiteindelijk moest hij vluchten om niet aangevallen te worden. Deze man liet dit echter niet over zijn kant gaan en wilde aangifte doen bij de politie. Op kastediscriminatie staan hoge straffen in India. Het probleem was alleen dat de politie na vier dagen de aangifte nog steeds niet had aangenomen. De mijneigenaren zijn te machtig en hebben de politie in hun broekzak. Mijn baas bracht de vakbondsleider in contact met journalisten van een paar grote kranten. De volgende dag stond er een artikeltje in een van deze kranten over het gebeurde, en onder druk van de media lijkt de zaak in beweging te komen. Maar de politie is zo corrupt als de pest. Bijvoorbeeld, hoewel de vakbondsleider tot tweemaal toe een geschreven aangifte had ingeleverd, ontkende de politie tegenover een van de journalisten gewoon glashard de man ooit gezien te hebben.
Inmiddels maakt iedereen zich hier in Jaipur op voor Divalli volgende week, het belangrijkste festival van het jaar. Het is het kerstmis van India, het feest van het licht en vuurwerk waarbij iedereen elkaar kadootjes geeft. Op straat hangen overal slingers en de winkels zijn prachtig verlicht. Het is het moment waarop de jaarlijkse grote schoonmaak plaatsvindt, en bij de familie boven ons wordt al ruim een week druk gepoetst. Ze staan er ook op dat wij beneden grote schoonmaak houden, iets waar wij met grote tegenzin aan gehoorzamen. Het overnemen van de gewoonte nieuwe kleren te dragen tijdens Divalli heb ik natuurlijk geen enkel probleem mee!

No comments:
Post a Comment