Mijn eerste field trip was geen daverend success. Tot dan toe had ik altijd het gevoel gehad dat mijn aanwezigheid bij HEDCON een meerwaarde had. Ik vond dat ik mij nuttig kon maken en een waardevolle bijdrage kon leveren aan mijn organisatie. Hoewel ik regelmatig vond dat zaken anders en efficienter aangepakt konden worden, stond ik ook altijd achter mijn werk. Tijdens mijn field trip veranderde dat voor het eerst. Ik voelde me niet bepaald de juiste persoon op de juiste plaats, voelde me het vijfde wiel aan de wagen en was het niet eens met de manier waarop mijn baas de zaken aanpakte.
Mijn eerste field trip was eigenlijk helemaal geen field trip. Samen met mijn baas voer ik de tussenevaluatie van een ontwikkelingsproject uit. De reis voerde naar Jodhpur, waar het hoofdkantoor staat van GRAVIS, de organisatie die het project uitvoert. Niet geheel toevallig is GRAVIS de grootste partnerorganisatie van mijn organisatie, en is mijn organisatie voor een groot deel financieel afhankelijk van hen. Sterker nog, het is de schoonvader van mijn baas die deze organisatie heeft opgericht. Je begrijpt dat deze hechte banden de objectieve evaluatie misschien enigzins in de weg zullen staan.
Het doel van de reis was het interviewen van de "office staff" van het project. Beetje jammer alleen dat de ene helft van de office staff niet kwam opdagen en de andere helft nauwelijks Engels sprak. De "interviews" hadden meer weg van informele gesprekken onder het genot van een kopje chai (Indiase thee), waarbij mijn baas af en toe eens willekeurifg een van de vele vragen stelde die ik had voorbereid. Soms ook had mijn baas het te druk met andere zaken en moest ik het interview alleen afnemen. Het voordeel dat ik daardoor in staat was alle vragen te stellen werd tenietgedaan door het nadeel dat men mijn vragen niet goed begreep en niet goed in staat was ze in het Engels te beantwoorden.
Tijdens mijn verblijf in Jodhpur organiseerde GRAVIS en HEDCON ook een workshop over kinderarbeid in de steengroeven. Deze workshop bestond uit een aantal presentaties, discussies en kleine toneelstukjes van kinderen die in de mijnen werken. Als wersterling uit een samenleving met een pers en een "civil society" die bovenop elke misstand zit, onderschat ik al snel de significance (sorrie mensen, ik heb tien minuten geprobeerd het Nederlandse word voor significance te vinden, ik kan er niet opkomen!) van een workshop als dit. Voor Nederlandse begrippen was de workshop slecht en klungelig georganiseerd, en het was bijna een slapstick hoe op het laatste moment verschillende onderdelen in het water vielen (de beamer die niemand wist te bedienen en slechts een half beeld gaf, mijn baas die zijn presentatie op het laatste moment toch maar geheel in het Hindi deed, maar mij geen teken gaf wanneer ik de slides moest wisselen, bijna alle eregasten die meer dan een uur te laat kwamen opdagen etc. etc. etc.). Voor mij was het nog eens extra saai omdat, anders dan tevoren gepland, de hele workshop in het Hindi verliep.
Maar feit is dat het werkelijk zelden voorkomt dat misstanden als kinderarbeid in de mijnen aan de kaak worden gesteld, en dat er werkelijk nauwelijks besef is over de omstandigheden waaronder deze kinderen worden uitgebuit. Op deze workshop waren regeringsvertegenwoordigers, activisten, journalisten en studenten aanwezig. Zij konden de kinderen zelf horen vertellen onder welke omstandigheden zij voor een paar centen moeten werken. Het resultaat, 90 mensen zich een dag lang met dit onderwerp hebben beziggehouden, artikelen in twee groten kranten, een radio-interview en twee items van twee minuten op staats- en nationale televisie, is een groot success te noemen.
De zondagavond dat ik thuiskwam van mijn "field trip" maakte veel goed. We gingen naar Dandia, een festival van Gujarati dans. Het festival season is aangebroken. En als men in India over een festival season spreekt dan zegt dat wat, aangezien hier elke week wel een of andere religieuze viering is. Vele gaan vrijwel ongemerkt aan mij voorbij, en merk ik alleen op doordat ik toevallig een processie op straat zie, of een pelgrimstocht tegenkom van duizenden mensen die naar een of andere tempel honderden kilometers verderop lopen, of wanneer mijn collega's opeens niet meelunchen vanwege een of andere vastendag.
De festivals in deze periode kunnen echter niemand ontgaan. Het begon deze week met Navratra, negen dagen van aanbidding van de godin Durga. Het Hinduisme laat veel ruimte vrij om het geloof op eigen manier in te vullen. Sommige mensen vasten gedurende de gehele negen dagen, anderen, zoals mijn baas, eten alleen geen uien en knoflook, en een groot deel van de bevolking vast alleen de eerste dag. Navratra viel samen met Dandia, het dansfestival. Wij gingen naar de place to be voor dit festival, een groot feest georganiseerd op het terrein voor een sjiek hotel. Iedereen had zich op z'n mooist uitgedost: de vrouwen in de meest glinsterende gewaden en veel van de mannen in traditionele Gujarati outfits. Twee van mijn medetrainees hadden eerder die week goed opgelet wat de dress code was en waren gaan shoppen. De dames zagen er prachtig uit en werden zelfs op het podium geroepen.
De Gujarati dans is met twee stokjes die de dansers tegen elkaar aanslaan. De basisdans is niet moeilijk en nadat een groepje jongens het ons had uitgelegd hebben we de hele avond meegedaan. Het was het eerste feest waarbij ik mensen echt uit hun dak zag gaan. Het was ook de eerste keer dat ik jongens en meisjes samen zag dansen. Natuurlijk raakten ze elkaar niet aan. Het was ook heerlijk om een avond lang met Indiase jongens te dansen en te praten en gewoon een keer niet versierd te worden.
Hoe anders was dit tijdens Dashara, het volgende festival afgelopen woensdag. Daar heb ik het gebrek aan respect voor de vrouw onder een groot deel van de mannelijke bevolking letterlijk aan den lijve mogen ondervinden. Tijdens dit festival worden reuzachtige poppen van wel twintig meter hoog die de voorgaande dagen zijn opgebouwd in brand gestoken. Dit symboliseert een episode uit de Hinduistische mythologie waarbij de god Ram een reuzachtige demon verslaat, of, op een abstracter niveau, de overwinning van het geode over het kwade. Dit alles gaat gepaard met veel prachtig vuurwerk.
Ik en twee van mijn huisgenootjes gingen naar een groot park waar dit op zn grootst gevierd werd. Terwijl het donker werd verzamelden duizenden mensen zich hier. De sfeer was gemoedelijk, met veel jongeren en ook gezinnen die in het gras zaten te wachten op wat komen ging. Toen het vuurwerk begon stond iedereen op een werd het een enorm gedrang. Pas toen ik de eerste hand in mn kont voelde graaien viel het me op dat alle gezinnetjes als sneeuw voor de zon waren verdwenen en we geheel door mannen omringd waren. Het bleef niet bij die ene hand en het irritante was dat je nooit wist wie van de greinzende eikels het was. Achteraf bleek dat wij drieen nog geluk hadden gehad: twee van mijn andere huisgenootjes waren door veel meer mannen belaagd en betast.
De verhouding tussen mannen en vrouwen blijft een favoriet onderwerp van gesprek tussen westerlingen en Indiers, en een onderwerp van wederzijds onbgrip in de letterlijke zin van het word – niet-begrijpen. Lichamelijk contact tussen mannen en vrouwen in het openbaar is ongehoord. Ook meisjes onderling raken elkaar nauwelijks aan. Terwijl mannen en jongens regelmatig arm in arm rondlopen of zitten, als teken van vriendschap. Regelmatig zie ik dus twee mannen arm in arm, die je allebei met een ranzige blik van top tot teen zitten aan te staren, om elkaar vervolgens aan te stoten en een met flinke rochel tabak uit te spugen. Wat dat betreft is mijn visuele handicap echt een voordeel, de helft van de tijd vallen de blikken mij niet op. Hoewel ik toch niet echt een klef persoon ben moet ik echt op mezelf letten om jongens niet aan te raken, omdat dat snel verkeerd begrepen wordt.
Wat mij betreft is dit alles het gevolg van het feit dat vrouwen als minderwaardig worden beschouwd, dat meisjes worden afgeschermd van jongens om hun eer te bewaren, dat het hebben van vriendjes tijdens de pubertijd volstrekt uit den boze is terwijl de gemiddelde huwelijksleeftijd in de stad stijgt, om maar niet te spreken van het feit dat mensen hun eigen partner niet kunnen uitzoeken. Gecombineerd met een volstrekt vertekend beeld van de westerse moraal en de westerse vrouw gebaseerd op Amerikaanse videoclips op MTV waarbij sterren permanent omringd wordt door een schare vrijwel naakte vrouwen, en een andere opvatting van wat fatsoenlijke kleding is (blote schouders zijn hier heel aanstootgevend, terwijl een blote buik volstrekt geaccepteerd is), leidt dit tot zulk soort excessen.
Voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je je ouders je levensgezel laat uitzoeken. Voor hen is het even onbegrijpelijk dat je ouders het hebben van vriendjes geen probleem vinden, het soms zelfs aanmoedigen en maar in zeer beperkte mate inspraak hebben in de huwelijkspartner. Dat sommige mensen samenwonen en het trouwen maar helemaal achterwege laten wordt hier nauwelijks geloofd.
De zus van mijn collega gaat binnenkort trouwen. Tijdens Dashara heeft ze haar toekomstige echtgenoot voor het eerst gezien. De volgende keer zal waarschijnlijk tijdens het huwelijk zelf zijn. Stralend en met twinkelende ogen probeerde ze me dit met handen en voeten duidelijk te maken toen ik haar later die week opzocht, zich ondertussen vergapend aan mijn nieuwe indiase outfit, geheel volgens de mode van de meest recente Bollywood-hit. Het was een leuke jongen, zei ze, en dat ze haar ouderlijk huis binnenkort moet verlaten en haar baan moet opzeggen om meer dan 200 km verderop bij haar schoonfamilie in te trekken vond ze geen probleem. Het gearrangeerde huwelijk is geen slecht of verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.
Het beste voorbeeld van cultureel onbegrip vond ik dicht bij huis, in het restaurant waar we de laatste tijd vaak gaan eten. De tafels daar zijn al gedekt met bordjes en bestek als je aanschuift op de lange banken. De eerste keer dat ik daar kwam viel het me op dat het bestek verkeerd om lag. Gedachteloos verlegde ik het bestek. De volgende keren verbaasde ik me er weer over en verplaatste ik het bestek steeds met een glimlach. En stiekem wat nare gedachtes over die gekke Indiers die met tien man personeel nog niet eens in staat zijn om een tafel fatsoenlijk te dekken… ach, dat krijg je met mensen die gewend zijn met hun handen te eten… Totdat ik het systeem eindelijk begreep. Het bordje ligt niet tussen het mes en vork in, maar ernaast, bedoeld voor chapatti’s (het soort van brood dat bij elke maaltijd gegeten wordt). Niet zij zaten fout, maar ik zat letterlijk fout. Het is geen verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.
Afgelopen vrijdag ben ik onverwachts weer naar Jodhpur afgereisd. Morgenavond ga ik dan toch waarschijnlijk echt op mn eerste echte fieldtrip. Meer hierover in mijn volgende verhaaltje!
Mijn eerste field trip was eigenlijk helemaal geen field trip. Samen met mijn baas voer ik de tussenevaluatie van een ontwikkelingsproject uit. De reis voerde naar Jodhpur, waar het hoofdkantoor staat van GRAVIS, de organisatie die het project uitvoert. Niet geheel toevallig is GRAVIS de grootste partnerorganisatie van mijn organisatie, en is mijn organisatie voor een groot deel financieel afhankelijk van hen. Sterker nog, het is de schoonvader van mijn baas die deze organisatie heeft opgericht. Je begrijpt dat deze hechte banden de objectieve evaluatie misschien enigzins in de weg zullen staan.
Het doel van de reis was het interviewen van de "office staff" van het project. Beetje jammer alleen dat de ene helft van de office staff niet kwam opdagen en de andere helft nauwelijks Engels sprak. De "interviews" hadden meer weg van informele gesprekken onder het genot van een kopje chai (Indiase thee), waarbij mijn baas af en toe eens willekeurifg een van de vele vragen stelde die ik had voorbereid. Soms ook had mijn baas het te druk met andere zaken en moest ik het interview alleen afnemen. Het voordeel dat ik daardoor in staat was alle vragen te stellen werd tenietgedaan door het nadeel dat men mijn vragen niet goed begreep en niet goed in staat was ze in het Engels te beantwoorden.
Tijdens mijn verblijf in Jodhpur organiseerde GRAVIS en HEDCON ook een workshop over kinderarbeid in de steengroeven. Deze workshop bestond uit een aantal presentaties, discussies en kleine toneelstukjes van kinderen die in de mijnen werken. Als wersterling uit een samenleving met een pers en een "civil society" die bovenop elke misstand zit, onderschat ik al snel de significance (sorrie mensen, ik heb tien minuten geprobeerd het Nederlandse word voor significance te vinden, ik kan er niet opkomen!) van een workshop als dit. Voor Nederlandse begrippen was de workshop slecht en klungelig georganiseerd, en het was bijna een slapstick hoe op het laatste moment verschillende onderdelen in het water vielen (de beamer die niemand wist te bedienen en slechts een half beeld gaf, mijn baas die zijn presentatie op het laatste moment toch maar geheel in het Hindi deed, maar mij geen teken gaf wanneer ik de slides moest wisselen, bijna alle eregasten die meer dan een uur te laat kwamen opdagen etc. etc. etc.). Voor mij was het nog eens extra saai omdat, anders dan tevoren gepland, de hele workshop in het Hindi verliep.
Maar feit is dat het werkelijk zelden voorkomt dat misstanden als kinderarbeid in de mijnen aan de kaak worden gesteld, en dat er werkelijk nauwelijks besef is over de omstandigheden waaronder deze kinderen worden uitgebuit. Op deze workshop waren regeringsvertegenwoordigers, activisten, journalisten en studenten aanwezig. Zij konden de kinderen zelf horen vertellen onder welke omstandigheden zij voor een paar centen moeten werken. Het resultaat, 90 mensen zich een dag lang met dit onderwerp hebben beziggehouden, artikelen in twee groten kranten, een radio-interview en twee items van twee minuten op staats- en nationale televisie, is een groot success te noemen.
De zondagavond dat ik thuiskwam van mijn "field trip" maakte veel goed. We gingen naar Dandia, een festival van Gujarati dans. Het festival season is aangebroken. En als men in India over een festival season spreekt dan zegt dat wat, aangezien hier elke week wel een of andere religieuze viering is. Vele gaan vrijwel ongemerkt aan mij voorbij, en merk ik alleen op doordat ik toevallig een processie op straat zie, of een pelgrimstocht tegenkom van duizenden mensen die naar een of andere tempel honderden kilometers verderop lopen, of wanneer mijn collega's opeens niet meelunchen vanwege een of andere vastendag.
De festivals in deze periode kunnen echter niemand ontgaan. Het begon deze week met Navratra, negen dagen van aanbidding van de godin Durga. Het Hinduisme laat veel ruimte vrij om het geloof op eigen manier in te vullen. Sommige mensen vasten gedurende de gehele negen dagen, anderen, zoals mijn baas, eten alleen geen uien en knoflook, en een groot deel van de bevolking vast alleen de eerste dag. Navratra viel samen met Dandia, het dansfestival. Wij gingen naar de place to be voor dit festival, een groot feest georganiseerd op het terrein voor een sjiek hotel. Iedereen had zich op z'n mooist uitgedost: de vrouwen in de meest glinsterende gewaden en veel van de mannen in traditionele Gujarati outfits. Twee van mijn medetrainees hadden eerder die week goed opgelet wat de dress code was en waren gaan shoppen. De dames zagen er prachtig uit en werden zelfs op het podium geroepen.
De Gujarati dans is met twee stokjes die de dansers tegen elkaar aanslaan. De basisdans is niet moeilijk en nadat een groepje jongens het ons had uitgelegd hebben we de hele avond meegedaan. Het was het eerste feest waarbij ik mensen echt uit hun dak zag gaan. Het was ook de eerste keer dat ik jongens en meisjes samen zag dansen. Natuurlijk raakten ze elkaar niet aan. Het was ook heerlijk om een avond lang met Indiase jongens te dansen en te praten en gewoon een keer niet versierd te worden.
Hoe anders was dit tijdens Dashara, het volgende festival afgelopen woensdag. Daar heb ik het gebrek aan respect voor de vrouw onder een groot deel van de mannelijke bevolking letterlijk aan den lijve mogen ondervinden. Tijdens dit festival worden reuzachtige poppen van wel twintig meter hoog die de voorgaande dagen zijn opgebouwd in brand gestoken. Dit symboliseert een episode uit de Hinduistische mythologie waarbij de god Ram een reuzachtige demon verslaat, of, op een abstracter niveau, de overwinning van het geode over het kwade. Dit alles gaat gepaard met veel prachtig vuurwerk.
Ik en twee van mijn huisgenootjes gingen naar een groot park waar dit op zn grootst gevierd werd. Terwijl het donker werd verzamelden duizenden mensen zich hier. De sfeer was gemoedelijk, met veel jongeren en ook gezinnen die in het gras zaten te wachten op wat komen ging. Toen het vuurwerk begon stond iedereen op een werd het een enorm gedrang. Pas toen ik de eerste hand in mn kont voelde graaien viel het me op dat alle gezinnetjes als sneeuw voor de zon waren verdwenen en we geheel door mannen omringd waren. Het bleef niet bij die ene hand en het irritante was dat je nooit wist wie van de greinzende eikels het was. Achteraf bleek dat wij drieen nog geluk hadden gehad: twee van mijn andere huisgenootjes waren door veel meer mannen belaagd en betast.
De verhouding tussen mannen en vrouwen blijft een favoriet onderwerp van gesprek tussen westerlingen en Indiers, en een onderwerp van wederzijds onbgrip in de letterlijke zin van het word – niet-begrijpen. Lichamelijk contact tussen mannen en vrouwen in het openbaar is ongehoord. Ook meisjes onderling raken elkaar nauwelijks aan. Terwijl mannen en jongens regelmatig arm in arm rondlopen of zitten, als teken van vriendschap. Regelmatig zie ik dus twee mannen arm in arm, die je allebei met een ranzige blik van top tot teen zitten aan te staren, om elkaar vervolgens aan te stoten en een met flinke rochel tabak uit te spugen. Wat dat betreft is mijn visuele handicap echt een voordeel, de helft van de tijd vallen de blikken mij niet op. Hoewel ik toch niet echt een klef persoon ben moet ik echt op mezelf letten om jongens niet aan te raken, omdat dat snel verkeerd begrepen wordt.
Wat mij betreft is dit alles het gevolg van het feit dat vrouwen als minderwaardig worden beschouwd, dat meisjes worden afgeschermd van jongens om hun eer te bewaren, dat het hebben van vriendjes tijdens de pubertijd volstrekt uit den boze is terwijl de gemiddelde huwelijksleeftijd in de stad stijgt, om maar niet te spreken van het feit dat mensen hun eigen partner niet kunnen uitzoeken. Gecombineerd met een volstrekt vertekend beeld van de westerse moraal en de westerse vrouw gebaseerd op Amerikaanse videoclips op MTV waarbij sterren permanent omringd wordt door een schare vrijwel naakte vrouwen, en een andere opvatting van wat fatsoenlijke kleding is (blote schouders zijn hier heel aanstootgevend, terwijl een blote buik volstrekt geaccepteerd is), leidt dit tot zulk soort excessen.
Voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je je ouders je levensgezel laat uitzoeken. Voor hen is het even onbegrijpelijk dat je ouders het hebben van vriendjes geen probleem vinden, het soms zelfs aanmoedigen en maar in zeer beperkte mate inspraak hebben in de huwelijkspartner. Dat sommige mensen samenwonen en het trouwen maar helemaal achterwege laten wordt hier nauwelijks geloofd.
De zus van mijn collega gaat binnenkort trouwen. Tijdens Dashara heeft ze haar toekomstige echtgenoot voor het eerst gezien. De volgende keer zal waarschijnlijk tijdens het huwelijk zelf zijn. Stralend en met twinkelende ogen probeerde ze me dit met handen en voeten duidelijk te maken toen ik haar later die week opzocht, zich ondertussen vergapend aan mijn nieuwe indiase outfit, geheel volgens de mode van de meest recente Bollywood-hit. Het was een leuke jongen, zei ze, en dat ze haar ouderlijk huis binnenkort moet verlaten en haar baan moet opzeggen om meer dan 200 km verderop bij haar schoonfamilie in te trekken vond ze geen probleem. Het gearrangeerde huwelijk is geen slecht of verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.
Het beste voorbeeld van cultureel onbegrip vond ik dicht bij huis, in het restaurant waar we de laatste tijd vaak gaan eten. De tafels daar zijn al gedekt met bordjes en bestek als je aanschuift op de lange banken. De eerste keer dat ik daar kwam viel het me op dat het bestek verkeerd om lag. Gedachteloos verlegde ik het bestek. De volgende keren verbaasde ik me er weer over en verplaatste ik het bestek steeds met een glimlach. En stiekem wat nare gedachtes over die gekke Indiers die met tien man personeel nog niet eens in staat zijn om een tafel fatsoenlijk te dekken… ach, dat krijg je met mensen die gewend zijn met hun handen te eten… Totdat ik het systeem eindelijk begreep. Het bordje ligt niet tussen het mes en vork in, maar ernaast, bedoeld voor chapatti’s (het soort van brood dat bij elke maaltijd gegeten wordt). Niet zij zaten fout, maar ik zat letterlijk fout. Het is geen verkeerd systeem, het is gewoon een ander systeem.
Afgelopen vrijdag ben ik onverwachts weer naar Jodhpur afgereisd. Morgenavond ga ik dan toch waarschijnlijk echt op mn eerste echte fieldtrip. Meer hierover in mijn volgende verhaaltje!

No comments:
Post a Comment